blogging
- Oude posts van Punkey.com waren nog in het Textile-dialect van Pivot geschreven. Dat ging mee naar de archief site van Digging The Digital en zag er altijd onleesbaar uit. Codex maakte een plugin die foutloos zo’n 350 posts omzet van Textile naar HTML.
- Daarna maakte het een plugin om de afbeeldingen bij die posts weer terug te vinden en goed in de post te zetten. Door alle conversies en migraties waren die niet kwijt, maar onvindbaar. Nu niet meer. Jeuj!
- Om daarna nog de oorspronkelijke auteurs terug te zetten. We waren ooit met drie auteurs, maar ergens bij een migratie werd alles op mijn account gezet. Voor de geschiedschrijving wel zo netjes om de oorspronkelijke auteurs janneman en Da Huge in het archief weer op orde te hebben. Dank je wel Codex.
- En terwijl ik dit schrijf maakt Codex een nieuwe Micropub app waarmee ik eenvoudig verschillende soorten posts kan maken volgens het Micropub protocol. Claude Code had ooit een versie gemaakt maar ik had daar al het idee bij dat er teveel infrastructuur was gemaakt voor iets relatiefs simpels. Codex bevestigt dat na een analyse en is nu bezig om alles te herschrijven naar een meer eenvoudige browser extensie met bijbehorende Mac app. Zodat ik op mijn manier naar mijn blog kan posten.
- De emailnotificaties goed laten werken. Iets met instellingen in de Docker container. Kan ik wel fixen.
- De mogelijkheid openstellen om reacties automatisch goed te keuren. Zal vast ergens een knopje zijn.
- De oude reacties importeren.
Een onverwacht voordeel met al dat vibecoden… tijdens het wachten kan ik rustig wat RSS-feeds lezen.
Een veelgehoord gevolg van het vibecoden met bijvoorbeeld Claude Code of Codex is dat je ineens veel meer projecten gelijktijdig kunt doen. En dus “productiever” bent. Nou doei, dat is dus niet waar. Mijn brein kan echt niet beter context-switchen omdat een bataljon AI-Freggles in mijn computer bouwt over 3 verschillende projecten. Ik moet dan teveel in de gaten houden en dat trekt mijn hersenpan eenvoudigweg niet.
Ik doe nu projecten die ik voorheen echt niet zelfstandig kon, die wel zorgvuldig en goed onderbouwd moeten gebeuren. Documentatie moet kloppen, ik werk het liefst heel stapsgewijs, ik lees de plannen van Claude zorgvuldig en wijzig waar nodig.
Als dat eenmaal allemaal klopt, dan gaat Claude wel aan de slag. Het kan dan prima 15 - 10 minuten zelfstandig delen van een project doen. In de tussentijd heb ik even pauze. Een mooi moment om wat RSS-feeds te lezen. Of een blogpost te schrijven.
Ik zie in mijn ooghoek dat Claude klaar is met stap 2 in fase 3. Ik moet weer gaan controleren en hem daarna verder laten werken.
Ik heb mijn eigen publicatie extensie gemaakt
Voor de oplettende lezer van de afgelopen posts: Ja, die link naar Elmine is gemaakt met mijn nieuwe blogpost-extensie-mac-app-deluxe waar ik het in een eerdere post al over had.

Op mijn Mac draait nu een kleine applicatie die in de gaten houdt of ik tekst selecteer op een pagina en op een extensie in de browser klik. Daarmee opent het venster, met de geselecteerde tekst, link en titel. En ik kan er zelf wat notities bij plaatsen. Alles in Markdown. Ik kan nog kiezen of ik een notitie, like of reply maak en moet bewust Publish aanzetten om niet per ongeluk drafts te publiceren. Ik ken mezelf inmiddels. De like en reply moet ik nog verder uitwerken. Ik weet nog niet zeker of er dan ook notificaties naar de andere partij gaan, die er dan iets mee kunnen doen. Misschien gebeurt dat via Micro.blog zelf.
Dit is een kleine oplossing die voor mij werkt. De naam Micropub Poster is nog in beta, de definitieve naam komt nog. De vormgeving? Ach, keep it simple he. Het doet wat het moet doen voor mij. Zonder al teveel andere franjes zoals MarsEdit kan hebben. Het is voor mij net intuïtief genoeg om hopelijk wat vaker iets te posten wat ik tegenkom en me interessant lijkt voor mijn lezers. Sorry als ik jullie overvoer met brokjes internet! Het is allemaal met liefde en met de hand geschreven en gepubliceerd. De app is met AI gemaakt maar er komt geen brokje machine-learning en patroonherkenning aan te pas in de app zelf.
Omdat ik recent een ChatGPT cursus gaf, moest ik toch even een Pro abonnement op de dienst nemen. Eerlijk gezegd, ChatGPT is niet mijn favoriet. Want Sam Altman en de schuivende prioriteiten die ze hebben als bedrijf. Maar bij zo’n abonnement krijg je Codex, wat een alternatief is voor o.a. Claude Code. Ik zit daar nu een ochtend mee te werken en ik moet eerlijk zeggen, het geeft prima resultaten! In nog geen anderhalf uur tijd heeft Codex me geholpen bij een paar langlopende projecten die ik steeds uitstelde
Is dit een tip om nu Codex te gaan gebruiken in plaats van Claude Code? Niet direct. Over een paar dagen is dit abonnement weer verlopen en stop ik met Codex. Maar het was een mooie aanleiding om weer wat achterstallig archiefwerk op te lossen en te testen hoe Codex werkt. Prima dus. Maar ja, het blijft OpenAI achter de schermen.
Cognitieve soevereiniteit, waar stopt mijn denken en begint de machine?
Eigenlijk zijn al die artikelen die ik door AI laat maken helemaal prut. Ik heb ze in het verleden echt wel gemaakt. Nog steeds laat ik trouwens geraamtes en opzetten samen met AI maken. In het verleden liet ik dan een AI model een compleet artikel schrijven. Het heeft toegang tot mijn eerdere blogposts, het heeft een skill dat mijn tone of voice nabootst. Juist, nabootst. Want ik ben het niet zelf. Het zijn regels waarmee ik een poging doe om mijn schrijfstijl te vangen. Dat is nog niet zo makkelijk. En nee, niet omdat ik nou zo’n prozaïsche, uitgesproken, unieke schrijfstijl heb. Maar omdat er veel van mijn eigen denkvermogen in het schrijven zit, waar de woorden direct van het hoofd naar de handen gaan. Bij sommige zinnen denk ik weinig na over de exacte flow en ga ik gewoon aan de slag.
Zoals de vorige twee zinnen. Niets aan gewijzigd, eenvoudig vanuit de gedachten, op dat moment voelde het goed, ram-bam op het scherm. En ook zo’n woord ram-bam. Daar zal een LLM echt niet zelf mee komen. Het heeft wel een regel, en ik quote:
Frank schrijft op B1-niveau: helder, toegankelijk, inclusief. Zijn Nederlands klinkt als gesproken taal op papier. Contracties en spreektaal. Gebruik informele vormen: zo’n, best wel, eigenlijk, ’t, wat (in plaats van “iets”). Dit maakt tekst luchtig. Een tekst zonder contracties klinkt als een overheidsbrief, niet als Frank.
Maar goed, ik wil het niet over mijn schrijfstijl hebben. Maar over een term die ik nog niet kende. En die alles te maken heeft met hoe ik schrijf, en waarom ik schrijf: Cognitieve Soevereiniteit. Eigenaarschap over je kennis en kunde. Zoals die posts die ik met AI heb gemaakt. Je zou kunnen zeggen, je doet het helemaal verkeerd! Slechte skills, verkeerde prompt, je prutst maar wat aan. Misschien. Maar stel dat ik die posts beter zou maken met scherpere prompts. Als ik er meer tijd in had gestoken om die tone of voice waterdicht te maken. Wat zou ik er dan zelf van leren? Niks. En dat is het punt. Dat is waar je eigenaarschap over je kennis en kunde om de hoek komt kijken.
Wat ik bedoel met cognitieve soevereiniteit
Er is een hoop te doen over digitale soevereiniteit. Los komen van Amerikaanse BigTech. Meer Europese oplossingen en lokale AI modellen die op een eerlijke manier zijn getraind en opgebouwd. Minder afhankelijkheid van grote partijen als Google, Microsoft en OpenAI, waarbij we de technologie, hardware en software in eigen handen hebben.
Maar hoe zit dat met je eigen kennis en kunde.
Het is één ding om je digitaal minder afhankelijk te maken van BigTech. Maar dit gaat een laag dieper.
Cognitieve soevereiniteit gaat er voor mij over wie het voor het zeggen heeft in jouw hoofd. Hoe jouw denken wordt gestuurd, waar het eigenaarschap zit van jouw eigen denken. Of je zelf kritisch kunt denken, of je het vermogen hebt om goed te kunnen redeneren. En of je daadwerkelijk eigen gedachten kunt maken. Klinkt simpel, maar het kan verrassend complex zijn. Want zij jou gedachten altijd wel van jou? Hoe trek je de grens tussen wat je uit een LLM krijgt en wat je zelf uit boeken haalt?
Waar het volgens mij mee te maken heeft, is dat je bewuste keuzes maakt welke tools je inzet voor welke actie. Het betekent dus niet dat je als een ware Luddiet je afschermt van technologie. Of dat nou AI is, spellingscontrole of een rekenmachine. Het gaat erom dat jij bewust en onderbouwd de scheiding maakt: waar stopt je eigen denken en waar kan een machine het deels overnemen? Je kunt denken aan Digitale Geletterdheid, al gaat dat meer over “het handelingsvermogen om informatie te vinden, te beoordelen, samen te brengen en zo bepaalde vragen te beantwoorden”. Maar met Cognitieve Soevereiniteit gaat het veel meer over het vermogen om zelf aan het stuur te zitten wanneer je welke informatiebronnen gebruikt. Dat je weet waarom je dat doet. En dat je in staat bent om je eigen gedachten te vormen rondom de onderwerpen waar je over nadenkt. In plaats van het voornamelijk uit digitale bronnen te halen.
“Maar eigen denken bestaat toch niet?”
Dit is een tegenargument dat ik al wel eens hoorde en dat blijft hangen. Critici verwijzen naar cognitiewetenschappers als Daniel Kahneman, die in Thinking, Fast and Slow laat zien hoe ons brein vooral werkt op Systeem 1: snel, intuïtief, associatief. Systeem 2, het bewuste en redenerende deel, zetten we maar zelden echt aan. Of ze halen filosoof Andy Clark erbij, die in Surfing Uncertainty stelt dat het brein in de basis een voorspellingsmachine is. Precies wat een taalmodel ook doet, zeggen ze dan. Alles wat ik denk komt uit boeken die ik las, gesprekken die ik voerde, films die ik zag. “Eigen” denken is een illusie, dus waarom zouden we doen alsof het iets bijzonders is?
Ik snap het argument prima. Maar het mist één ding: het verschil tussen invloeden hebben en je werk uitbesteden.
Mijn denken is zeker gevormd door wat ik heb gelezen de afgelopen 30 - 40 jaar. Van school tot werk en mijn interesses. Fictie en non-fictie. Online en offline. Maar wat ik dan vervolgens met die invloeden doe, hoe ik ze combineer, welke ik op de voorgrond zet en wat ik wegfilter, dat is een proces dat in mijn hoofd plaatsvindt, met mijn beperkingen en mijn voorkeuren. Op het moment dat ik dat hele proces overdraag aan een model, gebeurt het ergens anders. Het maakt voor het resultaat misschien weinig uit. Voor wie ik daarna ben wel. Ik heb de gedachten niet doorleefd. Ik heb ze niet zelf gevoeld, gevormd en op een rij gezet. Ik heb het uitbesteed aan iets anders en ik accepteer wat er uit komt. Dat is een wezenlijk verschil voor ons mensen.
Waarom is het belangrijk?
Omdat je de soevereiniteit, dat eigenaarschap pas mist als je het niet meer hebt. We beschouwen onafhankelijkheid vaak als een gegeven. Het is er, dus het is prima zo. Maar op het moment dat het er niet meer is, dan missen we het pas. En dat is moeilijk te herstellen.
Ik worstel er enorm mee. Ik merk soms echt dat mijn denk capaciteit afneemt. Ik heb soms moeite om zinnen “rond” te maken, paragrafen op te bouwen, een denkpatroon te ontwikkelen rondom een thema. Dan grijp ik te snel naar een AI-model om me op weg te helpen.
Ik praat het goed voor mezelf met een “oké, dan heb ik een beginnetje”. Maar eigenlijk ligt er al best veel uit zo’n model. Dan herschrijf ik het, zonder dat het helemaal van mezelf is. Dat gemak kan heel snel de overhand nemen en dat vind ik lastig.
“Wie heeft de tijd voor die denk-luxe?”
Maar inderdaad, waarom zou ik vier uur worstelen met een paragraaf die een model in een paar minuten oplevert? Is dat autonomie? Is dat altijd nodig? Ik denk het eigenlijk niet. Voor een rapport van een data-analyse, een mailtje dat structuur mist, een eerste opzet voor een offerte. Gebruik AI er bij om de opzet te maken. Ik vind dat je dan weinig verliest aan eigenaarschap als je delen hiervan uitbesteedt.
Maar wat met het werk waar het denken het product is? Een blogpost. Een hoofdstuk waarin ik een idee uitwerk dat ik nog niet helemaal scherp had. Een gesprek met een klant over een richting. Dan is tijdwinst echt geen winst voor me. Want die tijd heb ik nodig om het denken plaats te laten vinden. Dat is die afnemende capaciteit waar ik het net over had. Als ik die denktijd wegoptimaliseer in een model, wat win ik er dan mee? Ik krijg geen nieuwe creatieve inzichten.
“Maar voor mensen die niet zo kunnen schrijven als jij…”
Dit artikel heb ik ook samen met AI gemaakt. Ik kom zo nog op de werkwijze. Het model (Claude Cowork Sonnet 4.6) gaf me een inzicht waar ik nog niet bij had stilgestaan. Ik ben in een positie dat ik kan schrijven. Ik heb al een oeuvre opgebouwd, ik kan mijn gedachten redelijk goed op papier zetten. Maar hoe zit dat met iemand met dyslexie, met ADHD, een taalachterstand of weinig opleiding? Voor hen kan AI vaak de eerste keer dat ze hun gedachten goed en geordend tot uiting kunnen brengen. Ik kan me niet voorstellen hoe bevrijdend dat moet zijn. Moeten zij dan ook soeverein zijn en maar beter zelf leren nadenken? Lijkt me niet toch? Ik heb een privilege waarin ik deze vraag over cognitieve soevereiniteit kan stellen en over kan denken. Dat is niet aan iedereen.
Cognitieve soevereiniteit gaat voor mij dan niet over “doe alles zelf” of “blijf ver weg van AI”. Het gaat over de bewuste keuze waar jouw denken ophoudt en de machine begint. Voor de één betekent dat: gebruik AI om de woorden te vinden die jij in je hoofd hebt maar niet op papier krijgt. Voor de ander betekent het: gebruik AI niet om de gedachten zelf te bedenken. Het verschil is wie het denkwerk doet, niet wie de typisten zijn.
De spanning in mijn eigen werk
Deze blogpost heb ik met AI gemaakt. Ik heb een aantal sites geopend over het onderwerp en heb ze gelezen. Op basis van wat ik las ben ik gaan praten tegen de computer. Ik maak in Obsidian een document waar ik met Spokenly begin te praten over het onderwerp. Wat is Cognitieve Soevereiniteit volgens mij. Waarom is het belangrijk, wat zijn de tips om je autonomie te bewaken.
En al pratende meander ik allerlei kanten op over mijn twijfels van werken met AI. Dat ik het een lastige grens vind waar AI stopt en je eigen denken start. Hoe ze elkaar beïnvloeden.
Die bijna 1700 woorden heb ik aan verschillende modellen gegeven: Claude Sonnet, Google Gemini en lokaal aan Google Gemma. Met de opdracht om de gedachten die ik heb uitgesproken te ordenen zodat ik er een blogpost van kan maken. Om er een logische opbouw in te maken. De exacte opdracht die ik aan elk model heb gegeven, samen met het markdown bestand van mijn uitgesproken gedachten:
In dit document vind je een lange transcriptie van de gedachten die ik heb over het onderwerp cognitieve soevereiniteit. Ik wil dat je deze gedachtes ordent op een manier zodat ik er een logische blogpost van kan maken. Ik wil dat je zoveel mogelijk de originele teksten gebruikt in plaats van het zelf te interpreteren. Maak er wel kopjes van hoe ik een blogpost zou kunnen opzetten.
Ik kreeg drie versies die ik weer lokaal heb opgeslagen. Verschillend maar er zaten wel veel dezelfde denklijnen in. Google Gemma was het minst in de output. Daarna Gemini, Claude kwam met de beste opzet. Wat niet zo gek is, ik werk daar dagelijks in, dus het model heeft veel kennis over me, weet de instructies en kan net iets verder gaan dan de andere modellen.
Maar goed, daarna vroeg ik:
Geef me eens tegenargumenten als een ware AI-utopist bij een artikel over dit onderwerp
Om vervolgens met al die argumenten, met de drie versies en de oorspronkelijke transcriptie een nieuwe versie te maken. Dat is wat je nu leest. Inmiddels heb ik zo’n 80% herschreven. De opbouw is nog wel uit het origineel, evenals de keuze voor de tegenargumenten. Maar vrijwel alle zinnen en gedachtensprongen heb ik herschreven. Omdat ik al lezende merkte dat ik er zelf nog een keer een logisch verhaal van moest maken. In mijn eigen woorden. Niet uit mijn Tone of Voice handboek. Bij een offerte zou dat echt anders zijn. Maar bij deze post is AI voor mij de arbeider die mijn versplinterde gedachten weer bij elkaar brengt, ze in een volgorde zet waardoor het voor mij werkbaar wordt én die ik kan uitdagen om een andere rol aan te nemen, zodat ik mijn denken over het onderwerp krachtiger kan maken.
Vijf praktische tips om je autonomie te bewaken
Wat voor mij heeft gewerkt om al dit denken en schrijven over cognitieve soevereiniteit in goede banen te leiden:
Spreek met jezelf af dat je niet alles laat schrijven. Doe de eerste dingen zelf, zonder AI. Of in elk geval, zet AI niet meteen aan de slag. Ik had met pen en papier een mindmap kunnen maken, maar ik koos er voor om het in te spreken. Ik heb eerst zelf nog wat nagedacht over het onderwerp. Wat vind ik er van?
Daarna liet ik een AI model alles ordenen, aanvullen, tegenspreken en me vragen stellen. Ik let op hoe ik daar zelf op reageer. De opmerking van de AI-utopist over het privilege van al kunnen denken en schrijven verwonderde me, omdat ik er nooit over had nagedacht. Een typisch kenmerk van in een privilege leven. Dat heeft me geholpen. Ik wilde ook per se dat mijn uitspraken in het hele samenwerken worden gebruikt. Niet een herschreven of vertaalde versie.
Ik liet AI dus tegenargumenten maken. Wat klopt er niet? Welke perspectieven ontbreken? Wie heeft er belang bij dat ik iets op deze manier doe? Ik heb liever een sparringpartner dan een ghostwriter. Deze blogpost is daar dus een voorbeeld van zoals ik al schreef. De vragen die je hier ziet voorbijkomen, kreeg ik van Claude die als AI-utopist los ging op het artikel.
Gebruik meerdere AI-modellen. Vergelijk de output, laat ze elkaar bevragen en beoordelen. Ik probeer vaker een lokaal model te gebruiken. En ik bedacht me dat ik Mistral helemaal ben vergeten in deze oefening.
Plan je eigen denkblokken in. Ik heb deze post over een zaterdag samengesteld. Tussendoor wat andere dingen gedaan, maar wel nagedacht over de materie. Ben ik het er na het herlezen nog steeds mee eens. Wat vind ik er van. Waar besteed ik iets uit? Zoals ik al zei, bijna 80% van de versie die Claude schreef is compleet herschreven.
Het is geen ‘human in the loop’
Het is helemaal niet erg om iets uit te besteden aan AI of aan andere tooling. Maar je moet daarbij steeds bewust blijven: wat vind ik ervan? Wat doe ik hier zelf aan?
Dat heeft niets met human in the loop te maken. Dat is de term die je heel snel tegenkomt, maar daar gaat het wat mij betreft steeds meer om “controleer wat er uit een model komt”. Waar ik het over heb is daadwerkelijk eigenaarschap nemen op het eindwerk, op de redeneringen, op de kennislagen die ontstaan. En dat je als human in the loop ook tot de conclusie kunt komen dat je veel weer opnieuw kunt doen. Zoals ik nu doe.
“Maar de algoritmes sturen je toch al?”
Tot slot een tegenargument dat me werd voorgelegd en wat ik zeker interessant vind.De algoritmes van TikTok, Instagram en YouTube sturen ons denken al jaren. Dat doen ze veel agressiever dan een AI-model en we gaan er in mee. We weten het, we leggen ons tijdverdrijf in de handen van een algoritme dat tot doel heeft om je langer bezig te houden. Een AI-model waar je bewust mee in gesprek gaat is in die vergelijking misschien wel een tegengewicht.
Daarom worstel ik zo met die discussies over “AI is gevaarlijk” of “blijf weg bij modellen”. Of de discussies over het ethische, sociale en klimaat-aspect. Voor mij gaat het om een actief en bewust gebruik van de instrumenten die er zijn. De instrumenten helpen me om mijn gedachten beter te ordenen. Je zou denken dat ik na 25 jaar bloggen dat toch prima moet kunnen maar niets is minder waar. Of dat nu komt door die AI modellen of dat het al langer speelt, ik weet het niet zeker. De invloed is er zeker. En ik heb de keuze hoe ik er mee om ga.
En nu?
Ik kende de term zelf nog helemaal niet maar ik begrijp de achterliggende gedachte maar al te goed. Ik wist alleen niet dat er een woord voor was. Waar het voor mij op aankomt, ik wil me niet afsluiten voor de nieuwe technologie, maar weten waar mijn eigen denken ophoudt en de machine begint, en die grens bewust bewaken. Da’s knap lastig. Maar ik vind het interessant.
De stand van alle dingen en andere zaken
Zelfs na 25+ jaar twijfel je of je nog wel wat hebt te vertellen op je eigen site. Ongeacht wie het leest of welke eeuwigheidswaarde het heeft. Elke week nam ik me voor om gewoon weer eens de tijd te nemen om gedachten te delen. Om ideeën te testen. Om dit kleine platform als laboratorium te zien waar ik mijn halve schrijfsels en vage ideeën op gooi om te zien wat resoneert. Maar het gebeurt gewoon niet. Sinds februari zijn mijn dagen zo gevuld met ander werk, dat de vrijheid van het schrijven op mijn eigen platform als eerste van de kar valt.
De twijfels
Dat is zo zonde, want ik weet dondersgoed wat de waarde van je eigen platform is. Van het samengestelde en opbouwende effect van showing up en hiermee je eigen publiek op te bouwen. Te houden. Te voeden. Ik zie alle Substacks, LinkedIn-contentstrategieën en YouTube-series en denk, waarom krijg ik me er toch niet toe gezet?
Is het te veel werk? Heb ik er wel zin in? Weet ik zeker dat het iets op kan leveren, niet op de langere termijn, maar in het hier en nu?
Heb ik het wel nodig? Mijn agenda is voor nu redelijk OK gevuld. Ik ben geen financieel en zakelijk orakel die in één oogopslag voorziet wat er komt en wat dat onder de streep betekent. Maar het voelt goed voor de komende tijd. Is dat voldoende? Nou nee. Moet ik dan nu een contentstrategie opstarten en meer posten op LinkedIn om die zichtbaarheid maar goed te krijgen? Of gooi ik dit hele platform (weer) om, zodat ik me meer focus op de drie gebieden die er voor mij nu toe doen: AI, een creatieve mindset en Persoonlijk Kennis Management. Haal ik de onnodige posts uit de lijsten, van de frontpage, en gebruik ik mijn blog weer als vehikel voor mijn onderneming?
Logica
Het is het meest logische. Maar tegelijk weet ik dat het bereik nu weer klein is. Ik hou van elke lezer die hier komt, de meesten ken ik volgens mij persoonlijk. Met zo’n 400 bezoekers per maand is het geen stil theater hier, maar om nou te zeggen dat je over de koppen kunt lopen…
Hoe dan ook, het plan was om een overzicht te geven wat ik zoal de afgelopen maanden heb uitgespookt en nu is het toch mooi een train of thought geworden over mijn aanwezigheid op dit blog en op andere plekken.
Maar wat heb ik dan zoal gedaan de afgelopen tijd? Als ik het zo op een rij zie, mja, ik ben best wel bezig geweest. Logisch dat hier publiceren er even bij inschoot. Zal ik dan hier en nu een pinky-promise doen om wat meer te delen? Al zijn het korte schotschriften, halve gedachten, links naar anderen. Niet alles ver uitgewerkt, maar langzaam weer een oeuvre opbouwen waar ik tevreden naar kan terugkijken.
Iets met AI…
Het is geen verrassing dat de meeste tijd heeft gezeten in AI. Ik geef open workshops Claude Code bij Wonders of Work (19 juni is de nieuwe editie) en betaalde workshops Claude Code voor maximaal 8 ondernemers. Die lopen allebei goed en zitten altijd vol. Ik word er blij van als ik bij elke workshop de kwartjes hoor vallen, de lampjes aangaan en de ogen oplichten. Als ik zie dat mensen beseffen wat een krachtig instrument ze in handen hebben en dat ze er zelf mee aan de slag kunnen.
Ik blijf in een vreemde spagaat zitten over de ethische, maatschappelijke, milieu- en privacyaspecten van AI. Ik erken dat ze er zijn, ik weet dat ik bijdraag aan deze aspecten en ik kies er voor om er met bijvoorbeeld workshops en leergangen anderen te helpen hoe zij ook met AI aan de slag kunnen.
Liefst zie ik modellen als Mistral, en modellen die je lokaal op een eigen machine kunt uitvoeren, snel verbeteren, maar daar zijn we nog niet. Ik heb nu in elk geval een maand Mistral Pro genomen om zelf te ervaren hoe het werkt. Net als ik recent met GreenPT heb gedaan.
Iets met een boek…
Hoe gaat het schrijven van CreativeNotes? Er zit al meer vaart in. Ik kan zo nu en dan wat kleine momenten vinden om een tekst te herzien, wat paragrafen te herschrijven, een transcriptie opnieuw te doen (want de modellen zijn nu zoveel beter!) en om bij te lezen over het onderwerp. Het gaat nog niet op het tempo dat ik zou willen. Hier komt ook de dagindeling en mijn energieniveau bij kijken. Ik merk dat ik maar een beperkt aantal lepels energie heb op een dag die ik kan verdelen. In de avonden, na een werkdag, zijn de lepels op. En kan ik niet meer schrijven of nadenken over de materie.
Maar in maart kwam wel het boek Verder met Obsidian uit. Geschreven door Martijn Aslander en mijzelf. En waar ik hier nog nooit over heb geschreven. Idioot! Hoe kan dat nou?!
Het zit hem wederom in de focus die ik het gaf toen het uitkwam. We schreven dat boek in een paar weekenden in november en december. Met behulp van AI-research en AI-editing. Dat ging heel snel, waardoor ik na het inleveren van het manuscript de aandacht verloor. De lancering was tijdens de PKM Summit, en daarna gingen Martijn en ik weer door met andere onderwerpen.
In tegenstelling tot Verder met Obsidian zal CreativeNotes veel meer een langetermijnproject zijn. Niet alleen het schrijven, maar net zo goed alles wat er na komt. De promotie. Het platform. De mogelijke vervolgseÂrie die ik in mijn hoofd heb. Ik moet alleen nog een goede naam vinden voor het boek. Denk ik.
En al die andere dingen dan?
In maart eindigde de eerste serie van onze Pilot Informatie Autonomie, een onderzoekslab naar de verborgen kosten van onze informatiegewoonten.
Veel kenniswerkers zijn gewend om hun werk en kennis op te slaan in bestandsformaten en systemen die niet primair gemaakt zijn om informatie snel te verbinden, te verspreiden en te vinden. We werken niet efficiënt met onze digitale middelen, iets waar we met Digitale Fitheid Academie bij helpen om dat te verbeteren. De pilot was een onderzoekstraject waarbij we bekeken hoe we de dagelijkse informatiebehoefte van kenniswerkers kunnen verrijken met een werkwijze die minder kost en meer oplevert.
De eerste resultaten zijn inmiddels bij de deelnemers bekend en we starten eind april met een tweede pilot die tot eind 2026 loopt. Ik ben hier wederom bij betrokken.
Daarnaast werk ik meer samen met Annedien Hoen en Jefta Bade in het Ride The Dragon council. Deze drie-eenheid helpt leiderschapsteams om te navigeren in een wereld waar langetermijnstrategie minder waarde heeft. Wij ontwerpen met het leiderschapsteam een bruikbaar en navigeerbaar gedachtengoed en brengen dat tot leven in concrete handelingsbekwaamheid, artefacten die in de organisatie voor beweging zorgen en praktische inzichten waar je direct mee aan de slag kunt.
Met Mark de Kock help ik leidinggevenden en managementteams om richting te geven op het punt waar strategie concreet moet worden. Met een focus op finance, zorg en vastgoed.
Ik geef korte AI-workshops bij GetOn Academy voor MKB-ondernemers. Dit zijn basiscursussen in een vast format, vooral bedoeld als je echt nog nooit iets met AI hebt gedaan.
Tijd voor hobbies?
Eerlijk gezegd, te weinig. Ik wil het linoprinten weer oppakken maar neem er de tijd niet voor. Ik zit dan liever even rustig in de tuin of maak een wandeling. Lezen kom ik te weinig aan toe, al heb ik recent wel met veel plezier Steven Johnson’s Where Good Ideas Come From gelezen, evenals de laatste boeken van Arjan Broere: De AI-Gewoonte en Slimmer Prioriteren. Maar een goede roman? Nee, daar komt het gewoon niet van.
Dus…nu? Stug verder gaan. Blijven bloggen. Blijven schrijven. Dingen proberen. Mooi werk maken. Mijn gezin onderhouden en mijn dagen waardevol inrichten. Soms met een workshop, soms met schrijven, soms met in de tuin zitten.
People and blogs
Elke week een verhaal in je mailbox over een persoonlijke en onafhankelijke blogger. Manuel Moreale houdt het al bijna 150 edities vol en ik vind het fantastisch. Zijn People and Blogs serie brengt elke week een uitgebreid portret van een actieve blogger. Een vaste set vragen, de antwoorden publiceert hij ongefilterd door.
Ik kan het weten, want mijn verhaal is nu onderdeel van de serie. Van de vroege dagen in 2000 toen ik het bloggen ontdekte, tot het actieve CreativeNotes project waar ik nu vol in zit. Over de technische setup van mijn blog, het creatieve proces (euh…) en het verhaal achter het blog. Als je ooit meer over me wilt weten of besluit dat ik een Wikipedia pagina nodig heb, dan is mijn verhaal op People And Blogs een uitstekend startpunt.
Helaas besloot Manuel recent om te stoppen met de serie. In juli houdt het op na 150 edities. Ik hoop dat iemand het over wil nemen, het is zo belangrijk om de onafhankelijke, kleine, persoonlijke blogs een podium te geven. Ze zijn er al jaren, ze blijven nog jaren en ze zullen altijd blijven publiceren op een eigen site met hun eigen stem. Dat is de kracht van bloggen, het fenomeen dat al 25 jaar bestaat en een van golven van democratisering is die het web zo belangrijk maakt.
De debatten over slechte versus goede AI blijven rond razen. Is het inherent slecht om AI te gebruiken want energie, moraliteit, kosten, privacy etc… of is het een systeemtechnologie die niet meer weg gaat in zijn huidige vorm. Een nieuwe technologie waar we mee gaan leren leven, ondanks de negatieve kanten.
Ik blijf er steeds tussen bewegen als een Newtonpendel, niet exact weten wat de juiste weg is.
Wat ben ik dan blij met Cory Doctorow’s verjaardagspost. 6 Jaar Pluralistic. Ik volg het niet meer religieus, de posts zijn me af en toe té lang en te drukbevolkt met hyperlink-zijpaadjes. Maar Doctorow is al 25 jaar mijn second brain. Iemand naar wie ik kijk als ik ook niet precies de woorden weet te vinden over technologie en de impact op onze samenleving. Zijn kijk op AI is zoals ik het had willen zeggen.
Refusing to use a technology because the people who developed it were indefensible creeps is a self-owning dead-end. You know what’s better than refusing to use a technology because you hate its creators? Seizing that technology and making it your own.
De democratisering van technologie. Ik ben al jaren een fanboy van dat idee en schreef er eerder over. Het is moeilijk, ik vind het net zo lastig om uit de grip van BigTech te komen én gemak te vinden in dagelijks technologie gebruik. Met mijn open workshops Claude Code en mijn workshops AI Geletterdheid is mijn doel om de principes over te brengen. Niet de technieken. De technieken veranderen elke week. Maar het principe van AI gebruik, hoe je aan je eigen apps kunt werken en hoe je een AI model als kritisch assistent gebruikt, die zijn overdraagbaar. Of je nu nog een ChatGPT account hebt of straks een lokaal LLM model via het buurthuis aanroept.
Hoe dan ook, gefeliciteerd Cory, op naar nog veel meer jaren Pluralistic en onmogelijk lange linkthreads!
Hoe AI-tools de derde golf van digitale democratisering inluiden
We staan aan de vooravond van een nieuwe technologische golf. Zo. Ik heb gesproken.
AI-tools maken het nu al mogelijk om zonder programmeerkennis eigen persoonlijke software te bouwen. We zijn nog niet in het stadium dat er productieklare, schaalbare apps ontstaan. Maar een app die direct een probleem oplost voor een individuele gebruiker? Of die iets mogelijk maakt wat voorheen niet kon? Daar staan we nu.
Het roept vragen op die we eerder moesten stellen. Wat betekent het als miljoenen mensen hun eigen apps kunnen maken? Wie bouwt de infrastructuur om deze veilig te delen? Hoe voorkomen we dat dit nieuwe ecosysteem wordt opgeslokt door dezelfde platforms die het open web hebben opgeslokt de afgelopen 15 jaar? En hoe zit het met de schaduwkanten van AI: de privacy-implicaties, het dataverbruik voor training, de ethische dilemma’s, het gebrek aan diversiteit in de trainingsdata, de milieubelasting van datacenters, de kosten die niet voor iedereen gelijk zijn?
Die vragen beheersen nu het gesprek en dat is logisch. Want als we iets hebben geleerd van de afgelopen twintig jaar BigTech, dan is het dat ze de regels schrijven tijdens de verspreiding van technologie. Dus is het goed dat al die vragen er nu zijn. Tegelijk bekijken we waar de kansen liggen.
Think Different
Afgelopen vrijdag 19 december liet Martijn zien wat hij kon maken zonder enige programmeerkennis. Zijn ThetaOS spreekt tot de verbeelding, maar nog belangrijker dan de app zijn de checks and balances die hij onder water bouwt en beheert. Hier publiceert hij veel over en we hebben er geregeld gesprekken over. We steken elkaar aan met ideeën, helpen elkaar vooruit met inzichten en ik kijk graag over zijn schouder mee wat hij doet. 
Zijn verhaal paste perfect bij de workshop van die ochtend. Voor een groep van 25 enthousiaste niet-programmeurs ging een wereld open met Claude Code. Hier zag ik met eigen ogen de technische barrière instorten die decennia standhield. Martijn schrijft over de scheur in de muur van de App Stores, ik zag hem ontstaan in dat zaaltje.
In 2 uur zag ik een persoonlijke wijndatabase verschijnen, een privé mobiele klantenkaart app die geen data slurpt, een app om je tuin op orde te houden door het jaar heen, een Zweedse taal app, een Spaanse taal app (want beiden hebben een hekel aan de enshittification van Duolingo), de opzet naar een eigen takenmanager, een comicstrip creator. Ik zag de rest van de dag een andere deelnemer constant bedenken wat ze nu allemaal kon maken. Welke Final Boss krachten nu unlocked waren… En een dag later kreeg ik een bericht dat een andere deelnemer zijn persoonlijke CRM systeem nu op orde had.
“Ik ben bloody blown away met wat allemaal mogelijk is”, is slechts één van de reviews die ik via mail, Signal en in gesprekken kreeg.
30 januari kun je het zelf ervaren als ik de workshop nog een keer geef. Natuurlijk kun je me altijd mailen of DM’en voor een in-company startersessie Conversational-Driven Development.
Drie golven van democratisering
Hoe chaotisch het web kan zijn: haar geschiedenis kent een patroon. Telkens wanneer een technische drempel valt, ontstaat een explosie van creativiteit van onderop.
De eerste golf: publicatie (1999-2005)
Begin 1999 waren er 23 bekende weblogs. Rebecca Blood, pionier en historicus van de blogcultuur, documenteerde wat er toen gebeurde. De belofte van het web was dat iedereen kon publiceren. De werkelijkheid was anders: alleen mensen die HTML beheersten konden hun stem laten horen. Toen lanceerden o.a. Pitas en Blogger. Plotseling konden mensen zonder technische kennis een eigen plek op het web claimen. Ik kan het weten, ik was erbij. Ik heb er zelfs nog een boek over geschreven. Binnen een paar maanden waren er honderden blogs. Binnen een paar jaar miljoenen. En zo ontstond een hele cultuur: de blogosphere, met eigen zoekmachines (Technorati), eigen conventies voor exploratie en ontdekking (trackbacks, blogrolls), eigen sterren en schandalen. En vooruit, eigen awards…
Het belangrijkste was dat de technologie om iets te publiceren op het web ineens voor iedereen beschikbaar was. Naast blogs kregen ook persoonlijke webpagina’s een enorme boost, met hun eigen beeldtaal, los van wat we kenden van magazines, TV en kranten.
De tweede golf: netwerk (2005-2012)
Je blog was een uitzendmedium. Jesse James Garrett noemde ze de Pirate Radio Stations of the web. Het zijn persoonlijke platformen waar je als individu je mening kunt geven. Je publiceerde, hopend dat iemand het zou vinden. Social media draaide dit om: het netwerk kwam eerst. Facebook, Twitter, en in Nederland Hyves maakten zichzelf de kern van de verbindingen. Je hoefde niet eens te publiceren om deel te nemen. Als blogger waren we nog producent. De sociale kanalen maakten weer consumenten van ons. Ondanks de kleine interacties van likes, shares en comments, écht iets maken was er nog maar weinig bij. Het werd nog erger. Algoritmes optimaliseerden op engagement, die veelal op woede en polarisatie is gericht, de aandacht op het platform werd verkocht aan de hoogste bieder en onze data wordt gebruikt om ons constant te tracken. En om nu LLM’s mee te voeden. Wat me op de derde golf brengt.
De derde golf: creatie (2008-nu)
Parallel aan de opkomst van social media begon een andere revolutie. De iPhone lanceerde in 2007, de App Store opende in 2008. Plotseling kon software op een apparaat in je broekzak draaien. Maar de technische drempel bleef hoog en Apple voegde daar nog een laag aan toe: Elke app kende een review-proces en een commissie van 30% op elke transactie. Martijn beschrijft in zijn stuk uitgebreid hoe we door AI code-assistenten die technische muur laten instorten. Met Claude Code maak je je eigen applicaties. Dat kunnen webapplicaties zijn, of volwaardige iPhone apps. Android zal net zo goed mogelijk zijn, maar valt buiten mijn kennis van dat ecosysteem. Martijn, ikzelf, deelnemers aan de workshops en Digitale Fitheid Meetups, we beschrijven wat we willen en samen met de software werken we naar een eindresultaat. En zo ontstaan er miljoenen niche-apps, gedeeld buiten de App Store. Die zijn niet bedoeld voor massamarkten, maar voor persoonlijk en wellicht klein-gemeenschappelijk gebruik.
| Golf | Periode | Barrière die viel | Wat het mogelijk maakte | Wat ontstond |
|---|---|---|---|---|
| Publicatie | 1999-2005 | HTML-kennis | Blogger, WordPress | Blogosphere |
| Netwerk | 2005-2012 | Bereik, verbinding | Facebook, Twitter, Hyves | Social web |
| Creatie | 2008-nu | Programmeerkennis | App Store → AI-tools | ? |
Het vraagteken in die laatste cel maakt het interessant. Wat zal onstaan?
Wat we verloren
Om te begrijpen wat er kan ontstaan, moeten we eerst begrijpen wat we kwijtraakten.
In december 2012 schreef technologie-commentator Anil Dash een essay dat nog steeds nagalmt: “The Web We Lost.” Hij beschreef hoe de tech-industrie de opkomst van netwerken behandelde als pure winst voor gebruikers. Zelden werd gesproken over wat we onderweg eigenlijk verloren. Dash herinnerde zich een web waar foto’s op Flickr werden geüpload met tags die machines én mensen konden lezen. Waar je met Technorati de blogosphere in real-time kon doorzoeken. Waar sites naar elkaar linkten en die links meer betekenis hadden dan om SEO redenen. Afgelopen vrijdag hadden Ton Zijlstra en ik een nostalgisch gesprek over del.icio.us, de beste sociale bookmarktool die nooit tot volle wasdom kon komen. Maar waar je elkaar volgde op basis van de linkverzameling en tags.
Maar het echte verlies was subtieler: de persoonlijke homepage. In de jaren negentig had je een homepage. Een digitale plek die jou representeerde, vormgegeven naar jouw smaak, met jouw inhoud, onder jouw controle. Het was rommelig en amateuristisch en prachtig. Elke homepage was anders, want elke maker was anders. Sociale platforms reduceerden dit tot een profiel. Dezelfde MySpace, Facebook, Hyves of Twitter template voor iedereen. Dezelfde mogelijkheden, dezelfde beperkingen. Onze identiteit werd een invulformulier. Nog zonder captcha om verkeerslichten en pinguins te herkennen.
De terugkeer
Wat Martijn beschrijft is niet zomaar een technische ontwikkeling. Hij ziet dat zelf ook. Het is de mogelijke terugkeer van iets dat we verloren waanden, maar met een cruciale upgrade. Een homepage was statisch. Een blog was chronologisch. Een app is functioneel. AI-gegenereerde apps zijn “persoonlijke homepages” die iets doen. Ze lossen een probleem op dat jij hebt. Ze werken op de manier die jij prettig vindt. Ze delen geen data met adverteerders. Ze worden niet slechter omdat een platform besluit meer geld te verdienen.
Martijn voorspelt miljoenen niche-apps, gedeeld buiten de App Store. Dit is precies wat Harvard-professor Yochai Benkler in 2006 beschreef als “commons-based peer production”: gedecentraliseerd, collaborative, niet gericht op eigendom of winst. Het verschil met twintig jaar geleden: de tools bestonden nog niet om dit werkelijk op grote schaal te realiseren. Nu wel.
Waarom eigenaarschap ertoe doet
De academische literatuur over online platforms is de afgelopen twintig jaar geëxplodeerd. De conclusies zijn ontnuchterend en dat zal je niets verbazen. Mensen als Shoshana Zuboff(Surveillance Capitalism), Nick Srnicek(Platform Capitalism) en Cory Doctorow (Enshittification) maken duidelijk dat het social web er niet lekker aan toe is. Het werkt alleen bij afhankelijkheid van het platform. Een zelfgebouwde app is minder afhankelijk. De afhankelijkheid is er tot op zekere hoogte, want het is met AI gebouwd. Maar je zit meer aan de knoppen wat je idee moet doen en kunnen. En vooral wat het niet moet doen. Geen algehele platformbeslissingen. Geen advertenties. Geen API-toegang die plotseling wordt afgesloten. Geen 30% commissie. Geen willekeurige afwijzing door reviewers.
De IndieWeb-les
Ik was betrokken bij de IndieWeb-beweging in Nederland en ervaar constant wat het effect kan zijn als je echt autonoom bent. Als alles in je eigen bezit is. Het geeft een digitale vrijheid die moeilijk te beschrijven is.
Technologie alleen is echter niet genoeg. De University of Toronto concludeerde in hun onderzoek naar het Indieweb: “Voor een beweging die individuele autonomie benadrukt, zijn IndieWeb’s evenementen en community-netwerken de drijvende kracht achter haar levensduur.”
De blogosphere stortte niet in door technische beperkingen. Technorati indexeerde 133 miljoen blogs. Maar 94% verdween. Niet omdat bloggen ineens moeilijker werd, maar omdat de sociale infrastructuur verschoof naar platforms die engagement optimaliseerden boven betekenis.
Wat ik me dus afvraag…
Als de AI-codetools werkelijk een nieuwe fase van digitale democratisering inluiden, dan staan we voor vragen die we eerder hadden moeten stellen. De vragen die we vergaten bij de komst van blogs en sociale netwerken.
Wat is het RSS-protocol voor apps? RSS maakte het mogelijk om blogs te volgen zonder een platform als tussenpersoon. Wat is het equivalent voor niche-apps? Hoe vind je de app die iemand in Australië bouwde voor precies jouw probleem? Wie bouwt de Technorati voor AI-gegenereerde software? Misschien ligt een deel van het antwoord in protocollen zoals Nostr: open standaarden die discovery en connectie mogelijk maken zonder een centrale poortwachter.
Wat voorkomt dat dit ook enshittified? Platforms slokten de blogosphere op. Influencers en social creators zijn afhankelijk van ondoorgrondelijke algoritmes. Welke structuren voorkomen dat deze app-renaissance hetzelfde lot ondergaat?
Wie bouwt de commons? Martijn voorspelt platforms voor het delen van broncode, “GitHub meets App Store.” Maar wie bouwt dit? En volgens welk model? Is het eigendom van de community of van het platform?
Hoe gaan we om met de schaduwkanten? AI-tools zijn niet neutraal. Ze zijn getraind op data waarvan de herkomst niet altijd helder is. Ze draaien op datacenters die te veel water en energie verbruiken. Ze kosten geld dat niet voor iedereen gelijk beschikbaar is. Ze roepen vragen op over privacy, over eigenaarschap van gegenereerde code, over de arbeidsomstandigheden van mensen die trainingsdata labelen. We kunnen niet doen alsof deze vragen niet bestaan. De vraag is hoe we een dialoog voeren die zowel de mogelijkheden erkent als de kosten eerlijk weegt.
Wat is de nieuwe digitale geletterdheid? Als software-creatie een basale vaardigheid wordt, wat betekent dit dan voor onderwijs? Voor werk? Voor de definitie van wat het betekent om digitaal vaardig te zijn?
En de belangrijkste vraag: De homepage verdween niet omdat hij technisch onmogelijk werd. Hij verdween omdat platforms makkelijker waren en meer bereik boden. De technische barrière voor apps is nu weg. Maar de sociale en economische krachten die ons naar platforms duwden bestaan nog steeds. Wat is er dit keer anders?
Een open einde
Misschien is het antwoord: niets is anders. Misschien worden AI-gegenereerde apps een nieuwe categorie die de grote platforms zullen absorberen en monetizen. Want dat is nu eenmaal zoals de BigTech werkt: Embrace, extend en extinguish.
Maar ik blijf die naïeve hoop houden. Misschien is er wel iets veranderd. Want we moeten toch Ãets hebben geleerd van de afgelopen twintig jaar aan Big Tech platform dominantie? We weten nu wat we verliezen als we bouwen op geleend land, zoals Twitter. We ondervinden de enshittification aan den lijve. We zien hoe ze onze data opslurpen, verzamelen, bundelen en verkopen aan bedrijven en overheden. Hoe ze onze digitale identiteit reduceren tot een profiel in andermans template.
Toen we in 2000 lekker zaten te bloggen, wisten we niet wat we hadden. Tot het weg was. Nu weten we wel beter. Toch? De vraag is of die kennis genoeg is om het dit keer anders te doen. En of we bereid zijn om de moeilijke gesprekken te voeren over hoe we nieuwe technologie inzetten op een manier die individuele makers helpt, zonder de wereld naar de knoppen te helpen.
Nieuwsgierig?
Leuk, dat historisch perspectief, maar wat nu? Wel, je kunt er onderdeel van uitmaken. Het zelf meemaken! 30 januari geef ik de Claude Code Open workshop nog een keer. Gratis en voor niks bij Wonders of Work in Utrecht. Wil je met je team of bedrijf proeven aan deze nieuwe revolutie? Dan is een in-company workshop altijd mogelijk. Mail me!
Nieuw commentsysteem
Ik denk dat het allemaal is gelukt.
(Voice-over: Update, het is dus niet gelukt… het oude systeem staat voorlopig weer terug)
Het reactiesysteem voor mijn blog had ik extern gehost bij de maker, Cusdis. En dat ging langzaam maar zeker stuk. Zo kreeg ik geen email notificaties meer als er nieuwe reacties waren. En moesten sowieso alle reacties worden goedgekeurd. Nu blijkt dat de maker zijn systeem heeft achtergelaten en te koop heeft staan Een hoop gedoe. Gelukkig kan ik het reactiesysteem ook zelf hosten. Die knop is nu omgezet. Als het goed is zie je nog altijd een reactieveld hieronder. Kun je een reactie achterlaten. En moet ik die nog wel goedkeuren. Er zijn nog een paar hobbels die ik komende dagen moet nemen:
Met name de derde hobbel is nog een interessante. De hosted versie van Cusdis biedt geen mogelijkheid om je reacties te exporteren. Daar had ik beter op moeten letten toen ik er mee begon, maar dat is nu wat het is. Gelukkig kan ik met wat handigheid in de Developer tools van de browser wel alle ruwe data van de reacties ophalen. Ik wil nog uitvogelen of ik dat met een AI-powered brokje code kan automatiseren (vast, maar ik weet nog niet hoe) en weer kan importeren in mijn bestaande systeem. Dan zijn de reacties sowieso weer terug.
Genoeg nieuw gedoe dus. Maar het is gedoe in eigen beheer. Dat voelt toch fijner.
Laat gerust een reactie achter om te testen hoe alles werkt :-)
Water koken
Het is je vast niet ontgaan dat we in de regio Utrecht twee extra taken hebben deze dagen: water koken voor je het drinkt en als idioten flessen water inslaan bij de supermarkt.

Voor dat eerste advies heb ik sinds zaterdagochtend een reminder bij de kraan staan. Voor mezelf en de rest van het gezin. De gewoonte om “even wat water uit de kraan” te pakken zit zo diep ingesleten. We moeten ons er constant aan herinneren dat dit nu niet kan. Elke ochtend kook ik een pan water, om die een uur te laten afkoelen en daarna in lege waterflessen over te gieten. Of in het koffie-apparaat en de waterkoker, want daar gaat het meeste water heen. Die pan water is dus zo op.
In het voorjaar had ik al een voorraad fleswater ingeslagen. Dat was in de periode dat er een hoop te doen was rondom noodpakketten, cash geld in huis en een knijpradio. Nou ja, die laatste twee hebben we nog niet, maar we hebben wel een voorraadje blikgroenten en water ingeslagen. Wij hoefden niet bij de supermarkt in de rij te staan voor een paar flessen water, we hebben genoeg water op voorraad voor de komende dagen.
Wij zijn toevallig een beetje voorbereid op dit scenario. Er komt geen prepper-lifestyle of doemdenker-scenario aan de pas. Maar gewoon een keer wat extra water ingekocht en bij een aantal weekboodschappen wat extra groenten in blik, zeker als het in de aanbieding is.
Als deze situatie achter de rug is, kan ik de voorraad water weer aanvullen en wat extra jerrycans erbij doen. Ik merk nu dat inwoners van Utrecht niet echt zijn voorbereid op deze situaties. Daarom wil ik dat wel zijn en vooruit denken. Laat dat nu ook de campagne zijn die de overheid binnenkort start.
Hoest
Ziek zijn is zo’n gedoe. Ik lig al twee dagen thuis op apegapen. Compleet geveld door de griep. Met enorme hoestbuien die me weer doodmoe maken. Ik liep al een paar weken met “een hoestje” rond, maar ik dacht dat die wel zou overgaan. Je weet wel, zo’n hoestje die je hebt na een paar weken goed op stap gaan toen je 25 was. Helaas ga ik niet meer op stap op die manier en gaat het hoestje niet als vanzelf weg. Het hoestje heeft besloten zich verder te manifesteren tot een full grown knetterende kriebelhoest. Met alles wat er bij komt. Het zal de leeftijd zijn in plaats van de leefstijl. Want juist door mijn PSC probeer ik zo goed en gezond mogelijk door het leven te gaan. Natuurlijk, soms gaat er een frietje mayonaise in, pizza moet kunnen en ik hou van de broodjes bij Amazing Oriental. Maar mijn leefstijl is wel veranderd de afgelopen jaren. Het is allemaal een stuk gezonder.
Helaas denkt mijn hoest daar anders over.
Tussen die twee zinnen zat trouwens 20 seconden, omdat ik even dubbel lag van het hoesten. Ik weet dat ik er weer een paar minuten tegen kan nu, dus ik moet doortikken.
Het is ook niet dat ik het echt verborgen kan houden. Ik stond vanochtend bij de apotheek om een nieuwe fles Nattermann Bronchicum Extra Sterk te kopen. Al hoestend sta ik bij de kassa. De apotheekmedewerkster kijkt naar de hoestdrank, ziet mijn gezicht en zegt: “Zo, jij hebt ook een kort nachtje gehad door het hoesten he?” En bedankt.
Het is wel zo. Het zijn hazeslaapjes die ik doe. Ook overdag. Terwijl ik wat eenvoudige Youtube video’s kijk en Seinfeld weer opnieuw ben gestart. Lezen en diep denken lukt me op dit moment niet. Het is wat het is.
Ik heb alle videocalls en afspraken voor deze week afgezegd (Sorry Elja!) om echt op te knappen. Komende vrijdag start de Pilot Informatieautonomie vanuit de Digitale Fitheidsacademie en daar wil ik fit voor zijn. Wish me luck!
Vertraagde reacties
Nou moe! Ik vond het al zo gek dat ik helemaal geen reacties meer zag binnenkomen. Nu is dat Cusdis systeem verre van ideaal. Zeg maar gerust dat het zwaar ruk is. Maar ik heb nog altijd geen goed alternatief dat werkt met micro.blog. Misschien moet ik maar zelf iets vibe-coden en zelf hosten. Zoals ik in februari al roeptoeterde. En niet deed.
Maar nu zie ik dat ik al twee maanden aan reacties achterloop om goed te keuren! Normaal krijg ik daar direct mails van binnen, dat gebeurde al een tijd niet meer. Damn. Dus excuses Bakkel, Roy, Erik, Lode, MarsDude, Martijn, Jan, Aukje, Robert, Marco, Robert, Geffrey, Mascha, Bob en Sappelen! Dank voor jullie reacties en mijn excuses dat ze zo lang niet zichtbaar waren!
Driemaal Japan door andere ogen
Afgelopen dagen volgde ik oud-TMG-collega Marion Strumpel (uit het vorige freelance tijdperk) terwijl ze in haar huidige rol als marketing director van een gamestudio in Japan is. Eerst een paar dagen op een gamebeurs en nu gaat ze full-out in de pretparken van Disney, Nintendo, Universal en alles wat maar met games en popcultuur te maken heeft. Het is machtig om haar Instagram stories en Highlight verzamelingen te zien. Maar ja, Instagram Stories dus ik denk dat je moet inloggen om het sowieso te bekijken? Nou, succes daarmee, geen idee hoe dat werkt als je haar niet volgt.
Nee dan Erik Visser die in hetzelfde land is en je via zijn blog bijhoudt van zijn fietsavonturen met zijn zoon. Geen Pokemon, Super Mario en hysterische pretpark-blingbling, wel een kant van Japan die je zelden ziet. Het gewone, het normale. Het doorgaanse. Tenminste, als Erik nog in Japan is? Want zijn laatste post is al weer van eind september. Ik vind het heerlijk om Erik’s oprechte verwondering en overpeizingen te lezen. Inclusief zijn sterrensysteem, een directe verwijzing naar de oude klassieker Recensiekoning. Erik’s avontuur doet me denken aan de enorme wandelingen die Craig Mod maakte door Japan. Craig maakt van elke wandeling een apart nieuwsbrief project. Zo wandelt hij nu tussen twee bergen. 200 Kilometer heen en terug.
Zo zie je maar, lui hangend op de bank op een donderdagavond, onderdompelen in het Japanse. Heerlijk!
Inmiddels draait alles op het nieuwe subdomein en volgens mij (??) zijn er geen grote problemen ontstaan. Het bezoek is nog hetzelfde als de afgelopen 90 dagen als ik zo snel naar wat cijfers kijk. Fijn.
Op een of andere manier geeft dit nieuwe subdomein me ineens weer de ruimte om wat vrijer en losser te schrijven. De afgelopen tijd voelde het dat ik hier moest schrijven van mezelf over waar ik mee bezig ben sinds ik bij Kaliber weg ben. Hoe het met het boek gaat. Wat ik allemaal vind van dat AI gedoe. Hoe PKM de wereld verandert.
Grootse gebaren.
Het zijn de golven waar dit blog al jaren op dobbert. Dan weer grootse artikelen, (te) lang over nagedacht. Dan weer kleine flodders. Snelle links. Een vlugschrift. Een floebertje. Daar kan je als lezer behoorlijk hopeloos van worden toch? Wat wÃl die Meeuwsen nou toch met zijn online aanwezigheid? LLM-spiders kunnen er ook geen chocola van maken. Want hoe moeten zij nu in hun vectordatabase straks het woord floebertje aan chocola knopen, omdat dat zo dicht bij elkaar staat in dit artikel? Tja! Vraag je ChatGPT…Oh even! Noem ChatGPT alsjeblieft geen Chattie, Chappie, Giepie, Chat of een ander koosnaampje. Het zijn verdomme servers in donkere afgesloten ruimtes, geen gezellig knuffeldier.
Goed, vraag je ChatGPT om een recept voor chocoladetaart, wat weer stom is want daar zijn zoekmachines beter in, krijg je bij de ingrediënten ineens “floebertje” te zien?
Dat woord bestaat dus nu he. Zoekmachient maar eens op het woord floebertje, is nú (donderdag 9 oktober 14:36) nog niet te vinden. Binnenkort wel. Na indexatie etcetera etcetera. Zoals ik Blogdrift al eens de wereld in heb geholpen.
Terug naar dat dobberen. Het is dus weer prettig hier. Kleiner. Micro. Dat is fijn. Op het hoofddomein staat nu de professionele kant. Hier kan het weer meer spielerei worden. Maar goed, werk moet ook weer niet teveel op werk gaan lijken. Dus ik voorzie nog wel een crossover. Bepaalde blogposts hier die daar zijn gelinkt. Maar genoeg zal niet gelinkt zijn. Iets met dat deze digitale tuin prima een beetje verborgen mag blijven.
Het had wat DNS voeten in aarde, maar het lijkt nu toch te zijn gelukt. Deze site is nu te vinden onder blog.frankmeeuwsen.com en de RSS feed wordt automatisch doorgezet. In mijn FreshRSS tenminste. Ik ben benieuwd of dit ook bij andere feedreaders goed gaat?
Inmiddels ben ik al weer een paar uur bezig om een kleine WordPress site op het domein frankmeeuwsen.com te plaatsen, deze blog te verplaatsen naar blog.frankmeeuwsen.com en de RSS feed goed door te sturen. Dat leien dakje is behoorlijk lek en heeft onverwachte zwakke plekken. Het is altijd weer meer gedoe dan je denkt…
Verhuizing van de site
Als je de komende dagen deze site ineens kwijt bent in je feedreader of browser, dan heb ik toch ergens een foutje op het internet gemaakt. Sorry alvast.
Ik leg nu de laatste hand aan een nieuwe professionele site voor dit domein. Ik ben sinds 1 oktober weer officieel zelfstandig ondernemer volgens de Belastingdienst en KVK, onder de naam frankmeeuwsen.com. Dat betekent dat dit blog gaat verhuizen. Want op dit domein bouw ik een eenvoudige landingspagina met mijn diensten en services. Dit blog gaat de komende tijd naar blog.frankmeeuwsen.com. Dat domein werkt nu nog niet trouwens.
Wat ik ga doen? Ik zorg dat marketingcommunicatie teams binnen het MKB creatief en effectief met AI kunnen werken. Door middel van een eendaagse workshop kunnen teams snel starten en direct eerste resultaten boeken.
Mijn kennis en ervaring op het snijvlak van Persoonlijk Kennismanagement, digitale vaardigheden en AI komen zo samen. Mijn aanpak is zonder alle hype en bullshit-bingo. En ik vertel je net zo goed wat (nog) niet werkt.
Ik ga de URL van de RSS-feed eveneens automatisch redirecten naar het nieuwe adres, ik hoop dat het allemaal goed gaat. Zoals het er nu naar uit ziet zal dit allemaal uiterlijk zondag gaan gebeuren. 🤞
Scour geeft je verrassend goede individuele RSS feeds
Met Scour.ing maak je je eigen gepersonaliseerde RSS-feeds met verrassend goede artikelen en aanbevelingen van een breed aanbod blogs en sites. Een aanrader.
RSS gepersonaliseerd
RSS Discovery is een van de lastigste problemen om te kraken als informatie-architect. Je hebt een ruime dataset nodig, de semantische problemen om onderwerpen te bundelen die veel auteurs anders beschrijven. En je aanbevelingen moeten meer zijn dan alleen de bekende sites of virale artikelen van dit moment. Scour lijkt al die uitdagingen goed te hebben aangepakt.
Na een paar dagen merk ik dat ik in de gepersonaliseerde feed veel interessante artikelen vind van sites die ik nog niet kende. Ik sla meer artikelen op om later nog eens te herlezen en aantekeningen bij te maken. Met een account bij Scour kun je je eigen interesses opgeven, wat redelijk breed gaat.
Een algoritme dat meedenkt
Het mooie is dat Scour bij elke interesse een paar subonderwerpen geeft. Zo geeft “Zines” ook “Self publishing, DIY Culture, Independent Media” mee. Wat Scour nog mooier maakt is dat je op basis van je gekozen interesses, nieuwe interesses krijgt aangeboden. Die heel goed passen bij je bestaande keuze.
Je kunt ook je eigen feeds toevoegen, maar dat gaat voor mij het doel voorbij. Ik wil juist individuele artikelen ontdekken en krijgen aangeboden. Die krijg ik nu, via mijn eigen RSS feed, die ik in mijn feedreader inlees.
Het algoritme van Scour bevalt mij in elk geval goed en ik blijf het tweaken op mijn interesses.
Wat ik nog mis
Ik zou nog wel een manier willen om geen overdaad aan artikelen te krijgen. Ik heb na 3 dagen zo’n 140 ongelezen artikelen. Dat vind ik veel. Ik kan minder interesses opgeven, maar dat doe ik liever niet. Ik zou wel een maximum van bv 10 artikelen op een dag willen krijgen.
Ik zou ook wel op een slimme manier feedback aan het algoritme terug willen geven. Bijvoorbeeld wat ik lees van de feed via mijn feedreader en wat ik een ster geef. Daarmee train ik het algoritme weer verder. Dat laatste staat op de roadmap, iets om in de gaten te houden dus.
Tenslotte kan mijn feed meer informatie geven van welke site ik iets lees. De auteur, sitenaam of originele URL zijn in FreshRSS niet duidelijk te vinden. Eveneens krijg ik origineel alleen de URL en titel door, maar met FreshRSS kan ik wel automatisch de inhoud ophalen. Ik denk dat Scour een goede zoekmachine kan worden om interessante, meer persoonlijke blogs en sites te vinden. Ik heb (nog) geen manier gevonden om mijn eigen site er aan toe te voegen trouwens…
Als je veel kennis van het web haalt én je gebruikt veel RSS, dan is Scour zeker een aanrader!
Genoeg te ontdekken
Over 2,5 week is het 25 jaar geleden dat ik startte met bloggen. Je zou zeggen dat ik in die 25 jaar wel in de smiezen heb gekregen hoe, wat en waarom ik maar op dat internet blijf publiceren. Dat het me stapels lezers, volgers, projecten, faam en fortuin zou brengen. Niets van zulks. Nou ja, wel genoeg lezers. Volgens mij. Ik weet dat er een kleine trouwe groep is die dit blog leest via RSS of op de site. Soms reageert.
Naarmate de jaren verstrijken besef ik dat dit blog vooral echt voor mezelf is. Na al die jaren is het rijk archief met wat me ooit bezighield. In de eerste vijf jaar deed ik dat niet alleen, al doet het archief nu anders vermoeden. Dat is een import-fout die ik eigenlijk eens recht moet trekken. Maar daar wil ik het nu niet over hebben.
Vanochtend las ik achter elkaar Genoeg van Elja en Substance and Exploration come First van Ton. Beiden raken een essentie van online publiceren. Elja zoekt na al die jaren nog altijd een manier om zingeving te vinden in het publiceren.
Ik begin ook een klein beetje genoeg te krijgen van mezelf als blogger, eerlijk gezegd. Bloggen over wat je hebt gedaan, gedacht, bedacht, ingezien, beleefd en vindt….. pfff. Whatever. Wat doet het er toe?
Ton ontdekt na soul-searching een belangrijk nieuw inzicht.
I have identified three things to help me align my activities better with the way my mind functions.
Wat ik lees bij Ton resoneert enorm bij mij op dit moment. Na een paar maanden geen (betaald) werk, twijfel ik nog altijd wat ik nou eigenlijk moet worden als ik groot ben. Ik haal enorm veel plezier uit de ontdekkingstochten die ik nu doe. De eerste gesprekken voor CreativeNotes, lezen over creativiteit, eigen oude interesses opnieuw ontdekken. Het zijn allemaal bezigheden die misschien niet als werk zijn te bestempelen, maar waar ik enorm veel voldoening uit haal. En ik vind het leuk om dat met anderen te delen. Want dat doet er toe. (Zie je het bruggetje verschijnen naar Elja?). Als ik iets heb geleerd in de afgelopen 25 jaar is dat wat je deelt altijd voor iemand anders van waarde kan zijn. Al voelt dat niet zo op dat moment.
Ik heb me vaak genoeg afgevraagd waarom ik toch weer over Webmentions, Mastodon, self-publishing, schrijven of D&D zou schrijven. Er is al zoveel op dat internet, wat voegt mijn stem daar nog aan toe? Maar als ik dan een email krijg van een lezer die laat weten dat mijn uitleg over Mastodon echt heeft geholpen. Of als ik iemand spreek bij een evenement die me vertelt dat ze door mij ook is gaan bloggen. Misschien niet zo langdurig als ik doe, maar ze doet het wel. Om een eigen stem te vinden. Om die te gebruiken. Want laten we eerlijk zijn, je kunt je eigen stem pas vinden als je hem ook gebruikt. Als je hem laat horen.
Je hoeft niet over AI te schrijven. Je hoeft niet te pleasen voor een publiek, menselijk of machinaal. Je kunt prima bezig zijn met waar je enorm veel plezier uit haalt. En het mooie is dat je dit voor jezelf kunt documenteren, voor anderen om mee te lezen. En te delen in je plezier. Er door geïnspireerd te raken, nadenken hoe ze zelf in het leven staan en misschien wel iets veranderen. Dat alleen al maakt het de moeite waard om op je eigen plek te publiceren. Niet voor het grote publiek, niet voor de roem of om je personal brand op te bouwen. Dat laatste doe je toch wel. Door jezelf te zijn. Ga ontdekken en spelen. En laat het ons weten.
Zoals Ton afsluit met de wijze woorden:
I’ve felt the positive effect whenever I’m able to build exploring into my day, giving me a sense of wonder.