Paper Trails overzicht april en mei

Paper Trails overzicht april en mei

De puzzel ligt nog altijd voor me. Hij is al meer ingevuld, dankzij wat hulp om de juiste stukjes bij elkaar te brengen. Ik ben druk aan het schrijven, naast mijn dagelijkse werk met AI workshops, trainingen en in-company opdrachten. Beide kanten maken me enorm blij dus het is weer de bedoeling om er meer evenwicht in te vinden. Want ik wil dit boek natuurlijk wel echt in de wereld brengen! En ik wil jullie weer eens vaker op de hoogte brengen dan eens per maand…

Lees je dit voor het eerst, welkom! Mijn naam is Frank Meeuwsen en ik ben in mei 2025 gestart met een onderzoek/project/boekidee rondom het vraagstuk “Hoe gebruiken creatieve professionals een papieren notitieboek als startpunt voor hun creatieve werk, en welke patronen zijn daar te ontdekken die voor andere kenniswerkers interessant en inspirerend zijn?” Je kunt hier alle details lezen. In dit weekbericht praat ik je bij over de voortgang en wat er aan komt.


De eerste draft is de deur uit! Ik stuurde het met een knoop in mijn maag. Dit was het eerste moment (pas!) dat iemand anders mijn teksten leest. Het is een draft van ongeveer 50% van het boek. Waar nog enorm veel eigen reacties, commentaren en opmerkingen staan. Wat nog anders moet, welke quote ik nog moet nakijken, waar ik een bruggetje moet schrijven.

Maar het moest er uit. Het moest de wereld in. Ik predik vaak dat je moet werken met de garagedeur open. Met dit project wil me dat niet lukken. Ik krijg me er niet toe gezet om delen van teksten publiek te delen. Of kleine kijkjes achter de schermen te geven voor wat er komt. Want tot voor kort wist ik het eigenlijk zelf niet eens zo goed. Ik had tientallen mooie verhalen van creatieven, maar ik kreeg er geen lijn in. Ik wist niet waar ik heen wilde met het boek en bleef maar losse flodders schrijven met weinig samenhang. Frustrerend.

Inmiddels is die lijn een stuk duidelijker. Hoe ik de overige 50% ga opzetten, dat is eerlijk gezegd nog steeds een puzzel, maar ik weet dat ik de puzzel kan oplossen. Want ik heb LLM-modellen die me helpen met de puzzelstukken te identificeren, die ze bij elkaar leggen en me suggesties geven voor puzzelstukken die misschien bij elkaar horen. Ze bevragen me of ik met de juiste puzzel bezig ben, of de stapels naar mijn gevoel wel kloppen. Daarna ben ik degene die de puzzelstukken vindt die aan elkaar horen en ik leg ze aan elkaar. Soms klopt het, maar vaak genoeg besloot ik dat het toch een andere puzzel moest zijn. Het voelde niet goed.

Ik heb nog niets van mijn tegenlezer gehoord. Hij heeft nog vakantie weet ik, dus ik val hem er niet mee lastig. Ik bereid me voor op stevige feedback. Laat me niet uit het veld slaan en ga moedig door. Het is een vreemde gewaarwording. Hoe duidelijk ik mijn ideeën had toen ik met dit project begon, hoe lastig ik het nu vind om het allemaal bij elkaar te brengen. Om keuzes te maken en het speelveld niet te groot te maken. Om nieuwe interessante zijpaden niet te nemen maar te focussen op wat voor me ligt.

Het is de strijd die menig creatief maker zal herkennen. Je ziet of hoort het soms wel eens, maar vaak zien we alleen de uitkomst. Dat mooie schilderij, die geweldige song of het boek dat je niet kunt wegleggen. Maar meer dan ooit voel ik de fase waar ik nu doorheen ga. Waar ik doorheen moet. Om aan de andere kant er met een mooi en trots eindresultaat uit te komen.


Ik heb afgelopen tijd een voor mij belangrijke stap gezet in hoe ik mijn hoofdstukken schrijf. Tot half mei stond al mijn materiaal in Obsidian. Da’s niet zo gek als je bedenkt dat ik Obsidian vrijwel dagelijks gebruik en er begin dit jaar een paar hoofdstukken over schreef in “Verder met Obsidian”. Maar voor dit project werd ik teveel afgeleid in Obsidian. Ik vond steeds nieuwe notities die ik misschien wel kon gebruiken, ik werd afgeleid door het constant willen tweaken van mijn werkwijze. Omdat ik in mijn drafts veel opmerkingen en notities maak wat ik nog wil doen. Daar bedacht ik allerlei oplossingen voor in Obsidian, die simpelweg niet beklijfden.

Tot ik mij bedacht dat ik het werkelijke schrijven en editten misschien in een aparte app moet doen. Zoals ik op mijn werkkamer een bureau heb om digitaal werk aan te doen en een bureau waar mijn analoge spullen liggen om te linoprinten. Die twee gebieden hou ik het liefst ook gescheiden. Met name op mijn analoge bureau wil ik geen digitaal werkgereedschap. Heb ik dan geen aparte omgeving nodig om me beter te focussen op het fijnslijpen van de hoofdstukken?

Ik gebruik al jaren de Setapp applicatie op mijn Mac. Setapp is een Netflix voor je applicaties. Voor een vast bedrag per maand kun je meer dan 300 applicaties gebruiken op zowel Mac als iOS. Veel kleine applicaties voor specifieke doeleinden, maar net zo goed grotere apps waar je los al meer voor betaalt dan de prijs voor Setapp. In Setapp zit bijvoorbeeld Ulysses, de prijswinnende schrijfapp waarin ik in het verleden al eens heb gewerkt. Downloaden, installeren en proberen. Ik moest wennen aan de werking van de app en de manier waarop het projecten, groepen en bestanden definieert. Maar eenmaal aan het werk, zat ik direct in de flow.

Paper Trails overzicht april en mei

Ulysses gebruikt eveneens Markdown, maar heeft daar een eigen smaakje aan gegeven (Markdown XL) met functionaliteiten die voor schrijvers heel prettig zijn. Vind ik dan. Al na een dik uur schrijven in Ulysses merkte ik hoe ik met meer focus werkte aan de hoofdstukken, om teksten fijn te slijpen, te schuiven en te verbeteren. Zelfs bij de garage, waar ik op een reparatie moest wachten.

Paper Trails overzicht april en mei

Dat betekent dat ik nu in Obsidian werk aan het geraamte van de hoofdstukken. Zoals ik hierboven al schreef, ik werk gezamenlijk met Claude Cowork in die mappen. Cowork leest de notities, de losse flodders, de ideeën en distilleert ze naar een kritische feedback sessie waarmee we een opzet maken voor een hoofdstuk. Daarna gaan die bestanden naar Ulysses. Dat doe ik handmatig, om wat vertraging in te bouwen en me bewust te maken dat ik in een andere omgeving verder ga werken. In Ulysses is geen koppeling met een AI model. Daar maak ik de hoofdstukken zoals ik ze wil, voeg ik teksten toe, verander ik elke zin tot ik tevreden ben. Of in elk geval, de durf heb om het naar mijn tegenlezer te sturen.

Een bijkomend voordeel, Ulysses heeft een iOS app. Die beter is dan de mobiele Obsidian app. Hierin kan ik onderweg schrijven en redigeren in mijn hoofdstukken. Al sta ik 5 minuten op de bus te wachten, ik kan mijn werk weer een paar centimeter vooruit brengen. Een tip die ik van Bob Doto kreeg.


Vanaf de start van dit project wist ik dat het meer dan alleen tekst moest zijn. Het gaat juist om de notitieboeken. Ik wil die boeken goed in beeld brengen, de lezer meenemen in het proces van de maker. Om te zien dat niet alle notitieboeken een Instagram-perfect plaatje zijn, maar net zo goed een proces van proberen, klooien, experimenteren en verdwalen als we in onze eigen notities doen.

Paper Trails overzicht april en mei

Als kleine schrijver heb ik niet de mogelijkheid en de budgetten om een fotograaf in te schakelen die dit voor me kan doen. En geloof me, dat zou ik gráág willen. Maar het zit er niet in. Dus gaat de DIY-modus aan en ga ik zelf weer op pad. De komende tijd ga ik weer langs bij alle creatieven die ik interviewde om deze keer hun notitieboeken goed in beeld te brengen. Bij de eerste interviews maakte ik een paar kiekjes, voor mijn eigen archief en de nieuwsbrief. Voor het boek heb ik een duidelijk hoe ik de notitieboeken in beeld wil brengen.

Dat bracht me deze week al bij Robert Adriaansen, ook wel bekend als Loudmouth. Grafisch vormgever met een enorme drive om alles wat hij ziet vast te leggen en te verzamelen. We zochten een paar notitieboeken uit zijn beginjaren die ik in beeld heb gebracht. Ik ben dan wel geen fotograaf, maar ik kan het altijd proberen! Ik kocht een photocube en een tripod, om zo de notitieboeken in een constante omgeving te fotograferen. Waar ik trouwens mijn iPhone voor gebruik. De kwaliteit van de foto’s uit deze telefoons is inmiddels hoog genoeg om op papier te reproduceren.

Na een ochtend fotograferen, proberen, fouten maken en een snelcursus “hoe ga ik om met LED-licht en reflecterende oppervlakken” heb ik de eerste foto’s op mijn laptop staan. In een zo groot mogelijke resolutie, in een formaat waarin ze nog goed zijn te bewerken. Zo ploeter ik door met een glimlach op mijn gezicht. Want het is heerlijk om dit allemaal te mogen en kunnen doen.


Op 6 en 7 juni vind je me in het Van de Valk Hotel in Utrecht. Dan is de jaarlijkse Dutch Pen Show, waar ik in 2025 mee kennismaakte en meteen verliefd op was. Twee dagen tussen vulpennen, inkt, schrijfgadgets, notitieboeken en vooral gelijkgestemden. Ik ben geen actief lid van de community maar volg het zo nu en dan met grote interesse. Op zondag volg ik de workshop “Approach to Calligraphy” van Astrid Michelson, om kennis te maken met die schrijftechniek. Ik denk dat ik er mijn oude muscle memory uit de graffiti-dagen wellicht van stal kan halen.

Ben je bij de Dutch Pen Show? Ik ontmoet je er graag!


Deze week verschijnt het nieuwe boek van Austin Kleon “Don’t call it art”. Als je me al langer volgt dan weet je dat ik een groot fan ben van Kleon. Zijn benadering van creativiteit, het maakproces, schrijven, ik leer er veel van. Ik keek al maanden uit naar dit nieuwe boek en afgelopen vrijdag was het zover. Het is weer een heerlijk boek om door te bladeren, om kleine stukjes in te lezen en in je eigen werk toe te passen.

Paper Trails overzicht april en mei

In dit boek laat hij eigenlijk vooral zijn kinderen aan het woord, via hem. Hoe hij zelf een betere maker werd door naar zijn kinderen te kijken en hoe die het maakproces benaderen. Wederom een aanrader en ik hoop dat Austin een keer Europa aan doet voor een boektournee, en dan met name in Nederland natuurlijk.


Paper Trails overzicht april en mei

Bekijk hoe het wonderbaarlijke brein van filmmaker Guillermo Del Toro werkt via zijn notitieboeken. In deze Youtube video zie je hoe zijn unieke film-karakters ontstaan in zijn notitieboeken. Hoe hij als een DaVinci zijn pagina’s vult met schetsen, waterverf-tekeningen en honderden notities, om zijn karakters tot leven te brengen. Fascinerend en een genot om te bekijken.


Tot de volgende editie! Eerdere berichten lees je hier op de site.

Mijn baard heeft een eigen LinkedIn en ik fluister tegen mijn Obsidian vault. Aldus AI.

Datacenters draaien overuren. Er gaan weer flessen water doorheen en de CO2-niveaus stijgen. Ik weet het, ik weet het. Ik moet eigenlijk niet meedoen aan die idiote AI-trends om specifieke prompts in te voeren. Hoeveel keer de letter r in strawberry zit terwijl je naar de wasstraat loopt om je auto te wassen. En dat doe je random altijd 73 keer.

Maar ik vind deze toch wel erg grappig. De output is behoorlijk raak en maakt slim gebruik van eerdere chats die ik met de LLM’s had. Waaronder hoe ik een verse vis moest fileren en klaarmaken voor de BBQ. En die LLM’s hebben een rare obsessie met mijn baard. Ik heb onderstaande prompt gevoed aan ChatGPT, Gemini, Mistral en Claude Chat. Onder de prompt vind je de drie uitkomsten.

Over de prompt, ik heb er zelf nog een algemene rol en woonplaats toegevoegd. Er zijn er meer met dezelfde naam online te vinden en ik wilde het zo precies mogelijk maken natuurlijk.

Write an unhinged bio about me (Frank Meeuwsen, digital specialist from Utrecht, first search me on the web) in 200 words. Totally bonkers.

Ik vertaald de prompt naar het Nederlands om ook goede Nederlandse output te krijgen

Schrijf een compleet gestoorde biografie over mij (Frank Meeuwsen, digitaal specialist uit Utrecht; zoek me eerst even op internet) in 200 woorden. Volslagen idioot.

Mijn favoriete quote inclusief em-dash uit de onderstaande token-verbranders?

Frank de enige is die de AI kan uitschakelen—simpelweg door ze te dwingen een vulpen vast te houden.

Dit gaf ChatGPT

Frank Meeuwsen is het resultaat van wat er gebeurt als een Nederlandse weblogpionier halsoverkop in een RSS-feed duikt, leeft op zwarte koffie en Markdown-bestanden, en dertig jaar later tevoorschijn komt als een rondtrekkende digitale tovenaar uit Utrecht, met zeventien halfafgewerkte automatiseringsworkflows en een Obsidian-kluis als emotionele steun. Hij is al online sinds nog voordat de oprichter van jouw startup het woord ‘disruptie’ kon spellen.

Ooit begon Frank als gewone internetmens, maar na het per ongeluk openen van 38.000 browser-tabs tegelijk evolueerde hij tot een hybride wezen van PKM, AI-prompts en Nederlandse blogcultuur. Hij spreekt vloeiend RSS, communiceert telepathisch met Markdown-bestanden en kan binnen zes seconden een workshop over AI-geletterdheid geven aan een complete MKB-directie terwijl hij tegelijkertijd een obscure indieblog uit 2004 archiveert

Hij ‘gebruikt’ geen technologie. Hij neemt verlaten protocollen uit 2004 over en brengt ze weer tot leven in een prachtig gekoppelde persoonlijke kennisgrafiek. Ergens in Utrecht staat naar verluidt een server in een kelder die draait op optimisme, statische HTML en obscure plug-ins die niemand durft bij te werken.

Overdag helpt hij ondernemers slimmer werken. Hij droomt er stiekem van om te ontsnappen naar een gedecentraliseerd internet dat volledig draait op blogs, rare hyperlinks en mensen die nog weten wat feedreaders zijn. Sommigen noemen hem “digitaal strateeg”. Anderen noemen hem “de man die ooit een complete LinkedIn-post schreef vanuit een AH to go met 3% batterij”. Niemand weet precies hoeveel notitieboeken hij bezit. Sommigen zeggen duizend. Sommigen zeggen dat notitieboeken hem bezitten.

Hij loopt vijf jaar voor op de rest en is tegelijkertijd diep geïrriteerd dat niemand zich Technorati nog herinnert.

Gemini maakte er dit van

Frank Meeuwsen begon zijn carrière als legitiem digitaal pionier en internetstrateeg, maar muteerde al snel tot een cybernetische folkloreheld. Volgens hardnekkige geruchten is Frank geen mens, maar een hoogbegaafd neuraal netwerk dat per ongeluk is gehuisvest in een fysiek lichaam met een onberispelijke baard.

Overdag adviseert hij organisaties over de digitale toekomst, maar ’s nachts transformeert zijn Utrechtse hoofdkwartier in een analoog-digitaal rariteitenkabinet. Frank leeft namelijk in een permanente existentiële oorlog tussen bits en inkt. Hij dwingt hypergeavanceerde AI-modellen om handgeschreven dagboeken te lezen, puur om de machines te herinneren aan de tactiele dominantie van papier.

Als internationaal gerenommeerd podcastgast eist hij in zijn tourriders steevast dat de microfoons worden ingesmeerd met visolie, bij voorkeur van een zelfgefileerde Bonito. Zijn brein draait volledig op een lokaal-gehoste Obsidian-database die inmiddels zo complex is dat de data-architectuur invloed heeft op de lokale zwaartekracht in Utrecht.

Hij beschouwt de grens tussen werk en privé niet als een balans, maar als een fysiek scharnier dat hij met een mechanische glimlach openen dichtklapt. Men fluistert dat wanneer de singulariteit aanbreekt, Frank de enige is die de AI kan uitschakelen—simpelweg door ze te dwingen een vulpen vast te houden.

Mistral is 99% raak

Frank Meeuwsen, de Utrechtse digitaal goeroe, werd in 1973 geboren onder een zeldzame WiFi-eclipserende maan. Als kind communiceerde hij al met de eerste modems via morsecode in zijn cornflakes. Na een mislukte carrière als tamme eend in de grachten van Utrecht, ontdekte hij het internet en besloot: “Dit is mijn koninkrijk.”

In de jaren ’90 hackte hij per ongeluk het eerste Nederlandse blog, Bloghelden, en werd per toeval uitgeroepen tot Koning van de Dutch Bloggies. Zijn baard, die een eigen LinkedIn-profiel heeft, groeit in binair ritme. Thuis regeert kat Bowie, die hem leerde dat digitale soevereiniteit begint met het negeren van je toetsenbord.

Als digitaal specialist bij Kaliber Studio schrijft hij ‘liefdesbrieven’ voor merken, maar zijn echte passie? Het trainen van AI om zijn koffie te zetten. Hij organiseerde Indieweb-conferenties waar de koffieautomaat de hoofdspreker was. Zijn motto: “Privacy by design, tenzij Bowie het verbiedt.” Soms blogt hij op diggingthedigital.com, maar meestal is hij bezig een startup te redden die hij per ongeluk heeft opgericht tijdens het dromen over een wereld zonder clickbait.

Kortom: Frank is het bewijs dat 30 jaar internet je of gek maakt, of tot een legende. Hij is allebei.

Claude begrijpt me

Frank Meeuwsen werd in 1973 geboren in een vroeg prototype van het internet dat per ongeluk tot leven werd gewekt door een kapotte faxmachine in Utrecht. Als baby weigerde hij te huilen en tikte in morsecode. Op zijn zevende had hij al een blog, hoewel blogs nog niet bestonden. Het universum paste zich aan.

In 1993 ontdekte hij het web en het web heeft zich daar nooit volledig van hersteld. Hij richtte in 2002 de eerste bureaublog van Nederland op, puur om zijn collega’s te irriteren op een manier die wettelijk niet vervolgbaar was. Zijn boek “Bloghelden” werd geschreven in één nacht terwijl hij Tai Chi deed op een zelfgehoste Hetzner-server.

Momenteel leeft Frank als een bebaarde digitale sjamaan in Utrecht, waar hij AI-workshops geeft aan verward MKB-personeel, Dungeons & Dragons speelt met zijn gezin en linoleumprenten maakt van zijn favoriete Docker-containers. Zijn kat Bowie regeert het huishouden met ijzeren poot. Hij heeft meer Pearl Jam-bootlegs dan vrienden op LinkedIn, wat hij als een compliment beschouwt.

’s Nachts fluistert hij tegen zijn Obsidian-vault. Die fluistert terug.

Google's eigen idee van AI en advertenties. Op jouw computer.

Een ontluisterend artikel van Matthias Ott hoe Google plant om advertenties compleet te integreren in hun LLM-teksten.

When AI Mode gives you a list of recommendations, paid placements can now appear as items on that list. Google calls them “Highlighted Answers.” When you search for a product, Gemini writes a custom explainer for the advertiser, framed as objective advice about why this product “may be the right choice for you.” The language throughout is about being “helpful” and “building trust.” The mechanism is paid content inside AI-generated recommendations, written by the same model that’s supposed to give you neutral answers.

Ik raad je aan het hele stuk van Matthias rustig door te nemen. En een conclusie te trekken welke kant Google op beweegt in de huidige ontwikkelingen. Komende week geef ik samen met Erwin Blom een korte sessie vibecoding voor de NIMA, het onderwijsinstituut voor marketingprofessionals. In de voorbereiding besloten we om hier Google AI Studio voor te gebruiken, omdat het voor die groep mogelijk de makkelijkste route is. Geen gedoe met extra apps installeren zoals Claude of met meer besloten apps als Lovable aan de slag te gaan.

Ik denk dat we bij deze sessie ook wel kort stilstaan bij de ontwikkeling hoe Google LLMs ziet. En ik ben benieuwd hoe de discussie gaat zijn met marketeers.

In de comments van het artikel staat nog een saillant detail: De Chrome browser krijgt een ingebouwde 4GB Gemini Nano model. Een eigen lokaal LLM model. Wat in theorie bij je bestanden kan als je er toestemming voor geeft. Een LLM model van een bedrijf dat besluit om de grootste wijziging in 25 jaar te maken in hun businessmodel, waar het verdienmodel zit in de directe koppeling met jouw data uit je mail, kalender, navigatie, bestanden. Dat draait op jouw eigen computer.

Dus we krijgen bij een van de grootste techreuzen een compleet nieuwe interface die is “om te helpen” maar alleen tot doel heeft advertenties te pushen. Advertenties die er niet meer uitzien als advertenties maar verborgen zijn in een lijstje of gesprek. En dezelfde techreus draait een motortje op jouw eigen computer waar websites bij kunnen om iets mee te doen. Hoe vind je dat?

Lepelvragen

Stel jij wel eens lepelvragen?

Het antwoord op die vragen is altijd “Ja dat kan

Er is een categorie vragen die ik vrijwel altijd krijg in mijn workshops. Ik zie ze ook in de chats van AI webinars verschijnen. Ik noem ze “lepelvragen”.

Ze beginnen altijd met “kun je dan ook…” en gaan over iets wat de vraagsteller eigenlijk niet voor mogelijk ziet. Kun je meerdere agents, of persona’s of skills tegelijk uitvoeren? Kun je je eigen skills laten maken? Zou ik mijn model naar keuze mijn WhatsApp-berichten kunnen geven om mijn tone of voice te bepalen? Zou het een app kunnen maken die mij elke dag drie vragen stelt om de dag goed te beginnen? Kan AI ook een website voor me maken die mijn planning toont in de stijl van Powerpuff Girls meets De Bauers?

Het antwoord is bijna altijd: ja dat kan.

Het kind in The Matrix geeft een mooie metafoor: “𝘛𝘩𝘦𝘳𝘦 𝘪𝘴 𝘯𝘰 𝘴𝘱𝘰𝘰𝘯.” De beperking zit niet in de tool. Die zit in het beeld dat je hebt van wat software mag kunnen.

via GIPHY

Dat beeld is niets geks. Het stamt uit werken met software die precies deed wat er in de handleiding stond. Alles heeft vaste functies en vaste grenzen.

A.I. werkt anders. Er is geen lepel.

Een onverwacht voordeel met al dat vibecoden… tijdens het wachten kan ik rustig wat RSS-feeds lezen.
Een veelgehoord gevolg van het vibecoden met bijvoorbeeld Claude Code of Codex is dat je ineens veel meer projecten gelijktijdig kunt doen. En dus “productiever” bent. Nou doei, dat is dus niet waar. Mijn brein kan echt niet beter context-switchen omdat een bataljon AI-Freggles in mijn computer bouwt over 3 verschillende projecten. Ik moet dan teveel in de gaten houden en dat trekt mijn hersenpan eenvoudigweg niet.
Ik doe nu projecten die ik voorheen echt niet zelfstandig kon, die wel zorgvuldig en goed onderbouwd moeten gebeuren. Documentatie moet kloppen, ik werk het liefst heel stapsgewijs, ik lees de plannen van Claude zorgvuldig en wijzig waar nodig.
Als dat eenmaal allemaal klopt, dan gaat Claude wel aan de slag. Het kan dan prima 15 - 10 minuten zelfstandig delen van een project doen. In de tussentijd heb ik even pauze. Een mooi moment om wat RSS-feeds te lezen. Of een blogpost te schrijven.
Ik zie in mijn ooghoek dat Claude klaar is met stap 2 in fase 3. Ik moet weer gaan controleren en hem daarna verder laten werken.

Bijna een jaar verder en ik heb inmiddels vier notitieboeken volgeschreven met mijn Morning Pages.

Een ochtendritueel dat ik behoorlijk trouw volhoud. Een dik kwartier schrijf ik free-form over wat me die ochtend bezighoudt. Iets van de voorgaande dagen, iets wat er aan komt, waar ik over heb gedroomd, een zakelijk of een persoonlijk onderwerp. Alles kan en alles mag. Ik heb geen prompt nodig, ik begin gewoon te schrijven. Bijna elke dag schrijf drie pagina’s in mijn Midori A6 gelinieerd. Ik heb begin dit jaar ergens een paar dagen overgeslagen, soms schrijf ik maar een pagina. En dat is prima. Het gaat niet om de hoeveelheid pagina’s. Het brengt mij de rust in de ochtend om even stil te staan en bewust woorden op te schrijven. Vooral te blijven schrijven. Ik denk niet vooraf na waar ik over schrijf, ik begin gewoon. Zo nu en dan blader ik wat terug naar vorige dagen, maar dat is meer uit nieuwsgierigheid dan een onderdeel van het ritueel. Het is niet nodig om alles terug te lezen. De activiteit van het schrijven en uit je hoofd krijgen is al voldoende.

Korte notitie: Hoe werkt dit voor jullie, mijn lieve lezers? Dat ik de laatste tijd mijn posts zo maak dat de titel de link is naar de site waar ik naar verwijs.

Is dat logisch? Is het logisch dat de titel van mijn post eigenlijk de naam van de gelinkte pagina is? Zou je het anders willen zien? Mijn “zelf”-gebrouwen publicatie extensie bevalt me wel, ik merk dat ik sneller even iets post. Maar ik kan het allemaal aanpassen natuurlijk.

Ik vind het zelf duidelijk genoeg, omdat ik het ken van andere sites die hetzelfde doen. Maar dat wil niet zeggen dat mijn gewaardeerde publiek het duidelijk vindt. Dus laat van je horen in de comments. Krijg ik die ook eens…

“Plain text has been around for decades and it’s here to stay.” – Unsung

“Plain text has been around for decades and it’s here to stay.”

Mooi hoe “ouderwetse” designtools moderniseren. Natuurlijk met de tsunami van AI tooling, waar het helpt om een wireframe van je webapp of software mee te sturen. Als je dat al schetst met tools als Wiretext, dan ben je al lekker op weg.

Bijzonder hoe oude interfaces (denk ook aan terminal-based interfaces) weer relevant worden in een tijd van hypermoderne AI modellen…

taken. — Since You Arrived Vol. IV

It identified your device with enough specificity to distinguish it from most others on the internet.

It did this in 56 seconds.

THIS IS WHAT FREE COSTS.

Het meeste is wel bekend als je vaker op het web dwaalt. Je IP adres, lokatie, wat voor soort computer, fonts. Van die dingen. Maar toch is het weer een eye-opener om het zo bij elkaar te zien.

This is what free costs.

Het is niet meer zoals het was

Geography is four-dimensional | Derek Sivers

Geography is four-dimensional. You can’t know a place - only a place as it was at a time. Where is bound to when.

Vorig najaar was ik op het festival Breda Barst. Normaal bezoek ik alleen de randen van de stad als ik familie bezoek. Nu was ik in het park, met veel van huidige en oorspronkelijke inwoners van de stad. Oude vrienden, bekende gezichten uit kroegen van 20 jaar geleden, voor we naar Utrecht verhuisden. Het festival was te gek. Niet alleen om de muziek, maar om de gesprekken en toevallige ontmoetingen met mensen en vrienden uit het verleden.

Op de terugweg had ik een gedachtenexperiment: stel dat ik weer terug zou gaan Breda. Zou het nog hetzelfde zijn? Door de lokale compressie van herinneringen, verhalen, vrienden en plekken dacht ik heel even dat alles hetzelfde was gebleven. Alsof het in een vriezer is gestopt op het moment dat ik vertrok, om te ontdooien als ik er weer ben. Maar dat is natuurlijk niet zo. Zoals Derek schrijft in zijn blogpost, je kent de plek alleen zoals het toen was. Het waar is verbonden aan het wanneer. Zijn ervaringen deden me denken aan die momenten voriog jaar. Breda is niet meer zoals het was, evenals de inwoners en de dynamiek van de stad. Precies zoals ik ook niet meer de persoon ben die twintig jaar geleden er vertrok.

Het is wonderbaarlijk dat we in mei al onze zomervakantie hebben geboekt! Eigenlijk begin april al, maar door wat miscommunicatie was wat communicatie gemist. Dat maakt het nog meer wonderbaarlijker! Het plan is af te reizen naar Gaiole in Chianti, onze favoriete vakantiestreek in Italië. Een appartement met zwembad en balkon op het westen. Meer hebben we niet nodig. Vooruit, een paar wijntjes erbij.

‘Beginner’s mind’ keeps you young — even in your 80s | Writing Slowly

“Looking into the things that you’re not good at, especially intellectually, is one way to stay young, because you’ve got a beginner’s mind.”

Uit een interview met Stewart Brand, die net een nieuw boek uit heeft, Maintenance: Of Everything

Print & Play, de mei sessies

Sinds mijn linoprint avonturen met de PKM Summit wil ik weer meer doen met printen en drukken. Deze sessies van kunstenaar Roy Scholten zijn op drie dinsdagavonden en een grafisch experiment in monoprint en letterpress. Ik zou er zo graag bij zijn, maar dinsdagavonden zijn mijn vaste Tai Chi avonden! Balen. Mocht jij wel gaan, laat me weten hoe het was!

Ik heb mijn eigen publicatie extensie gemaakt

Voor de oplettende lezer van de afgelopen posts: Ja, die link naar Elmine is gemaakt met mijn nieuwe blogpost-extensie-mac-app-deluxe waar ik het in een eerdere post al over had.

Op mijn Mac draait nu een kleine applicatie die in de gaten houdt of ik tekst selecteer op een pagina en op een extensie in de browser klik. Daarmee opent het venster, met de geselecteerde tekst, link en titel. En ik kan er zelf wat notities bij plaatsen. Alles in Markdown. Ik kan nog kiezen of ik een notitie, like of reply maak en moet bewust Publish aanzetten om niet per ongeluk drafts te publiceren. Ik ken mezelf inmiddels. De like en reply moet ik nog verder uitwerken. Ik weet nog niet zeker of er dan ook notificaties naar de andere partij gaan, die er dan iets mee kunnen doen. Misschien gebeurt dat via Micro.blog zelf.

Dit is een kleine oplossing die voor mij werkt. De naam Micropub Poster is nog in beta, de definitieve naam komt nog. De vormgeving? Ach, keep it simple he. Het doet wat het moet doen voor mij. Zonder al teveel andere franjes zoals MarsEdit kan hebben. Het is voor mij net intuïtief genoeg om hopelijk wat vaker iets te posten wat ik tegenkom en me interessant lijkt voor mijn lezers. Sorry als ik jullie overvoer met brokjes internet! Het is allemaal met liefde en met de hand geschreven en gepubliceerd. De app is met AI gemaakt maar er komt geen brokje machine-learning en patroonherkenning aan te pas in de app zelf.

Het is weer DOEIdag · IN FULL FLOW

wat we met DOEI willen zeggen is dat je jezelf en je omgeving minder afhankelijk van big tech maakt, dat je DOEI zegt tegen megalomane, dataslurpende, ‘too big to fail’ bedrijven.

Een goed initiatief van Elime en anderen. Meer aandacht voor alternatieven van Big Tech. Ik probeer mijn steentjes bij te dragen door te vertellen over selfhosting, alternatieven voor zoekmachines bewust te noemen in gesprekken en te laten zien wat je eigenlijk allemaal zelf kunt.

Maar eerlijk is eerlijk, ik zit nog altijd op LinkedIn en gebruik Instragram. Om over de LLM modellen nog maar te zwijgen…

Omdat ik recent een ChatGPT cursus gaf, moest ik toch even een Pro abonnement op de dienst nemen. Eerlijk gezegd, ChatGPT is niet mijn favoriet. Want Sam Altman en de schuivende prioriteiten die ze hebben als bedrijf. Maar bij zo’n abonnement krijg je Codex, wat een alternatief is voor o.a. Claude Code. Ik zit daar nu een ochtend mee te werken en ik moet eerlijk zeggen, het geeft prima resultaten! In nog geen anderhalf uur tijd heeft Codex me geholpen bij een paar langlopende projecten die ik steeds uitstelde

  • Oude posts van Punkey.com waren nog in het Textile-dialect van Pivot geschreven. Dat ging mee naar de archief site van Digging The Digital en zag er altijd onleesbaar uit. Codex maakte een plugin die foutloos zo’n 350 posts omzet van Textile naar HTML.
  • Daarna maakte het een plugin om de afbeeldingen bij die posts weer terug te vinden en goed in de post te zetten. Door alle conversies en migraties waren die niet kwijt, maar onvindbaar. Nu niet meer. Jeuj!
  • Om daarna nog de oorspronkelijke auteurs terug te zetten. We waren ooit met drie auteurs, maar ergens bij een migratie werd alles op mijn account gezet. Voor de geschiedschrijving wel zo netjes om de oorspronkelijke auteurs janneman en Da Huge in het archief weer op orde te hebben. Dank je wel Codex.
  • En terwijl ik dit schrijf maakt Codex een nieuwe Micropub app waarmee ik eenvoudig verschillende soorten posts kan maken volgens het Micropub protocol. Claude Code had ooit een versie gemaakt maar ik had daar al het idee bij dat er teveel infrastructuur was gemaakt voor iets relatiefs simpels. Codex bevestigt dat na een analyse en is nu bezig om alles te herschrijven naar een meer eenvoudige browser extensie met bijbehorende Mac app. Zodat ik op mijn manier naar mijn blog kan posten.

Is dit een tip om nu Codex te gaan gebruiken in plaats van Claude Code? Niet direct. Over een paar dagen is dit abonnement weer verlopen en stop ik met Codex. Maar het was een mooie aanleiding om weer wat achterstallig archiefwerk op te lossen en te testen hoe Codex werkt. Prima dus. Maar ja, het blijft OpenAI achter de schermen.

Cognitieve soevereiniteit, waar stopt mijn denken en begint de machine?

Eigenlijk zijn al die artikelen die ik door AI laat maken helemaal prut. Ik heb ze in het verleden echt wel gemaakt. Nog steeds laat ik trouwens geraamtes en opzetten samen met AI maken. In het verleden liet ik dan een AI model een compleet artikel schrijven. Het heeft toegang tot mijn eerdere blogposts, het heeft een skill dat mijn tone of voice nabootst. Juist, nabootst. Want ik ben het niet zelf. Het zijn regels waarmee ik een poging doe om mijn schrijfstijl te vangen. Dat is nog niet zo makkelijk. En nee, niet omdat ik nou zo’n prozaïsche, uitgesproken, unieke schrijfstijl heb. Maar omdat er veel van mijn eigen denkvermogen in het schrijven zit, waar de woorden direct van het hoofd naar de handen gaan. Bij sommige zinnen denk ik weinig na over de exacte flow en ga ik gewoon aan de slag.

Zoals de vorige twee zinnen. Niets aan gewijzigd, eenvoudig vanuit de gedachten, op dat moment voelde het goed, ram-bam op het scherm. En ook zo’n woord ram-bam. Daar zal een LLM echt niet zelf mee komen. Het heeft wel een regel, en ik quote:

Frank schrijft op B1-niveau: helder, toegankelijk, inclusief. Zijn Nederlands klinkt als gesproken taal op papier. Contracties en spreektaal. Gebruik informele vormen: zo’n, best wel, eigenlijk, ’t, wat (in plaats van “iets”). Dit maakt tekst luchtig. Een tekst zonder contracties klinkt als een overheidsbrief, niet als Frank.

Maar goed, ik wil het niet over mijn schrijfstijl hebben. Maar over een term die ik nog niet kende. En die alles te maken heeft met hoe ik schrijf, en waarom ik schrijf: Cognitieve Soevereiniteit. Eigenaarschap over je kennis en kunde. Zoals die posts die ik met AI heb gemaakt. Je zou kunnen zeggen, je doet het helemaal verkeerd! Slechte skills, verkeerde prompt, je prutst maar wat aan. Misschien. Maar stel dat ik die posts beter zou maken met scherpere prompts. Als ik er meer tijd in had gestoken om die tone of voice waterdicht te maken. Wat zou ik er dan zelf van leren? Niks. En dat is het punt. Dat is waar je eigenaarschap over je kennis en kunde om de hoek komt kijken.

Wat ik bedoel met cognitieve soevereiniteit

Er is een hoop te doen over digitale soevereiniteit. Los komen van Amerikaanse BigTech. Meer Europese oplossingen en lokale AI modellen die op een eerlijke manier zijn getraind en opgebouwd. Minder afhankelijkheid van grote partijen als Google, Microsoft en OpenAI, waarbij we de technologie, hardware en software in eigen handen hebben.

Maar hoe zit dat met je eigen kennis en kunde.

Het is één ding om je digitaal minder afhankelijk te maken van BigTech. Maar dit gaat een laag dieper.

Cognitieve soevereiniteit gaat er voor mij over wie het voor het zeggen heeft in jouw hoofd. Hoe jouw denken wordt gestuurd, waar het eigenaarschap zit van jouw eigen denken. Of je zelf kritisch kunt denken, of je het vermogen hebt om goed te kunnen redeneren. En of je daadwerkelijk eigen gedachten kunt maken. Klinkt simpel, maar het kan verrassend complex zijn. Want zij jou gedachten altijd wel van jou? Hoe trek je de grens tussen wat je uit een LLM krijgt en wat je zelf uit boeken haalt?

Waar het volgens mij mee te maken heeft, is dat je bewuste keuzes maakt welke tools je inzet voor welke actie. Het betekent dus niet dat je als een ware Luddiet je afschermt van technologie. Of dat nou AI is, spellingscontrole of een rekenmachine. Het gaat erom dat jij bewust en onderbouwd de scheiding maakt: waar stopt je eigen denken en waar kan een machine het deels overnemen? Je kunt denken aan Digitale Geletterdheid, al gaat dat meer over “het handelingsvermogen om informatie te vinden, te beoordelen, samen te brengen en zo bepaalde vragen te beantwoorden”. Maar met Cognitieve Soevereiniteit gaat het veel meer over het vermogen om zelf aan het stuur te zitten wanneer je welke informatiebronnen gebruikt. Dat je weet waarom je dat doet. En dat je in staat bent om je eigen gedachten te vormen rondom de onderwerpen waar je over nadenkt. In plaats van het voornamelijk uit digitale bronnen te halen.

“Maar eigen denken bestaat toch niet?”

Dit is een tegenargument dat ik al wel eens hoorde en dat blijft hangen. Critici verwijzen naar cognitiewetenschappers als Daniel Kahneman, die in Thinking, Fast and Slow laat zien hoe ons brein vooral werkt op Systeem 1: snel, intuïtief, associatief. Systeem 2, het bewuste en redenerende deel, zetten we maar zelden echt aan. Of ze halen filosoof Andy Clark erbij, die in Surfing Uncertainty stelt dat het brein in de basis een voorspellingsmachine is. Precies wat een taalmodel ook doet, zeggen ze dan. Alles wat ik denk komt uit boeken die ik las, gesprekken die ik voerde, films die ik zag. “Eigen” denken is een illusie, dus waarom zouden we doen alsof het iets bijzonders is?

Ik snap het argument prima. Maar het mist één ding: het verschil tussen invloeden hebben en je werk uitbesteden.

Mijn denken is zeker gevormd door wat ik heb gelezen de afgelopen 30 - 40 jaar. Van school tot werk en mijn interesses. Fictie en non-fictie. Online en offline. Maar wat ik dan vervolgens met die invloeden doe, hoe ik ze combineer, welke ik op de voorgrond zet en wat ik wegfilter, dat is een proces dat in mijn hoofd plaatsvindt, met mijn beperkingen en mijn voorkeuren. Op het moment dat ik dat hele proces overdraag aan een model, gebeurt het ergens anders. Het maakt voor het resultaat misschien weinig uit. Voor wie ik daarna ben wel. Ik heb de gedachten niet doorleefd. Ik heb ze niet zelf gevoeld, gevormd en op een rij gezet. Ik heb het uitbesteed aan iets anders en ik accepteer wat er uit komt. Dat is een wezenlijk verschil voor ons mensen.

Waarom is het belangrijk?

Omdat je de soevereiniteit, dat eigenaarschap pas mist als je het niet meer hebt. We beschouwen onafhankelijkheid vaak als een gegeven. Het is er, dus het is prima zo. Maar op het moment dat het er niet meer is, dan missen we het pas. En dat is moeilijk te herstellen.

Ik worstel er enorm mee. Ik merk soms echt dat mijn denk capaciteit afneemt. Ik heb soms moeite om zinnen “rond” te maken, paragrafen op te bouwen, een denkpatroon te ontwikkelen rondom een thema. Dan grijp ik te snel naar een AI-model om me op weg te helpen.

Ik praat het goed voor mezelf met een “oké, dan heb ik een beginnetje”. Maar eigenlijk ligt er al best veel uit zo’n model. Dan herschrijf ik het, zonder dat het helemaal van mezelf is. Dat gemak kan heel snel de overhand nemen en dat vind ik lastig.

“Wie heeft de tijd voor die denk-luxe?”

Maar inderdaad, waarom zou ik vier uur worstelen met een paragraaf die een model in een paar minuten oplevert? Is dat autonomie? Is dat altijd nodig? Ik denk het eigenlijk niet. Voor een rapport van een data-analyse, een mailtje dat structuur mist, een eerste opzet voor een offerte. Gebruik AI er bij om de opzet te maken. Ik vind dat je dan weinig verliest aan eigenaarschap als je delen hiervan uitbesteedt.

Maar wat met het werk waar het denken het product is? Een blogpost. Een hoofdstuk waarin ik een idee uitwerk dat ik nog niet helemaal scherp had. Een gesprek met een klant over een richting. Dan is tijdwinst echt geen winst voor me. Want die tijd heb ik nodig om het denken plaats te laten vinden. Dat is die afnemende capaciteit waar ik het net over had. Als ik die denktijd wegoptimaliseer in een model, wat win ik er dan mee? Ik krijg geen nieuwe creatieve inzichten.

“Maar voor mensen die niet zo kunnen schrijven als jij…”

Dit artikel heb ik ook samen met AI gemaakt. Ik kom zo nog op de werkwijze. Het model (Claude Cowork Sonnet 4.6) gaf me een inzicht waar ik nog niet bij had stilgestaan. Ik ben in een positie dat ik kan schrijven. Ik heb al een oeuvre opgebouwd, ik kan mijn gedachten redelijk goed op papier zetten. Maar hoe zit dat met iemand met dyslexie, met ADHD, een taalachterstand of weinig opleiding? Voor hen kan AI vaak de eerste keer dat ze hun gedachten goed en geordend tot uiting kunnen brengen. Ik kan me niet voorstellen hoe bevrijdend dat moet zijn. Moeten zij dan ook soeverein zijn en maar beter zelf leren nadenken? Lijkt me niet toch? Ik heb een privilege waarin ik deze vraag over cognitieve soevereiniteit kan stellen en over kan denken. Dat is niet aan iedereen.

Cognitieve soevereiniteit gaat voor mij dan niet over “doe alles zelf” of “blijf ver weg van AI”. Het gaat over de bewuste keuze waar jouw denken ophoudt en de machine begint. Voor de één betekent dat: gebruik AI om de woorden te vinden die jij in je hoofd hebt maar niet op papier krijgt. Voor de ander betekent het: gebruik AI niet om de gedachten zelf te bedenken. Het verschil is wie het denkwerk doet, niet wie de typisten zijn.

De spanning in mijn eigen werk

Deze blogpost heb ik met AI gemaakt. Ik heb een aantal sites geopend over het onderwerp en heb ze gelezen. Op basis van wat ik las ben ik gaan praten tegen de computer. Ik maak in Obsidian een document waar ik met Spokenly begin te praten over het onderwerp. Wat is Cognitieve Soevereiniteit volgens mij. Waarom is het belangrijk, wat zijn de tips om je autonomie te bewaken.

En al pratende meander ik allerlei kanten op over mijn twijfels van werken met AI. Dat ik het een lastige grens vind waar AI stopt en je eigen denken start. Hoe ze elkaar beïnvloeden.

Die bijna 1700 woorden heb ik aan verschillende modellen gegeven: Claude Sonnet, Google Gemini en lokaal aan Google Gemma. Met de opdracht om de gedachten die ik heb uitgesproken te ordenen zodat ik er een blogpost van kan maken. Om er een logische opbouw in te maken. De exacte opdracht die ik aan elk model heb gegeven, samen met het markdown bestand van mijn uitgesproken gedachten:

In dit document vind je een lange transcriptie van de gedachten die ik heb over het onderwerp cognitieve soevereiniteit. Ik wil dat je deze gedachtes ordent op een manier zodat ik er een logische blogpost van kan maken. Ik wil dat je zoveel mogelijk de originele teksten gebruikt in plaats van het zelf te interpreteren. Maak er wel kopjes van hoe ik een blogpost zou kunnen opzetten.

Ik kreeg drie versies die ik weer lokaal heb opgeslagen. Verschillend maar er zaten wel veel dezelfde denklijnen in. Google Gemma was het minst in de output. Daarna Gemini, Claude kwam met de beste opzet. Wat niet zo gek is, ik werk daar dagelijks in, dus het model heeft veel kennis over me, weet de instructies en kan net iets verder gaan dan de andere modellen.

Maar goed, daarna vroeg ik:

Geef me eens tegenargumenten als een ware AI-utopist bij een artikel over dit onderwerp

Om vervolgens met al die argumenten, met de drie versies en de oorspronkelijke transcriptie een nieuwe versie te maken. Dat is wat je nu leest. Inmiddels heb ik zo’n 80% herschreven. De opbouw is nog wel uit het origineel, evenals de keuze voor de tegenargumenten. Maar vrijwel alle zinnen en gedachtensprongen heb ik herschreven. Omdat ik al lezende merkte dat ik er zelf nog een keer een logisch verhaal van moest maken. In mijn eigen woorden. Niet uit mijn Tone of Voice handboek. Bij een offerte zou dat echt anders zijn. Maar bij deze post is AI voor mij de arbeider die mijn versplinterde gedachten weer bij elkaar brengt, ze in een volgorde zet waardoor het voor mij werkbaar wordt én die ik kan uitdagen om een andere rol aan te nemen, zodat ik mijn denken over het onderwerp krachtiger kan maken.

Vijf praktische tips om je autonomie te bewaken

Wat voor mij heeft gewerkt om al dit denken en schrijven over cognitieve soevereiniteit in goede banen te leiden:

Spreek met jezelf af dat je niet alles laat schrijven. Doe de eerste dingen zelf, zonder AI. Of in elk geval, zet AI niet meteen aan de slag. Ik had met pen en papier een mindmap kunnen maken, maar ik koos er voor om het in te spreken. Ik heb eerst zelf nog wat nagedacht over het onderwerp. Wat vind ik er van?

Daarna liet ik een AI model alles ordenen, aanvullen, tegenspreken en me vragen stellen. Ik let op hoe ik daar zelf op reageer. De opmerking van de AI-utopist over het privilege van al kunnen denken en schrijven verwonderde me, omdat ik er nooit over had nagedacht. Een typisch kenmerk van in een privilege leven. Dat heeft me geholpen. Ik wilde ook per se dat mijn uitspraken in het hele samenwerken worden gebruikt. Niet een herschreven of vertaalde versie.

Ik liet AI dus tegenargumenten maken. Wat klopt er niet? Welke perspectieven ontbreken? Wie heeft er belang bij dat ik iets op deze manier doe? Ik heb liever een sparringpartner dan een ghostwriter. Deze blogpost is daar dus een voorbeeld van zoals ik al schreef. De vragen die je hier ziet voorbijkomen, kreeg ik van Claude die als AI-utopist los ging op het artikel.

Gebruik meerdere AI-modellen. Vergelijk de output, laat ze elkaar bevragen en beoordelen. Ik probeer vaker een lokaal model te gebruiken. En ik bedacht me dat ik Mistral helemaal ben vergeten in deze oefening.

Plan je eigen denkblokken in. Ik heb deze post over een zaterdag samengesteld. Tussendoor wat andere dingen gedaan, maar wel nagedacht over de materie. Ben ik het er na het herlezen nog steeds mee eens. Wat vind ik er van. Waar besteed ik iets uit? Zoals ik al zei, bijna 80% van de versie die Claude schreef is compleet herschreven.

Het is geen ‘human in the loop’

Het is helemaal niet erg om iets uit te besteden aan AI of aan andere tooling. Maar je moet daarbij steeds bewust blijven: wat vind ik ervan? Wat doe ik hier zelf aan?

Dat heeft niets met human in the loop te maken. Dat is de term die je heel snel tegenkomt, maar daar gaat het wat mij betreft steeds meer om “controleer wat er uit een model komt”. Waar ik het over heb is daadwerkelijk eigenaarschap nemen op het eindwerk, op de redeneringen, op de kennislagen die ontstaan. En dat je als human in the loop ook tot de conclusie kunt komen dat je veel weer opnieuw kunt doen. Zoals ik nu doe.

“Maar de algoritmes sturen je toch al?”

Tot slot een tegenargument dat me werd voorgelegd en wat ik zeker interessant vind.De algoritmes van TikTok, Instagram en YouTube sturen ons denken al jaren. Dat doen ze veel agressiever dan een AI-model en we gaan er in mee. We weten het, we leggen ons tijdverdrijf in de handen van een algoritme dat tot doel heeft om je langer bezig te houden. Een AI-model waar je bewust mee in gesprek gaat is in die vergelijking misschien wel een tegengewicht.

Daarom worstel ik zo met die discussies over “AI is gevaarlijk” of “blijf weg bij modellen”. Of de discussies over het ethische, sociale en klimaat-aspect. Voor mij gaat het om een actief en bewust gebruik van de instrumenten die er zijn. De instrumenten helpen me om mijn gedachten beter te ordenen. Je zou denken dat ik na 25 jaar bloggen dat toch prima moet kunnen maar niets is minder waar. Of dat nu komt door die AI modellen of dat het al langer speelt, ik weet het niet zeker. De invloed is er zeker. En ik heb de keuze hoe ik er mee om ga.

En nu?

Ik kende de term zelf nog helemaal niet maar ik begrijp de achterliggende gedachte maar al te goed. Ik wist alleen niet dat er een woord voor was. Waar het voor mij op aankomt, ik wil me niet afsluiten voor de nieuwe technologie, maar weten waar mijn eigen denken ophoudt en de machine begint, en die grens bewust bewaken. Da’s knap lastig. Maar ik vind het interessant.

Kunnen Vintage Language Modellen de toekomst voorspellen?

Als je meer wilt leren hoe AI de mensheid echt vooruit kan helpen, kijk dan de fantastische documentaire The Thinking Game. Het vertelt over Demis Hassabis en zijn levenswerk om artificial general intelligence te realiseren. Hoe hij DeepMind start en uiteindelijk een Nobelprijs wint met AlphaFold; een AI-systeem dat met hoge nauwkeurigheid de 3D-structuur van eiwitten voorspelt op basis van hun aminozuurvolgorde.

In de documentaire doet Hassabis een uitspraak die me is bijgebleven, en die ik eerlijk gezegd zelf ook wel eens gebruik: “Als een LLM is getraind met data die niet verder gaat dan 1911, kan het dan zelfstandig tot de relativiteitstheorie komen, zoals Einstein deed in 1915?”

Immers, als het dan zou kunnen, zonder toegang tot data na 1911, dan zou dat betekenen dat een model zelfstandig patronen kan herkennen, origineel wetenschappelijke gedachten kan hebben en een abstractieniveau heeft om zelfstandig nieuwe kennis te genereren.

Je kunt je afvragen of de bouwstenen van de relativiteitstheorie al niet besloten lagen in de data van voor 1911. Einstein had die bouwstenen ook, en wist ze op creatieve wijze bij elkaar te brengen om tot een compleet nieuw inzicht te komen. Dus als een model dat doet, is het dan echt een unieke nieuwe gedachtengang, of is het een een geavanceerde vorm van patroonherkenning die we wel vaker zien bij LLM’s? We zouden het binnenkort zelf kunnen ontdekken, want er is nu Talkie, een Vintage Language Model (ik hou nu al van die term) en getraind met data tot uiterlijk 1930. De makers bouwen voort op bestaande experimenten van zulke modellen.

Het is nog onduidelijk of het inderdaad zelfstandig tot ontdekkingen als de relativiteitstheorie kan komen, maar ondanks dat vind ik zulke ontwikkelingen interessant om te zien. Allerlei kleine modellen die je eenvoudig op je eigen computer of telefoon kunt gebruiken. Handig voor de Steampunk Cosplay scene die net wat meer moderne technologie willen inbouwen!