Waar zijn onze creatieve strooiwagen-namen
Code oranje in Nederland, want het is glad op de weg. Gelukkig zijn er genoeg strooiwagens om de meeste wegen begaanbaar te houden. Naast de snelwegen en autowegen zie ik ze zelfs bij ons door de straat rijden om te strooien.
Natuurlijk is er data van de strooiwagens, waar ze strooien, wat de temperatuur is van het wegdek en hoeveel miljoen kilo zout er al doorheen is gesmeten. In de tussentijd van screenshot en dit schrijven (plm 10 minuten) is er al 70 ton bij gestrooid. Ongelooflijke hoeveelheden dus. Op Rijkswaterstaatstrooit.nl kun je de strooiwagens gedurende de dag en nacht zien rijden in fraaie animaties.

RWS heeft nog altijd de kans om onze strooiwagens net zulke opvallende namen te geven als de Schotten. Het is toch fantastisch als Sled Zeppelin of Taylor Drift door je straat rijdt! Of als je Clearopathra tegenkomt, gevolgd door Snowasis. Je kunt ze volgen op de Schotse strooikaart.

Kom op Rijkswaterstaat, doe ons zo’n naamgeef-wedstrijd en geef ons onze Dick Sneeuwschuif, Strooier McStrooiface, de Strooiwafel, Dooi Maar, Paul de Sneeuw en Max Verstrooien.
Winter Garden, de popup nieuwsbrief over AI.

Ik heb al vaker over Robin Sloan geschreven. Hij is van mijn favoriete fictie-schrijvers omdat hij technologie en creativiteit op een beeldende manier combineert. Niet alleen in zijn boeken zoals Mr. Penumbra’s 24 hour bookstore, Sourdough en zijn laatste roman Moonbound. Ik koop trouw zijn posters, vermomd als zines. Sloan is continu zelf bezig met technologie. Al in 2016 experimenteerde hij met een eigen ontwikkeld taalmodel.
Vanwege het jubileum van dit model start hij een pop-up nieuwsbrief. Een gratis nieuwsbrief die slechts zes edities zal bestaan en dan verdwijnt. Het onderwerp is AI, vanuit het perspectief van een schrijver en programmeur die sinds 2016 met deze technologieën werkt. De titel is Winter Garden, de eerste editie is er en ik ben er dol op. Hij legt in de eerste editie uit waarom we nu al te maken hebben met AGI, Artificial General Intelligence. Vooral als je terugblikt op de afgelopen jaren en de evolutie van de grote modellen.
It’s important to emphasize that the capability of these big models was a genuine surprise, even to their custodians. Once understood, the opportunity was quickly grasped … but the magnitude of that initial whoa ?! is still ringing the bell of this century.
Maar hij stelt tegelijk de belangrijkste vraag… Wat nu?
Abonneert allen!
De verplichte sneeuw-in-het-park foto's
De eerste dag van het jaar dat het goed sneeuwt, dus natuurlijk post je dan foto’s van de sneeuw in je omgeving. Tientallen sneeuwpoppen in het Wilhelminapark te Utrecht. Ik heb me weerhouden om een foto van een besneeuwde fiets te maken.



Mijn reactie op het reactiesysteem
Het eerste nieuwe project voor 2026 heb ik zojuist gekozen.

Ik ben helemaal klaar met die gehoste versie van Cusdis . Ik had in november een nieuwe self-hosted versie klaar staan. Maar die bleek alleen voor mij te werken. Ik vermoed dat dat weer een probleem is met domeinen die elkaar wel of niet mogen zien. Zo’n onderwerp dat ik nooit goed begrijp…
Maar als ik nu zie dat jullie de moeite nemen om reacties te sturen en het duurt een paar dagen voor ik er aan denk om weer eens te kijken bij Cusdis of er iets nieuws is. Het is zo frustrerend. Want de ingebouwde notificatie via email of webhook werkt gewoon niet. En na het goedkeuren van één reactie ben ik door mijn limiet van 100 goed te keuren reacties voor januari.
Het is maar goed dat ik er zo kalm over blijf. 😬
Anyway, ik ga weer aan de knutsel om te zien of ik het nu wél aan de praat krijg! En tot die tijd, sorry als ik je reactie niet kan goedkeuren. Computer says no.
Ik vind het een prima begin van het jaar. Ik had mijn verzamelpost met terugblikken als draft staan maar nog niet gepubliceerd. Iets met in slaap vallen op de bank en vergeten… Maar het antidateren van posts gaat dus niet zo lekker hier bij Micro.blog. Dus het kan zijn dat je de terugblik twee keer ziet. Of alleen op 2 januari in plaats van 1 januari. Nou ja. Het blijft mensenwerk he, dat bloggen. Joan Westenberg doet haar duit in het zakje om bloggen weer belangrijker te maken. Ik ben het met haar eens. Natuurlijk.
Terugblikoverzichtverzamelpost
1 Januari is zo’n dag die in de Meeuwsen Mansion niet echt bestaat. We houden al jaren de dag vrij van verplichtingen. De enige “grappige traditie” (aldus dochter) is op TV de wedstrijd schansspringen kijken in Garmisch-Partenkirchen. Maar verder doen we niets.
Een mooi moment om rustig wat door mijn RSS-feeds te bladeren en de jaarterugblikken van anderen te lezen. Ik doe er zelf niet meer aan. Niet publiek in elk geval. Privé heb ik mijn 100 dingen die 2025 maakten, maar hier blik ik niet zo terug op die manier. Ik geef het podium graag aan anderen! Dus bij deze een selectie in willekeurige volgorde uit mijn feedreader:
- Jeremy Keith over waar hij zoal muziek speelde
- De leeslijst van Manuel Moreale
- De vibe-gecategoriseerde leeslijst van Tracy Durnell
- Ben Werdmuller’s persoonlijke terugblik en wensen voor het nieuwe jaar
- Wouter Groeneveld heeft zijn traditionele terugblik in videogames met heerlijke statistieken
- Juha-Matti Santala reflecteert uitgebreid en eerlijk op zijn doelen van 2025
- De jaarlijkse wordcloud van Ruben Schade met zijn blogposts
- Max Roeleveld over de bloggerij, toetsenborderij en wat er privé en zakelijk gebeurde
- 1500 boeken gelezen in de afgelopen 30 jaar. Jamie Todd Rubin zet ze op een rij
- Sebastiaan Andeweg kiest 6 random thema’s om zijn jaar mee te beschrijven
- Doug Belshaw kijkt met gemengde gevoelens terug op zijn jaar
- Kev Quirk had een shitty year.
Heb jij een terugblik op 2025 die ik heb gemist? Laat me weten!
Jarige albums in 2026
Over een paar uur is het 2026. Wij vertrekken zo naar vrienden voor een hapje, drankje en nieuwsjaarswens. In de tussentijd luister ik de top 10 van de Tijdloze 100 op Studio Brussel. Absolute aanrader boven de Top 2000! In 2026 is de dertigste verjaardag van een aantal albums waar ik mee opgroeide. Net als in 2024 zet ik ze op een rij. Niet in de minste plaats zodat ik een mooie playlist kan maken op mijn eigen streamingserver!
- Pearl Jam - No Code
- Soundgarden - Down on the Upside
- Rage Against the Machine - Evil Empire
- I Mother Earth - Scenery And Fish
- Sublime - Sublime
- The Smashing Pumpkins - 1979
- Metallica - Load
- Eels - Beautiful Freak
- Skunk Anansie - Stoosh
- Punk-O-Rama - Vol. 2
- Fun Lovin’ Criminals - Come Find Yourself
- A Tribe Called Quest - Beats, Rhymes And Life
- Sepultura - Roots
- Tool - Ænima
- Weezer - Pinkerton
- Screaming Trees - Dust
Een fijne jaarwisseling en veel liefde, rust en wijsheid in het nieuwe jaar. Ben lief voor elkaar.

Muziek zonder grote streaming platformen
Dankzij de tips op mijn post over de streaming mediaserver, ben ik weer een paar stappen verder! Ik zag Navidrome langskomen in de reacties. Niet veel later kwam het toevallig langs in mijn feedreader. Dat is het lot! Daar moet je dan iets mee!
Denk ik dan.
Op mijn eigen server draai ik de software van Coolify, waarmee ik heel snel allerlei apps en diensten kan opstarten. Long story short, 10 minuten later had ik Navidrome werkend, weer 10 minuten later een koppeling met de Storage server waar alle muziek op staat en 30 minuten later was alles geïndexeerd.

Ineens was mijn complete muziekbibliotheek weer beschikbaar. Streaming. Op mijn laptop, op mijn telefoon. Niet alleen de muziek die ik van mijn eigen CD’s had gedigitaliseerd, maar ook alle muziek die ik door de jaren had gedownload, getorrent, op Bandcamp kocht of die me via-via werd toegeschoven. Volledige discografieën van bands, met alle singles, albums, compilaties en rarities. Teveel om ooit allemaal te horen.
Maar ja, dat zijn die streamingdiensten ook, teveel om ooit allemaal te horen. Nu is het een verzameling waar ik al meteen bewuster in zoek en naar luister. Een verzameling die ik op orde wil krijgen. Wat een monsterklus is, met alle bootlegs en vage demo’s die er tussen zwerven. Maar met de hulp van het open source Media Library Management systeem van Beets, wat scripts en durf moet ik een eind komen denk ik. Gekoppeld aan Musicbrainz voor álle informatie over de songs en aan Last.fm om na een jaar een veel betere Wrapped te krijgen dan welke muziekdienst kan bieden.
Voornamelijk met oudere muziek, maar ik heb goede hoop dat ik met deze setup weer bewuster naar nieuwere bands en albums zoek. Liever op onafhankelijke platforms als Bandcamp of eigen sites.
Mooi om zo het jaar uit te gaan toch!
Doorzoek je Claude Code gesprekken
Dit is precies wat ik bedoel met digitale democratisering, of perfecte software voor een publiek van één volgens Gaurav Ramesh (dank Erwin!)
Simon Willison lost een probleem voor zichzelf op, hoe kan ik beter door de transcripts van Claude Code zoeken en navigeren, en deelt dat met de rest van het internet. Hij heeft net als ik het probleem dat je zoveel doet in Claude en Claude Code, dat zoeken Ãn de chatsessies belangrijk is. Om te achterhalen wat je precies had gedaan, welke opdracht waar is gegeven of waarom bepaalde keuzes zijn gemaakt.
Zijn Claude Code Transcripts tool is een elegante oplossing, je kiest een chatsessie uit je geschiedenis en je krijgt direct een HTML pagina met de volledige tekst, inclusief de denk-stappen van het model. In de README file van de tool geeft Willison nog meer commando’s en output opties.
De reden om deze tool te maken vind ik minstens zo opmerkelijk:
These days I’m writing significantly more code via Claude Code than by typing text into a text editor myself. I’m actually getting more coding work done on my phone than on my laptop, thanks to the Claude Code interface in Anthropic’s Claude iPhone app. Being able to have an idea on a walk and turn that into working, tested and documented code from a couple of prompts on my phone is a truly science fiction way of working. I’m enjoying it a lot.

En het werkt best aardig! Zie hier een transcript van een sessie waar ik nu mee bezig ben, om een nieuwe bookmark/like extensie te maken die werkt zoals ik het liefste heb.
Mooi spul! Claude Code Transcripts
Mijn eigen streaming muziekserver
Update: Inmiddels staat de streamingserver op Navidrome.
Ik heb geen idee waarom ik dit zo lang heb laten liggen. Begin 2025 verplaatste ik 300+ GB aan muziek van een NAS die (beyond-)end-of-life was naar een digitale opslagserver. Een soort Shurgard voor je digitale archief. Wel zo handig. Samen met wat video’s, de digitale administratie, oude projecten. Alles staat op een server die echt dienst doet als opslag.
Een paar dagen geleden kreeg ik ineens op mijn heupen. We hebben dit jaar al afscheid genomen van Spotify en gebruiken nu Apple Music. Maar toch…
Ik dacht: ik heb zoveel muziek in eigen bezit. Waarom gebruik ik dat niet? Waarom kan ik dat niet streamen?
Nou, dat is eigenlijk best wel snel geregeld. Met een Plex Media Server en gewoon wat geduld om alles te indexeren, heb je met een middagje wel je eigen streamingserver draaien. Nu nog op mijn eigen laptop, waar ik de externe opslag als virtuele schijf heb toegevoegd. Maar ik denk dat er wel een meer solide oplossing komt. Het probleem is alleen dat Plex al een tijdje de servers van Hetzner blokkeert vanwege vermeende illegale streamingpraktijken van films.
Dus ik moet eigenlijk nog een andere meer duurzame oplossing vinden. Maar vooralsnog bevalt dit me prima. Ik kom hier allerlei nummers tegen die ik al jaren niet meer had gehoord. Ik laat gewoon random van alles uit mijn bibliotheek afspelen, dus het vliegt van de Wu-Tang Clan naar de Stone Roses, naar Zeke, naar Pearl Jam, naar Johnny Cash en het is heerlijk.
Tips voor goede streamingsoftware en setup in eigen beheer zijn meer dan welkom!
Paper Trails eindejaarsoverzicht

Het laatste overzicht van 2025 met code en logboeken!
Het is inmiddels zo’n 6 weken geleden dat ik de laatste update schreef over CreativeNotes. Wow. Heb je me gemist? Benieuwd waar ik sta met het schrijftraject? In deze eindejaarseditie praat ik je bij en deel ik de plannen voor 2026.
Een fijne jaarwisseling!🎆
Lees je dit voor het eerst, welkom! Mijn naam is Frank Meeuwsen en ik ben in mei 2025 gestart met een onderzoek/project/boekidee rondom het vraagstuk “Hoe gebruiken creatieve professionals een papieren notitieboek als startpunt voor hun creatieve werk, en welke patronen zijn daar te ontdekken die voor andere kenniswerkers interessant en inspirerend zijn?” Je kunt hier alle details lezen. Hier praat ik je bij over de voortgang en wat er aan komt.
Radiostilte. Dat was het wel sinds half november. Ik deed dat niet bewust, het gebeurde nu eenmaal. Als ik terugkijk, het was inderdaad vanaf half november dat een aantal andere projecten meer aandacht vroegen. Zo ben ik betrokken bij de Pilot Informatie Autonomie, waar we samen met een aantal overheidsorganisaties onderzoeken hoe we de dagelijkse informatiebehoefte van overheidsmedewerkers verbeteren door niet standaard gebruik te maken van grote logge systemen als Sharepoint en het document-formaat van Word. Hoe kan informatie die gedurende een werkdag ontstaat beter worden vastgelegd, geordend en teruggevonden?
We doen dat met pragmatische experimenten, gesprekken met medewerkers en eigen onderzoek naar de mogelijkheden van Markdown als kernformaat voor informatiemanagement. Martijn Aslander is de aanstichter van dit mooie project. Hij geeft op zijn blog meer context over het hoe en waarom van informatie autonomie.
Ik mag dan weinig hebben geschreven voor CreativeNotes, voor een ander boek trokken we een sprint. “We” zijn Martijn Aslander en ik. In een korte tijd schreven we het eerste manuscript voor “Verder met Obsidian”, de opvolger van Martijn’s “Starten met Obsidian”. Voor dit schrijfproject interviewde ik kenniswerkers over hun gebruik van Obsidian, wat het betekent voor hun kennismanagement en om slimme tips te krijgen.

Ik schreef een aantal hoofdstukken en deze vervolgens met Martijn en AI-tool Claude gereviewed en afgerond. Het manuscript ligt nu bij de uitgever. Als alles volgens planning loopt ligt dit boek eind januari al in de winkel!
Hoe moet je dit dan zien in het licht van CreativeNotes, dat veel meer de focus legt op papier? Voor mij zijn het twee losse projecten, waar de overlap zit in mijn interesse in het onderliggende thema: hoe gebruik je technologie om je eigen creativiteit en ideeën vorm te geven?
In januari schrijf ik weer verder aan CreativeNotes. Ik heb een boekvoorstel geschreven en besproken met uitgevers. Het enthousiasme voor het onderwerp is onverminderd en ik vertrouw dat in 2026 dit boek het levenslicht zal zien. Wanneer precies, dat weet ik nog niet. Ik heb nogal specifieke ideeën over de vormgeving en fotografie. Daar wil ik echt de juiste uitgever bij vinden.
Op 26 januari geef ik een korte presentatie over CreativeNotes tijdens de Digitale Fitheid Meetup in Den Bosch. De toegang is gratis, maar je moet je wel aanmelden. Heb je nog geen account bij Digitale Fitheid, dan doe je dat hier.
Daarnaast geef ik op 30 januari een gratis workshop Claude Code. Waarom? Kennis moet je delen! Daarom!

De laatste maanden nam mijn gebruik van Claude explosief toe. Niet om te vragen wat de hoofdstad van Frankrijk is of een recept voor pannenkoeken te geven, maar als sparringpartner voor creatieve ideeën én om code te schrijven die de ideeën werkelijkheid maakt.
Ik ben geen programmeur, maar kan redelijk code lezen om te zien wat er gebeurt. Samen met Claude Code maak ik onder andere mijn eigen nieuwsvoorziening die elke ochtend in de mailbox ligt, in een samenvatting en stijl die ik prettig vind, ik haalde mijn Day One data lokaal en nam afscheid van de journalling-app, maakte een app voor de Pilot Informatie Autonomie om met stellingen de deelnemers wat los te maken aan het begin van de dag. Maar vooral leer ik hoe je samenwerkt met AI.
Want is AI zaligmakend? Verre van. Het maakt fouten, doet iets op dag 1 om dat op dag 2 weer terug te draaien, kijkt zo nu en dan voorbij de duidelijke signalen en denkt te moeilijk na.
En dat is prima. Ik leer gaandeweg deze nieuwe manier van werken, pas toe wat ik online tegenkom of van anderen hoor en zie. En vertel het weer verder bij de open workshop Claude Code, zoals een paar weken terug bij Wonders of Work in Utrecht. Die workshop werd zó goed ontvangen dat ik hem vrijdag 30 januari herhaal. Gratis toegang, wel aanmelden met een Digitale Fitheid account.
Al die workshops, lezingen, schrijven met AI, het zette me aan het denken. Had ik dat allemaal al niet eens eerder meegemaakt? Nou. Ja, dus. Met mijn bibliotheek aan notities in Obsidian, onderzoek met Gemini en ingesproken tekst via Wispr Flow publiceerde ik het artikel “Hoe AI-tools de derde golf van digitale democratisering inluiden” met een persoonlijke terugblik op drie decennia digitaal eigenaarschap, self-publishing en democratisering van de instrumenten.
Als iemand mij eens een crashcourse kan geven hoe ik met zulke artikelen infographics kan genereren met AI, graag! Ik krijg tot nu toe alleen slecht vormgegeven krabbels met verkeerde teksten.

Van Annedien Hoen kreeg ik dit fantastische boek in bruikleen, Het logboek van de ontdekkingsreiziger. Machtig mooi vormgegeven, prachtige foto’s en scans van kaarten en logboeken. Samengesteld uit materiaal van de zeventig grootste ontdekkingsreizigers aller tijden. Charles Darwin, James Cook, Thor Heyerdahl, Amelia Edwards, Abel Tasman, ze komen allemaal langs. Slechts 12 vrouwen, want ja, andere tijden. Helaas. Maar de avonturiers hielden allen een logboek bij. Voor aantekeningen, kleine schetsen, of volwaardige schilderijen. Alle ontdekkingsreizigers hebben iets gemeen: de allesoverheersende obsessie om de wereld te verkennen. Dit boek is echt een schatkist aan ideeën, verhalen, vormgeving en motivatie voor CreativeNotes.



De aantekeningen, de schetsen, de kaarten en waarnemingen die de ontdekkingsreizigers op papier zetten, dat zijn de echte sterren van dit boek.
Ondanks alle technologische vooruitgang die regulier veldwerk zoals dat van mij aan de rand van de wereld nu mogelijk maakt, is soms het enige wat je nodig hebt helder weer, een notitieboek en een scherp potlood.
– David Ainley
Dit was de laatste editie van 2025. Ik meld mij weer begin 2026! Eerdere berichten lees je hier op de site.
Computerbugs waarvan je niet wist dat ze bestonden terwijl ze zó bijzonder zijn! “Janet Jackson had the power to crash laptop computers”
Hoera voor Dead Week/Romjul
1 Januari is al jaren een niet-bestaande dag in ons huis. Er gebeurt weinig bijzonders, we slapen uit en laten de dag zo’n beetje aan ons voorbij gaan. De dag is in twee delen te splitsen:
- Wachten tot het traditionele schansspringen begint in Garmisch-Partenkirchen,
- Vervolgens de rest van de middag en avond afvragen waarom we elk jaar het schansspringen in Garmisch-Partenkirchen kijken.
Maar ik ontdekte vanavond dat op 1 januari een bijzondere week afsluit. Dead Week. Ik had er ook nog nooit van gehoord, maar vanaf heden is het de officiële benaming voor de periode tussen Tweede Kerstdag en 1 januari. Dankzij een artikel van Helena Fitzgerald, die er smakelijk over schreef in The Atlantic. Hoe ze uitkijkt naar deze periode. Want alles wat gedaan moest, is gedaan. En alles wat nog moet, dat komt. Ze schrijft:
Nothing is ever as quiet as it is during those few days, cities emptied out and small towns sleepier than usual, people drifting around not interested in accomplishing anything. There is a collective sense that, for these few days, we are not going to do any more than we must.
Al vind ik haar extra etymologische uitleg voor het Noorse woord Romjul minstens zo aantrekkelijk!
Ik herkende het vanochtend, toen ik met Tess naar de stad fietste. Het was opvallend rustiger voor een zaterdagochtend dan we normaal hebben in Utrecht.
De puzzelstukjes vielen samen toen ik mijn jaarlijst aanvulde met de laatste herinneringen. Dankzij Austin Kleon begon ik in januari van dit jaar met de lijst “100 dingen die 2025 maakten”. Om elke paar weken aan te vullen met toen-recente herinneringen. Van sneeuw in januari, Tess die afstudeert van VWO en in Nijmegen een nieuwe studie start, Finn die meer zelfstandig wordt op zijn nieuwe middelbare school, Helie die een nieuwe baan vindt en natuurlijk de onverwachte veranderingen in mijn eigen leven. Maar dat eigen leven is nooit zonder die andere drie. Ze staan in een mooie lijstje en het is heerlijk om terug te lezen.
Zo kwam ik ook weer op Austin’s lijst, zijn Substack en zijn laatste nieuwsbrief. Met de link naar Dead Week. Cirkel compleet.
Mijn 100 dingen voor 2025 is af. Ik deel het hier niet, zoals Kleon wel jaarlijks doet. Ik mag dan wel 25 jaar bloggen, veel zaken blijven ongepubliceerd. Maar geloof me, het was een mooi, spannend, dierbaar, verwonderend, creatief, leerzaam jaar.
Tijd voor onze Dead Week/Romjul!

Zou het niet heel grappig zijn als die haardvuur video’s op Youtube en Netflix een twist hebben? Dat halverwege de video het vuur ineens hard begint te fikken en een brandblusser in beeld komt. Geschreeuw op de achtergrond, paniek, alles.
Ubuntu server geupgrade, FreshRSS geupgrade, AI News Bot getweaked, Plex server geïnstalleerd met koppeling naar mijn Hetzner storage vol muziek en films. Prima dagje computeren zo op Tweede Kerstdag. En homemade ragout tussendoor! Claude helpt overal met lijstjes, tips en uitleg. Behalve de ragout. Dat kan ik prima zelf.
Hoe AI-tools de derde golf van digitale democratisering inluiden
We staan aan de vooravond van een nieuwe technologische golf. Zo. Ik heb gesproken.
AI-tools maken het nu al mogelijk om zonder programmeerkennis eigen persoonlijke software te bouwen. We zijn nog niet in het stadium dat er productieklare, schaalbare apps ontstaan. Maar een app die direct een probleem oplost voor een individuele gebruiker? Of die iets mogelijk maakt wat voorheen niet kon? Daar staan we nu.
Het roept vragen op die we eerder moesten stellen. Wat betekent het als miljoenen mensen hun eigen apps kunnen maken? Wie bouwt de infrastructuur om deze veilig te delen? Hoe voorkomen we dat dit nieuwe ecosysteem wordt opgeslokt door dezelfde platforms die het open web hebben opgeslokt de afgelopen 15 jaar? En hoe zit het met de schaduwkanten van AI: de privacy-implicaties, het dataverbruik voor training, de ethische dilemma’s, het gebrek aan diversiteit in de trainingsdata, de milieubelasting van datacenters, de kosten die niet voor iedereen gelijk zijn?
Die vragen beheersen nu het gesprek en dat is logisch. Want als we iets hebben geleerd van de afgelopen twintig jaar BigTech, dan is het dat ze de regels schrijven tijdens de verspreiding van technologie. Dus is het goed dat al die vragen er nu zijn. Tegelijk bekijken we waar de kansen liggen.
Think Different
Afgelopen vrijdag 19 december liet Martijn zien wat hij kon maken zonder enige programmeerkennis. Zijn ThetaOS spreekt tot de verbeelding, maar nog belangrijker dan de app zijn de checks and balances die hij onder water bouwt en beheert. Hier publiceert hij veel over en we hebben er geregeld gesprekken over. We steken elkaar aan met ideeën, helpen elkaar vooruit met inzichten en ik kijk graag over zijn schouder mee wat hij doet. 
Zijn verhaal paste perfect bij de workshop van die ochtend. Voor een groep van 25 enthousiaste niet-programmeurs ging een wereld open met Claude Code. Hier zag ik met eigen ogen de technische barrière instorten die decennia standhield. Martijn schrijft over de scheur in de muur van de App Stores, ik zag hem ontstaan in dat zaaltje.
In 2 uur zag ik een persoonlijke wijndatabase verschijnen, een privé mobiele klantenkaart app die geen data slurpt, een app om je tuin op orde te houden door het jaar heen, een Zweedse taal app, een Spaanse taal app (want beiden hebben een hekel aan de enshittification van Duolingo), de opzet naar een eigen takenmanager, een comicstrip creator. Ik zag de rest van de dag een andere deelnemer constant bedenken wat ze nu allemaal kon maken. Welke Final Boss krachten nu unlocked waren… En een dag later kreeg ik een bericht dat een andere deelnemer zijn persoonlijke CRM systeem nu op orde had.
“Ik ben bloody blown away met wat allemaal mogelijk is”, is slechts één van de reviews die ik via mail, Signal en in gesprekken kreeg.
30 januari kun je het zelf ervaren als ik de workshop nog een keer geef. Natuurlijk kun je me altijd mailen of DM’en voor een in-company startersessie Conversational-Driven Development.
Drie golven van democratisering
Hoe chaotisch het web kan zijn: haar geschiedenis kent een patroon. Telkens wanneer een technische drempel valt, ontstaat een explosie van creativiteit van onderop.
De eerste golf: publicatie (1999-2005)
Begin 1999 waren er 23 bekende weblogs. Rebecca Blood, pionier en historicus van de blogcultuur, documenteerde wat er toen gebeurde. De belofte van het web was dat iedereen kon publiceren. De werkelijkheid was anders: alleen mensen die HTML beheersten konden hun stem laten horen. Toen lanceerden o.a. Pitas en Blogger. Plotseling konden mensen zonder technische kennis een eigen plek op het web claimen. Ik kan het weten, ik was erbij. Ik heb er zelfs nog een boek over geschreven. Binnen een paar maanden waren er honderden blogs. Binnen een paar jaar miljoenen. En zo ontstond een hele cultuur: de blogosphere, met eigen zoekmachines (Technorati), eigen conventies voor exploratie en ontdekking (trackbacks, blogrolls), eigen sterren en schandalen. En vooruit, eigen awards…
Het belangrijkste was dat de technologie om iets te publiceren op het web ineens voor iedereen beschikbaar was. Naast blogs kregen ook persoonlijke webpagina’s een enorme boost, met hun eigen beeldtaal, los van wat we kenden van magazines, TV en kranten.
De tweede golf: netwerk (2005-2012)
Je blog was een uitzendmedium. Jesse James Garrett noemde ze de Pirate Radio Stations of the web. Het zijn persoonlijke platformen waar je als individu je mening kunt geven. Je publiceerde, hopend dat iemand het zou vinden. Social media draaide dit om: het netwerk kwam eerst. Facebook, Twitter, en in Nederland Hyves maakten zichzelf de kern van de verbindingen. Je hoefde niet eens te publiceren om deel te nemen. Als blogger waren we nog producent. De sociale kanalen maakten weer consumenten van ons. Ondanks de kleine interacties van likes, shares en comments, écht iets maken was er nog maar weinig bij. Het werd nog erger. Algoritmes optimaliseerden op engagement, die veelal op woede en polarisatie is gericht, de aandacht op het platform werd verkocht aan de hoogste bieder en onze data wordt gebruikt om ons constant te tracken. En om nu LLM’s mee te voeden. Wat me op de derde golf brengt.
De derde golf: creatie (2008-nu)
Parallel aan de opkomst van social media begon een andere revolutie. De iPhone lanceerde in 2007, de App Store opende in 2008. Plotseling kon software op een apparaat in je broekzak draaien. Maar de technische drempel bleef hoog en Apple voegde daar nog een laag aan toe: Elke app kende een review-proces en een commissie van 30% op elke transactie. Martijn beschrijft in zijn stuk uitgebreid hoe we door AI code-assistenten die technische muur laten instorten. Met Claude Code maak je je eigen applicaties. Dat kunnen webapplicaties zijn, of volwaardige iPhone apps. Android zal net zo goed mogelijk zijn, maar valt buiten mijn kennis van dat ecosysteem. Martijn, ikzelf, deelnemers aan de workshops en Digitale Fitheid Meetups, we beschrijven wat we willen en samen met de software werken we naar een eindresultaat. En zo ontstaan er miljoenen niche-apps, gedeeld buiten de App Store. Die zijn niet bedoeld voor massamarkten, maar voor persoonlijk en wellicht klein-gemeenschappelijk gebruik.
| Golf | Periode | Barrière die viel | Wat het mogelijk maakte | Wat ontstond |
|---|---|---|---|---|
| Publicatie | 1999-2005 | HTML-kennis | Blogger, WordPress | Blogosphere |
| Netwerk | 2005-2012 | Bereik, verbinding | Facebook, Twitter, Hyves | Social web |
| Creatie | 2008-nu | Programmeerkennis | App Store → AI-tools | ? |
Het vraagteken in die laatste cel maakt het interessant. Wat zal onstaan?
Wat we verloren
Om te begrijpen wat er kan ontstaan, moeten we eerst begrijpen wat we kwijtraakten.
In december 2012 schreef technologie-commentator Anil Dash een essay dat nog steeds nagalmt: “The Web We Lost.” Hij beschreef hoe de tech-industrie de opkomst van netwerken behandelde als pure winst voor gebruikers. Zelden werd gesproken over wat we onderweg eigenlijk verloren. Dash herinnerde zich een web waar foto’s op Flickr werden geüpload met tags die machines én mensen konden lezen. Waar je met Technorati de blogosphere in real-time kon doorzoeken. Waar sites naar elkaar linkten en die links meer betekenis hadden dan om SEO redenen. Afgelopen vrijdag hadden Ton Zijlstra en ik een nostalgisch gesprek over del.icio.us, de beste sociale bookmarktool die nooit tot volle wasdom kon komen. Maar waar je elkaar volgde op basis van de linkverzameling en tags.
Maar het echte verlies was subtieler: de persoonlijke homepage. In de jaren negentig had je een homepage. Een digitale plek die jou representeerde, vormgegeven naar jouw smaak, met jouw inhoud, onder jouw controle. Het was rommelig en amateuristisch en prachtig. Elke homepage was anders, want elke maker was anders. Sociale platforms reduceerden dit tot een profiel. Dezelfde MySpace, Facebook, Hyves of Twitter template voor iedereen. Dezelfde mogelijkheden, dezelfde beperkingen. Onze identiteit werd een invulformulier. Nog zonder captcha om verkeerslichten en pinguins te herkennen.
De terugkeer
Wat Martijn beschrijft is niet zomaar een technische ontwikkeling. Hij ziet dat zelf ook. Het is de mogelijke terugkeer van iets dat we verloren waanden, maar met een cruciale upgrade. Een homepage was statisch. Een blog was chronologisch. Een app is functioneel. AI-gegenereerde apps zijn “persoonlijke homepages” die iets doen. Ze lossen een probleem op dat jij hebt. Ze werken op de manier die jij prettig vindt. Ze delen geen data met adverteerders. Ze worden niet slechter omdat een platform besluit meer geld te verdienen.
Martijn voorspelt miljoenen niche-apps, gedeeld buiten de App Store. Dit is precies wat Harvard-professor Yochai Benkler in 2006 beschreef als “commons-based peer production”: gedecentraliseerd, collaborative, niet gericht op eigendom of winst. Het verschil met twintig jaar geleden: de tools bestonden nog niet om dit werkelijk op grote schaal te realiseren. Nu wel.
Waarom eigenaarschap ertoe doet
De academische literatuur over online platforms is de afgelopen twintig jaar geëxplodeerd. De conclusies zijn ontnuchterend en dat zal je niets verbazen. Mensen als Shoshana Zuboff(Surveillance Capitalism), Nick Srnicek(Platform Capitalism) en Cory Doctorow (Enshittification) maken duidelijk dat het social web er niet lekker aan toe is. Het werkt alleen bij afhankelijkheid van het platform. Een zelfgebouwde app is minder afhankelijk. De afhankelijkheid is er tot op zekere hoogte, want het is met AI gebouwd. Maar je zit meer aan de knoppen wat je idee moet doen en kunnen. En vooral wat het niet moet doen. Geen algehele platformbeslissingen. Geen advertenties. Geen API-toegang die plotseling wordt afgesloten. Geen 30% commissie. Geen willekeurige afwijzing door reviewers.
De IndieWeb-les
Ik was betrokken bij de IndieWeb-beweging in Nederland en ervaar constant wat het effect kan zijn als je echt autonoom bent. Als alles in je eigen bezit is. Het geeft een digitale vrijheid die moeilijk te beschrijven is.
Technologie alleen is echter niet genoeg. De University of Toronto concludeerde in hun onderzoek naar het Indieweb: “Voor een beweging die individuele autonomie benadrukt, zijn IndieWeb’s evenementen en community-netwerken de drijvende kracht achter haar levensduur.”
De blogosphere stortte niet in door technische beperkingen. Technorati indexeerde 133 miljoen blogs. Maar 94% verdween. Niet omdat bloggen ineens moeilijker werd, maar omdat de sociale infrastructuur verschoof naar platforms die engagement optimaliseerden boven betekenis.
Wat ik me dus afvraag…
Als de AI-codetools werkelijk een nieuwe fase van digitale democratisering inluiden, dan staan we voor vragen die we eerder hadden moeten stellen. De vragen die we vergaten bij de komst van blogs en sociale netwerken.
Wat is het RSS-protocol voor apps? RSS maakte het mogelijk om blogs te volgen zonder een platform als tussenpersoon. Wat is het equivalent voor niche-apps? Hoe vind je de app die iemand in Australië bouwde voor precies jouw probleem? Wie bouwt de Technorati voor AI-gegenereerde software? Misschien ligt een deel van het antwoord in protocollen zoals Nostr: open standaarden die discovery en connectie mogelijk maken zonder een centrale poortwachter.
Wat voorkomt dat dit ook enshittified? Platforms slokten de blogosphere op. Influencers en social creators zijn afhankelijk van ondoorgrondelijke algoritmes. Welke structuren voorkomen dat deze app-renaissance hetzelfde lot ondergaat?
Wie bouwt de commons? Martijn voorspelt platforms voor het delen van broncode, “GitHub meets App Store.” Maar wie bouwt dit? En volgens welk model? Is het eigendom van de community of van het platform?
Hoe gaan we om met de schaduwkanten? AI-tools zijn niet neutraal. Ze zijn getraind op data waarvan de herkomst niet altijd helder is. Ze draaien op datacenters die te veel water en energie verbruiken. Ze kosten geld dat niet voor iedereen gelijk beschikbaar is. Ze roepen vragen op over privacy, over eigenaarschap van gegenereerde code, over de arbeidsomstandigheden van mensen die trainingsdata labelen. We kunnen niet doen alsof deze vragen niet bestaan. De vraag is hoe we een dialoog voeren die zowel de mogelijkheden erkent als de kosten eerlijk weegt.
Wat is de nieuwe digitale geletterdheid? Als software-creatie een basale vaardigheid wordt, wat betekent dit dan voor onderwijs? Voor werk? Voor de definitie van wat het betekent om digitaal vaardig te zijn?
En de belangrijkste vraag: De homepage verdween niet omdat hij technisch onmogelijk werd. Hij verdween omdat platforms makkelijker waren en meer bereik boden. De technische barrière voor apps is nu weg. Maar de sociale en economische krachten die ons naar platforms duwden bestaan nog steeds. Wat is er dit keer anders?
Een open einde
Misschien is het antwoord: niets is anders. Misschien worden AI-gegenereerde apps een nieuwe categorie die de grote platforms zullen absorberen en monetizen. Want dat is nu eenmaal zoals de BigTech werkt: Embrace, extend en extinguish.
Maar ik blijf die naïeve hoop houden. Misschien is er wel iets veranderd. Want we moeten toch Ãets hebben geleerd van de afgelopen twintig jaar aan Big Tech platform dominantie? We weten nu wat we verliezen als we bouwen op geleend land, zoals Twitter. We ondervinden de enshittification aan den lijve. We zien hoe ze onze data opslurpen, verzamelen, bundelen en verkopen aan bedrijven en overheden. Hoe ze onze digitale identiteit reduceren tot een profiel in andermans template.
Toen we in 2000 lekker zaten te bloggen, wisten we niet wat we hadden. Tot het weg was. Nu weten we wel beter. Toch? De vraag is of die kennis genoeg is om het dit keer anders te doen. En of we bereid zijn om de moeilijke gesprekken te voeren over hoe we nieuwe technologie inzetten op een manier die individuele makers helpt, zonder de wereld naar de knoppen te helpen.
Nieuwsgierig?
Leuk, dat historisch perspectief, maar wat nu? Wel, je kunt er onderdeel van uitmaken. Het zelf meemaken! 30 januari geef ik de Claude Code Open workshop nog een keer. Gratis en voor niks bij Wonders of Work in Utrecht. Wil je met je team of bedrijf proeven aan deze nieuwe revolutie? Dan is een in-company workshop altijd mogelijk. Mail me!
Mijn Claude Code AI app is heus geen zoemende server in Silicon Valley! Het zit echt ergens in een kantoor mijn code te debuggen. Of in elk geval, dat probeert het. Want het maakte zelf een domme fout. Toen ik er naar vroeg kreeg ik uitgebreide excuses. Waaronder:
Het echte probleem zat tussen stoel en toetsenbord - ik blokkeerde de server met mijn eigen test commands. Een maand geleden werkte alles omdat je toen geen debug commands had draaien.
Zou dat nou die Soul zijn bij Anthropic waar zoveel om te doen is?
Ik moet soms echt wel een beetje lachen om Claude. Ondanks dat het een Algoritmisch Inschattingsmodel is!
Agents en skills
Ik zat begin deze middag met een probleem. Ik wilde Claude Code een agent laten maken die ISO tests (dank je wel Monique) op mijn code kon doen. Zelfstandig, zonder mij te veel lastig te vallen. En natuurlijk met feedback. Maar wat Claude Code gaf was een skill, maar dat was volgens mij niet wat ik nodig had.
Dat bracht me op het agents versus skills concept wat ik nog steeds niet goed begrijp en volgens mij andere mensen ook niet: agents en skills zien er misschien op het oppervlak hetzelfde uit (allebei mappen met instructies), maar ze zijn totaal anders. Of eigenlijk liggen ze heel dicht bij elkaar in mijn hoofd. Een agent heeft bepaalde skills. Een tekstschrijver kan zelfstandig teksten schrijven en heeft de competenties om dat te doen. Maar waarom zijn die twee dan gescheiden? Het blijkt dus, het gaat niet zozeer om techniek als om je rol:
- Met Skills ben jij de stuurman en Claude je copiloot.
- Met Agents ben jij de projectleider en Claude is je team.
En de keuze bepaalt eigenlijk hoe je Claude Code gaat inzetten.
Een handleiding versus een collega
Skills zijn instructiehandboeken. Agents zijn zelfstandige specialisten.
Een Skill zit in een mapje met een SKILL.md bestand met richtlijnen, voorbeelden en referentiematerialen. Wanneer jij Claude iets vraagt, scant hij of een Skill relevant is. Zo ja, dan laadt hij ze in. Hij leest de instructies en volgt ze op. Ik wacht er ondertussen op totdat Claude klaar is.
Een Agent is anders. Het zijn Mini-Claude’s met hun eigen system prompt, toolset en afzonderlijke context window van 200.000 tokens. Agents zijn eigenlijk een team van experts: ze hebben elk hun eigen rol en functie. Ze gaan zelfstandig aan de slag, kunnen fouten herkennen, teruggaan, opnieuw proberen en itereren. Ze rapporteren terug met resultaten, niet met “ik ben klaar met je instructies volgen”.
Praktisch gesteld:
Een Skill zegt: “Hier staan de richtlijnen voor branding, volg ze netjes.”
Een Agent zegt: “Jij bent de design expert. Ga zelfstandig controleren of deze site aan onze brand guidelines voldoet. Rapporteer terug wat er mis is en wat je zou aanpassen.”
Waar het ingewikkelder wordt in mijn hoofd
Dit is het kernverschil. Maar nu wordt het interessant, want ik moet een keuze maken. En die keuze bepaalt eigenlijk hoe het werk gaat verlopen.
Ik merkte dat op het moment dat ik Claude Code vraag om bijvoorbeeld: “Controleer mijn code op performance issues.” Claude Code kan kiezen: Skill of Agent?
Als Claude een Skill maakt, laadt die in mijn huidige window. Claude leest de performance-checklist, volgt stap voor stap wat ik heb geschreven en geeft feedback. Het is snel, synchroon, en ik ben niet afhankelijk van agents die hun eigen gang gaan.
Als Claude een Agent maakt, maak ik eigenlijk een specialist aan die onafhankelijk werkt. Die Agent gaat mijn code analyseren, kan teruggaan en dieper graven, kan voorstellen testen, kan itereren. Ik hoef niet te wachten. Ik laat de Agent los en ga zelf verder met iets anders. De Agent rapporteert later.
Delegeren of dirigeren
Hier zit de echte beslissing. Het gaat niet zozeer om de techniek als om de werkwijze die ik prettig vind met AI-modellen. En dat is iets waar ik ook nog steeds aan moet wennen: wanneer wil ik nou eigenlijk een agent gebruiken en wanneer wil ik een skill gebruiken? Ik weet dat nog steeds niet heel goed. Maar langzaam zie ik wel een patroon.
Agents zijn voor exploratie en verbetering. Je zet ze in als je:
- Werk wil delegeren
- Iets complexs hebt dat iteratie nodig heeft
- Parallel aan iets anders wil werken terwijl de Agent bezig is
- Wil dat Claude zelfstandig onderzoekt, aanpassingen doet, fouten corrigeert
- Meer specialisatie wil dan generieke hulp
Praktisch voorbeeld: ik heb een codebase met 50 bestanden en ik wil dat Claude die doorloopt, security issues vindt, patches voorstelt en die test. Ik kies dan voor een agent, want die gaat zelfstandig aan de slag. Ik kan ondertussen iets anders doen.
Skills zijn voor regels en standaarden. Je zet ze in als je:
- In je main window bent
- Wil dat Claude je wat slimmer maakt terwijl je aan het stuur zit
- Het werk synchroon kan (in- en uitvoer in één keer)
- Bereid bent om te wachten
- Jezelf de “denker” wil blijven en Claude de “assistent”
Praktisch voorbeeld: ik heb brand guidelines geschreven en ik wil dat Claude die altijd toepast bij documenten. Ik kies dan voor een skill. Claude leert het, past het toe als het nodig is.

De fout die ik bijna maakte
Dus ik wilde een ISO-test agent. Claude Code maakte een Skill. Ik zat even te denken: kan ik niet gewoon een Agent maken die die ISO-Skill inlaadt?
Een agent die een Skill inlaadt is dubbel werk. Je agent zou in feite zeggen: “Wacht, laat me eerst deze handleiding lezen” en dan de instructies volgen. Dat kost dus extra tokens voor iets wat eigenlijk niet nodig is. Dan kan ik net zo goed zelf dat handboek lezen en het werk zelf doen. “Laat maar, ik doe het zelf wel” - en dan ben je sneller klaar.
Waar ze wel samenwerken
Nou, er is één scenario waar het wel voordelig is. Niet voor dezelfde taak, maar complementair.
Stel je de Ticket-beheerder agent voor. Die Agent doet iets groots: aanvragen verwerken, prioriteiten stellen, bepalen wie het gaat oppakken. En incidenteel heeft die Agent iets nodig wat in een Skill staat. Bijvoorbeeld: “Zorg ervoor dat alle output aan onze schrijfstijl voldoet.”
Dan kan de Ticket-beheerder agent die Schrijfstijl-Skill inladen wanneer nodig. Dat is niet dubbel werk, dat is praktisch. De Agent delegeert een onderdeel van zijn taak naar gespecialiseerde instructies.
Dit illustreert eigenlijk een belangrijke nuance: Skills zijn voor “volg de regels” - je wilt consistency en standaarden. Agents zijn voor “maak het beter” - je wilt dat iemand nadenkt, itereert, verbetert. De Ticket-beheerder hoeft niet na te denken over schrijfstijl (daar zijn regels voor), maar wel over wat de beste aanpak is om tickets op te lossen.
De mindset shift
Ik dacht eerst, Claude Code is een assistent die me helpt. Ik zit aan het stuur en Claude voert uit.
Maar met agents gebeurt er iets anders. Je gaat delegeren. Je zet specialisten in. Je hebt minder controle per moment, maar je hebt meer output totaal. Omdat agents parallel kunnen werken. Omdat ze zelfstandig kunnen itereren. Omdat ze context ruimte hebben om écht diep te gaan.
Skills passen in het “Claude helpt me” model. Je bent stuurman. Claude is copiloot.
Agents passen in het “ik delegeer werk” model. Je bent projectleider. Claude je team.
En gaandeweg ontdekte ik nog iets: je kunt deze twee ook combineren in je workflow. Je zet Agents in voor de exploratie en verbetering. Laat ze het werk beter maken, dieper graven. En als je tevreden bent met het resultaat, vertaal je die kennis naar Skills. Die worden dan de regels en standaarden die je altijd wilt toepassen. Agents voor de vraag “hoe maken we dit beter?”, Skills voor de regel “dit doen we altijd zo”.
De volgende stap
Ik ga mijn ISO-test Skill omzetten naar een Agent. Niet omdat het technisch beter is, maar omdat ik wil dat die zelfstandig code doorloopt, fouten markeert, voorstellen test en rapporteert. Ik wil delegeren. Ik wil dat die specialist eigenaarschap neemt.
Dus: heb je werk dat complex is? Dat iteratie nodig heeft? Dat je parallel wilt doen? Maak een Agent.
Heb je werk dat consistent moet en deel van je standaardproces? Maak een Skill.
De keuze bepaalt eigenlijk hoe je Claude Code gaat ervaren. Of je Claude als assistent voelt, of als team.
Raycast Wrapped
Ik weet niet hoe het met jullie zit, maar we worden overstelpt met de Wrapped tours deze dagen. Het begon natuurlijk bij Spotify maar inmiddels hebben LinkedIn, Apple, Reddit, Discord en anderen ook deze eindejaars-truc gevonden voor een glimlach over de hoeveelheid data die ze verzamelen… Ik kreeg net de Raycast Wrapped. Hoevaak open ik deze applicatie-snelstarter, welke apps open ik er mee, welke scripts en op welk moment van de dag. Schijnbaar is deze Hotkey Hero op maandag om 8:00 het meest actief… Wat ze zelf er over zeggen: Disclaimer: Most of the data displayed is stored locally, and Raycast does not have access to it. If you moved between machines during the year, some of the data might have been lost.
