AI

LLM’s, AI modellen, ideeën, experimenten, verwondering en verbazing over AI.

    Winter Garden, de popup nieuwsbrief over AI.

    Sierlijke tekst toont de naam van een nieuwsbrief die zes edities zal verschijnen en daarna zichzelf zal vernietigen op een lichte achtergrond.

    Ik heb al vaker over Robin Sloan geschreven. Hij is van mijn favoriete fictie-schrijvers omdat hij technologie en creativiteit op een beeldende manier combineert. Niet alleen in zijn boeken zoals Mr. Penumbra’s 24 hour bookstore, Sourdough en zijn laatste roman Moonbound. Ik koop trouw zijn posters, vermomd als zines. Sloan is continu zelf bezig met technologie. Al in 2016 experimenteerde hij met een eigen ontwikkeld taalmodel.

    Vanwege het jubileum van dit model start hij een pop-up nieuwsbrief. Een gratis nieuwsbrief die slechts zes edities zal bestaan en dan verdwijnt. Het onderwerp is AI, vanuit het perspectief van een schrijver en programmeur die sinds 2016 met deze technologieën werkt. De titel is Winter Garden, de eerste editie is er en ik ben er dol op. Hij legt in de eerste editie uit waarom we nu al te maken hebben met AGI, Artificial General Intelligence. Vooral als je terugblikt op de afgelopen jaren en de evolutie van de grote modellen.

    It’s important to emphasize that the capability of these big models was a genuine surprise, even to their custodians. Once understood, the opportunity was quickly grasped … but the magnitude of that initial whoa ?! is still ringing the bell of this century.

    Maar hij stelt tegelijk de belangrijkste vraag… Wat nu?

    Abonneert allen!

    Doorzoek je Claude Code gesprekken

    Dit is precies wat ik bedoel met digitale democratisering, of perfecte software voor een publiek van één volgens Gaurav Ramesh (dank Erwin!)
    Simon Willison lost een probleem voor zichzelf op, hoe kan ik beter door de transcripts van Claude Code zoeken en navigeren, en deelt dat met de rest van het internet. Hij heeft net als ik het probleem dat je zoveel doet in Claude en Claude Code, dat zoeken ín de chatsessies belangrijk is. Om te achterhalen wat je precies had gedaan, welke opdracht waar is gegeven of waarom bepaalde keuzes zijn gemaakt.

    Zijn Claude Code Transcripts tool is een elegante oplossing, je kiest een chatsessie uit je geschiedenis en je krijgt direct een HTML pagina met de volledige tekst, inclusief de denk-stappen van het model. In de README file van de tool geeft Willison nog meer commando’s en output opties.

    De reden om deze tool te maken vind ik minstens zo opmerkelijk:

    These days I’m writing significantly more code via Claude Code than by typing text into a text editor myself. I’m actually getting more coding work done on my phone than on my laptop, thanks to the Claude Code interface in Anthropic’s Claude iPhone app. Being able to have an idea on a walk and turn that into working, tested and documented code from a couple of prompts on my phone is a truly science fiction way of working. I’m enjoying it a lot.

    Een digitaal document toont verschillende prompts en informatie over het ontwerpen van een service met betrekking tot websites en workflows het is weergegeven binnen een webbrowser op een computer.

    En het werkt best aardig! Zie hier een transcript van een sessie waar ik nu mee bezig ben, om een nieuwe bookmark/like extensie te maken die werkt zoals ik het liefste heb.

    Mooi spul! Claude Code Transcripts

    Hoe AI-tools de derde golf van digitale democratisering inluiden

    We staan aan de vooravond van een nieuwe technologische golf. Zo. Ik heb gesproken.

    AI-tools maken het nu al mogelijk om zonder programmeerkennis eigen persoonlijke software te bouwen. We zijn nog niet in het stadium dat er productieklare, schaalbare apps ontstaan. Maar een app die direct een probleem oplost voor een individuele gebruiker? Of die iets mogelijk maakt wat voorheen niet kon? Daar staan we nu.

    Het roept vragen op die we eerder moesten stellen. Wat betekent het als miljoenen mensen hun eigen apps kunnen maken? Wie bouwt de infrastructuur om deze veilig te delen? Hoe voorkomen we dat dit nieuwe ecosysteem wordt opgeslokt door dezelfde platforms die het open web hebben opgeslokt de afgelopen 15 jaar? En hoe zit het met de schaduwkanten van AI: de privacy-implicaties, het dataverbruik voor training, de ethische dilemma’s, het gebrek aan diversiteit in de trainingsdata, de milieubelasting van datacenters, de kosten die niet voor iedereen gelijk zijn?

    Die vragen beheersen nu het gesprek en dat is logisch. Want als we iets hebben geleerd van de afgelopen twintig jaar BigTech, dan is het dat ze de regels schrijven tijdens de verspreiding van technologie. Dus is het goed dat al die vragen er nu zijn. Tegelijk bekijken we waar de kansen liggen.

    Think Different

    Afgelopen vrijdag 19 december liet Martijn zien wat hij kon maken zonder enige programmeerkennis. Zijn ThetaOS spreekt tot de verbeelding, maar nog belangrijker dan de app zijn de checks and balances die hij onder water bouwt en beheert. Hier publiceert hij veel over en we hebben er geregeld gesprekken over. We steken elkaar aan met ideeën, helpen elkaar vooruit met inzichten en ik kijk graag over zijn schouder mee wat hij doet.

    Zijn verhaal paste perfect bij de workshop van die ochtend. Voor een groep van 25 enthousiaste niet-programmeurs ging een wereld open met Claude Code. Hier zag ik met eigen ogen de technische barrière instorten die decennia standhield. Martijn schrijft over de scheur in de muur van de App Stores, ik zag hem ontstaan in dat zaaltje.

    In 2 uur zag ik een persoonlijke wijndatabase verschijnen, een privé mobiele klantenkaart app die geen data slurpt, een app om je tuin op orde te houden door het jaar heen, een Zweedse taal app, een Spaanse taal app (want beiden hebben een hekel aan de enshittification van Duolingo), de opzet naar een eigen takenmanager, een comicstrip creator. Ik zag de rest van de dag een andere deelnemer constant bedenken wat ze nu allemaal kon maken. Welke Final Boss krachten nu unlocked waren… En een dag later kreeg ik een bericht dat een andere deelnemer zijn persoonlijke CRM systeem nu op orde had.

    “Ik ben bloody blown away met wat allemaal mogelijk is”, is slechts één van de reviews die ik via mail, Signal en in gesprekken kreeg.

    30 januari kun je het zelf ervaren als ik de workshop nog een keer geef. Natuurlijk kun je me altijd mailen of DM’en voor een in-company startersessie Conversational-Driven Development.

    Drie golven van democratisering

    Hoe chaotisch het web kan zijn: haar geschiedenis kent een patroon. Telkens wanneer een technische drempel valt, ontstaat een explosie van creativiteit van onderop.

    De eerste golf: publicatie (1999-2005)

    Begin 1999 waren er 23 bekende weblogs. Rebecca Blood, pionier en historicus van de blogcultuur, documenteerde wat er toen gebeurde. De belofte van het web was dat iedereen kon publiceren. De werkelijkheid was anders: alleen mensen die HTML beheersten konden hun stem laten horen. Toen lanceerden o.a. Pitas en Blogger. Plotseling konden mensen zonder technische kennis een eigen plek op het web claimen. Ik kan het weten, ik was erbij. Ik heb er zelfs nog een boek over geschreven. Binnen een paar maanden waren er honderden blogs. Binnen een paar jaar miljoenen. En zo ontstond een hele cultuur: de blogosphere, met eigen zoekmachines (Technorati), eigen conventies voor exploratie en ontdekking (trackbacks, blogrolls), eigen sterren en schandalen. En vooruit, eigen awards

    Het belangrijkste was dat de technologie om iets te publiceren op het web ineens voor iedereen beschikbaar was. Naast blogs kregen ook persoonlijke webpagina’s een enorme boost, met hun eigen beeldtaal, los van wat we kenden van magazines, TV en kranten.

    De tweede golf: netwerk (2005-2012)

    Je blog was een uitzendmedium. Jesse James Garrett noemde ze de Pirate Radio Stations of the web. Het zijn persoonlijke platformen waar je als individu je mening kunt geven. Je publiceerde, hopend dat iemand het zou vinden. Social media draaide dit om: het netwerk kwam eerst. Facebook, Twitter, en in Nederland Hyves maakten zichzelf de kern van de verbindingen. Je hoefde niet eens te publiceren om deel te nemen. Als blogger waren we nog producent. De sociale kanalen maakten weer consumenten van ons. Ondanks de kleine interacties van likes, shares en comments, écht iets maken was er nog maar weinig bij. Het werd nog erger. Algoritmes optimaliseerden op engagement, die veelal op woede en polarisatie is gericht, de aandacht op het platform werd verkocht aan de hoogste bieder en onze data wordt gebruikt om ons constant te tracken. En om nu LLM’s mee te voeden. Wat me op de derde golf brengt.

    De derde golf: creatie (2008-nu)

    Parallel aan de opkomst van social media begon een andere revolutie. De iPhone lanceerde in 2007, de App Store opende in 2008. Plotseling kon software op een apparaat in je broekzak draaien. Maar de technische drempel bleef hoog en Apple voegde daar nog een laag aan toe: Elke app kende een review-proces en een commissie van 30% op elke transactie. Martijn beschrijft in zijn stuk uitgebreid hoe we door AI code-assistenten die technische muur laten instorten. Met Claude Code maak je je eigen applicaties. Dat kunnen webapplicaties zijn, of volwaardige iPhone apps. Android zal net zo goed mogelijk zijn, maar valt buiten mijn kennis van dat ecosysteem. Martijn, ikzelf, deelnemers aan de workshops en Digitale Fitheid Meetups, we beschrijven wat we willen en samen met de software werken we naar een eindresultaat. En zo ontstaan er miljoenen niche-apps, gedeeld buiten de App Store. Die zijn niet bedoeld voor massamarkten, maar voor persoonlijk en wellicht klein-gemeenschappelijk gebruik.

    Golf Periode Barrière die viel Wat het mogelijk maakte Wat ontstond
    Publicatie 1999-2005 HTML-kennis Blogger, WordPress Blogosphere
    Netwerk 2005-2012 Bereik, verbinding Facebook, Twitter, Hyves Social web
    Creatie 2008-nu Programmeerkennis App Store → AI-tools ?

    Het vraagteken in die laatste cel maakt het interessant. Wat zal onstaan?

    Wat we verloren

    Om te begrijpen wat er kan ontstaan, moeten we eerst begrijpen wat we kwijtraakten.

    In december 2012 schreef technologie-commentator Anil Dash een essay dat nog steeds nagalmt: “The Web We Lost.” Hij beschreef hoe de tech-industrie de opkomst van netwerken behandelde als pure winst voor gebruikers. Zelden werd gesproken over wat we onderweg eigenlijk verloren. Dash herinnerde zich een web waar foto’s op Flickr werden geüpload met tags die machines én mensen konden lezen. Waar je met Technorati de blogosphere in real-time kon doorzoeken. Waar sites naar elkaar linkten en die links meer betekenis hadden dan om SEO redenen. Afgelopen vrijdag hadden Ton Zijlstra en ik een nostalgisch gesprek over del.icio.us, de beste sociale bookmarktool die nooit tot volle wasdom kon komen. Maar waar je elkaar volgde op basis van de linkverzameling en tags.

    Maar het echte verlies was subtieler: de persoonlijke homepage. In de jaren negentig had je een homepage. Een digitale plek die jou representeerde, vormgegeven naar jouw smaak, met jouw inhoud, onder jouw controle. Het was rommelig en amateuristisch en prachtig. Elke homepage was anders, want elke maker was anders. Sociale platforms reduceerden dit tot een profiel. Dezelfde MySpace, Facebook, Hyves of Twitter template voor iedereen. Dezelfde mogelijkheden, dezelfde beperkingen. Onze identiteit werd een invulformulier. Nog zonder captcha om verkeerslichten en pinguins te herkennen.

    De terugkeer

    Wat Martijn beschrijft is niet zomaar een technische ontwikkeling. Hij ziet dat zelf ook. Het is de mogelijke terugkeer van iets dat we verloren waanden, maar met een cruciale upgrade. Een homepage was statisch. Een blog was chronologisch. Een app is functioneel. AI-gegenereerde apps zijn “persoonlijke homepages” die iets doen. Ze lossen een probleem op dat jij hebt. Ze werken op de manier die jij prettig vindt. Ze delen geen data met adverteerders. Ze worden niet slechter omdat een platform besluit meer geld te verdienen.

    Martijn voorspelt miljoenen niche-apps, gedeeld buiten de App Store. Dit is precies wat Harvard-professor Yochai Benkler in 2006 beschreef als “commons-based peer production”: gedecentraliseerd, collaborative, niet gericht op eigendom of winst. Het verschil met twintig jaar geleden: de tools bestonden nog niet om dit werkelijk op grote schaal te realiseren. Nu wel.

    Waarom eigenaarschap ertoe doet

    De academische literatuur over online platforms is de afgelopen twintig jaar geëxplodeerd. De conclusies zijn ontnuchterend en dat zal je niets verbazen. Mensen als Shoshana Zuboff(Surveillance Capitalism), Nick Srnicek(Platform Capitalism) en Cory Doctorow (Enshittification) maken duidelijk dat het social web er niet lekker aan toe is. Het werkt alleen bij afhankelijkheid van het platform. Een zelfgebouwde app is minder afhankelijk. De afhankelijkheid is er tot op zekere hoogte, want het is met AI gebouwd. Maar je zit meer aan de knoppen wat je idee moet doen en kunnen. En vooral wat het niet moet doen. Geen algehele platformbeslissingen. Geen advertenties. Geen API-toegang die plotseling wordt afgesloten. Geen 30% commissie. Geen willekeurige afwijzing door reviewers.

    De IndieWeb-les

    Ik was betrokken bij de IndieWeb-beweging in Nederland en ervaar constant wat het effect kan zijn als je echt autonoom bent. Als alles in je eigen bezit is. Het geeft een digitale vrijheid die moeilijk te beschrijven is.

    Technologie alleen is echter niet genoeg. De University of Toronto concludeerde in hun onderzoek naar het Indieweb: “Voor een beweging die individuele autonomie benadrukt, zijn IndieWeb’s evenementen en community-netwerken de drijvende kracht achter haar levensduur.”

    De blogosphere stortte niet in door technische beperkingen. Technorati indexeerde 133 miljoen blogs. Maar 94% verdween. Niet omdat bloggen ineens moeilijker werd, maar omdat de sociale infrastructuur verschoof naar platforms die engagement optimaliseerden boven betekenis.

    Wat ik me dus afvraag…

    Als de AI-codetools werkelijk een nieuwe fase van digitale democratisering inluiden, dan staan we voor vragen die we eerder hadden moeten stellen. De vragen die we vergaten bij de komst van blogs en sociale netwerken.

    Wat is het RSS-protocol voor apps? RSS maakte het mogelijk om blogs te volgen zonder een platform als tussenpersoon. Wat is het equivalent voor niche-apps? Hoe vind je de app die iemand in Australië bouwde voor precies jouw probleem? Wie bouwt de Technorati voor AI-gegenereerde software? Misschien ligt een deel van het antwoord in protocollen zoals Nostr: open standaarden die discovery en connectie mogelijk maken zonder een centrale poortwachter.

    Wat voorkomt dat dit ook enshittified? Platforms slokten de blogosphere op. Influencers en social creators zijn afhankelijk van ondoorgrondelijke algoritmes. Welke structuren voorkomen dat deze app-renaissance hetzelfde lot ondergaat?

    Wie bouwt de commons? Martijn voorspelt platforms voor het delen van broncode, “GitHub meets App Store.” Maar wie bouwt dit? En volgens welk model? Is het eigendom van de community of van het platform?

    Hoe gaan we om met de schaduwkanten? AI-tools zijn niet neutraal. Ze zijn getraind op data waarvan de herkomst niet altijd helder is. Ze draaien op datacenters die te veel water en energie verbruiken. Ze kosten geld dat niet voor iedereen gelijk beschikbaar is. Ze roepen vragen op over privacy, over eigenaarschap van gegenereerde code, over de arbeidsomstandigheden van mensen die trainingsdata labelen. We kunnen niet doen alsof deze vragen niet bestaan. De vraag is hoe we een dialoog voeren die zowel de mogelijkheden erkent als de kosten eerlijk weegt.

    Wat is de nieuwe digitale geletterdheid? Als software-creatie een basale vaardigheid wordt, wat betekent dit dan voor onderwijs? Voor werk? Voor de definitie van wat het betekent om digitaal vaardig te zijn?

    En de belangrijkste vraag: De homepage verdween niet omdat hij technisch onmogelijk werd. Hij verdween omdat platforms makkelijker waren en meer bereik boden. De technische barrière voor apps is nu weg. Maar de sociale en economische krachten die ons naar platforms duwden bestaan nog steeds. Wat is er dit keer anders?

    Een open einde

    Misschien is het antwoord: niets is anders. Misschien worden AI-gegenereerde apps een nieuwe categorie die de grote platforms zullen absorberen en monetizen. Want dat is nu eenmaal zoals de BigTech werkt: Embrace, extend en extinguish.

    Maar ik blijf die naïeve hoop houden. Misschien is er wel iets veranderd. Want we moeten toch íets hebben geleerd van de afgelopen twintig jaar aan Big Tech platform dominantie? We weten nu wat we verliezen als we bouwen op geleend land, zoals Twitter. We ondervinden de enshittification aan den lijve. We zien hoe ze onze data opslurpen, verzamelen, bundelen en verkopen aan bedrijven en overheden. Hoe ze onze digitale identiteit reduceren tot een profiel in andermans template.

    Toen we in 2000 lekker zaten te bloggen, wisten we niet wat we hadden. Tot het weg was. Nu weten we wel beter. Toch? De vraag is of die kennis genoeg is om het dit keer anders te doen. En of we bereid zijn om de moeilijke gesprekken te voeren over hoe we nieuwe technologie inzetten op een manier die individuele makers helpt, zonder de wereld naar de knoppen te helpen.

    Nieuwsgierig?

    Leuk, dat historisch perspectief, maar wat nu? Wel, je kunt er onderdeel van uitmaken. Het zelf meemaken! 30 januari geef ik de Claude Code Open workshop nog een keer. Gratis en voor niks bij Wonders of Work in Utrecht. Wil je met je team of bedrijf proeven aan deze nieuwe revolutie? Dan is een in-company workshop altijd mogelijk. Mail me!

    Mijn Claude Code AI app is heus geen zoemende server in Silicon Valley! Het zit echt ergens in een kantoor mijn code te debuggen. Of in elk geval, dat probeert het. Want het maakte zelf een domme fout. Toen ik er naar vroeg kreeg ik uitgebreide excuses. Waaronder:

    Het echte probleem zat tussen stoel en toetsenbord - ik blokkeerde de server met mijn eigen test commands. Een maand geleden werkte alles omdat je toen geen debug commands had draaien.

    Zou dat nou die Soul zijn bij Anthropic waar zoveel om te doen is?

    Ik moet soms echt wel een beetje lachen om Claude. Ondanks dat het een Algoritmisch Inschattingsmodel is!

    Agents en skills

    Ik zat begin deze middag met een probleem. Ik wilde Claude Code een agent laten maken die ISO tests (dank je wel Monique) op mijn code kon doen. Zelfstandig, zonder mij te veel lastig te vallen. En natuurlijk met feedback. Maar wat Claude Code gaf was een skill, maar dat was volgens mij niet wat ik nodig had.

    Dat bracht me op het agents versus skills concept wat ik nog steeds niet goed begrijp en volgens mij andere mensen ook niet: agents en skills zien er misschien op het oppervlak hetzelfde uit (allebei mappen met instructies), maar ze zijn totaal anders. Of eigenlijk liggen ze heel dicht bij elkaar in mijn hoofd. Een agent heeft bepaalde skills. Een tekstschrijver kan zelfstandig teksten schrijven en heeft de competenties om dat te doen. Maar waarom zijn die twee dan gescheiden? Het blijkt dus, het gaat niet zozeer om techniek als om je rol:

    • Met Skills ben jij de stuurman en Claude je copiloot.
    • Met Agents ben jij de projectleider en Claude is je team.

    En de keuze bepaalt eigenlijk hoe je Claude Code gaat inzetten.

    Een handleiding versus een collega

    Skills zijn instructiehandboeken. Agents zijn zelfstandige specialisten.

    Een Skill zit in een mapje met een SKILL.md bestand met richtlijnen, voorbeelden en referentiematerialen. Wanneer jij Claude iets vraagt, scant hij of een Skill relevant is. Zo ja, dan laadt hij ze in. Hij leest de instructies en volgt ze op. Ik wacht er ondertussen op totdat Claude klaar is.

    Een Agent is anders. Het zijn Mini-Claude’s met hun eigen system prompt, toolset en afzonderlijke context window van 200.000 tokens. Agents zijn eigenlijk een team van experts: ze hebben elk hun eigen rol en functie. Ze gaan zelfstandig aan de slag, kunnen fouten herkennen, teruggaan, opnieuw proberen en itereren. Ze rapporteren terug met resultaten, niet met “ik ben klaar met je instructies volgen”.

    Praktisch gesteld:

    Een Skill zegt: “Hier staan de richtlijnen voor branding, volg ze netjes.”

    Een Agent zegt: “Jij bent de design expert. Ga zelfstandig controleren of deze site aan onze brand guidelines voldoet. Rapporteer terug wat er mis is en wat je zou aanpassen.”

    Waar het ingewikkelder wordt in mijn hoofd

    Dit is het kernverschil. Maar nu wordt het interessant, want ik moet een keuze maken. En die keuze bepaalt eigenlijk hoe het werk gaat verlopen.

    Ik merkte dat op het moment dat ik Claude Code vraag om bijvoorbeeld: “Controleer mijn code op performance issues.” Claude Code kan kiezen: Skill of Agent?

    Als Claude een Skill maakt, laadt die in mijn huidige window. Claude leest de performance-checklist, volgt stap voor stap wat ik heb geschreven en geeft feedback. Het is snel, synchroon, en ik ben niet afhankelijk van agents die hun eigen gang gaan.

    Als Claude een Agent maakt, maak ik eigenlijk een specialist aan die onafhankelijk werkt. Die Agent gaat mijn code analyseren, kan teruggaan en dieper graven, kan voorstellen testen, kan itereren. Ik hoef niet te wachten. Ik laat de Agent los en ga zelf verder met iets anders. De Agent rapporteert later.

    Delegeren of dirigeren

    Hier zit de echte beslissing. Het gaat niet zozeer om de techniek als om de werkwijze die ik prettig vind met AI-modellen. En dat is iets waar ik ook nog steeds aan moet wennen: wanneer wil ik nou eigenlijk een agent gebruiken en wanneer wil ik een skill gebruiken? Ik weet dat nog steeds niet heel goed. Maar langzaam zie ik wel een patroon.

    Agents zijn voor exploratie en verbetering. Je zet ze in als je:

    • Werk wil delegeren
    • Iets complexs hebt dat iteratie nodig heeft
    • Parallel aan iets anders wil werken terwijl de Agent bezig is
    • Wil dat Claude zelfstandig onderzoekt, aanpassingen doet, fouten corrigeert
    • Meer specialisatie wil dan generieke hulp

    Praktisch voorbeeld: ik heb een codebase met 50 bestanden en ik wil dat Claude die doorloopt, security issues vindt, patches voorstelt en die test. Ik kies dan voor een agent, want die gaat zelfstandig aan de slag. Ik kan ondertussen iets anders doen.

    Skills zijn voor regels en standaarden. Je zet ze in als je:

    • In je main window bent
    • Wil dat Claude je wat slimmer maakt terwijl je aan het stuur zit
    • Het werk synchroon kan (in- en uitvoer in één keer)
    • Bereid bent om te wachten
    • Jezelf de “denker” wil blijven en Claude de “assistent”

    Praktisch voorbeeld: ik heb brand guidelines geschreven en ik wil dat Claude die altijd toepast bij documenten. Ik kies dan voor een skill. Claude leert het, past het toe als het nodig is.

    Neo in de Matrix

    De fout die ik bijna maakte

    Dus ik wilde een ISO-test agent. Claude Code maakte een Skill. Ik zat even te denken: kan ik niet gewoon een Agent maken die die ISO-Skill inlaadt?

    Een agent die een Skill inlaadt is dubbel werk. Je agent zou in feite zeggen: “Wacht, laat me eerst deze handleiding lezen” en dan de instructies volgen. Dat kost dus extra tokens voor iets wat eigenlijk niet nodig is. Dan kan ik net zo goed zelf dat handboek lezen en het werk zelf doen. “Laat maar, ik doe het zelf wel” - en dan ben je sneller klaar.

    Waar ze wel samenwerken

    Nou, er is één scenario waar het wel voordelig is. Niet voor dezelfde taak, maar complementair.

    Stel je de Ticket-beheerder agent voor. Die Agent doet iets groots: aanvragen verwerken, prioriteiten stellen, bepalen wie het gaat oppakken. En incidenteel heeft die Agent iets nodig wat in een Skill staat. Bijvoorbeeld: “Zorg ervoor dat alle output aan onze schrijfstijl voldoet.”

    Dan kan de Ticket-beheerder agent die Schrijfstijl-Skill inladen wanneer nodig. Dat is niet dubbel werk, dat is praktisch. De Agent delegeert een onderdeel van zijn taak naar gespecialiseerde instructies.

    Dit illustreert eigenlijk een belangrijke nuance: Skills zijn voor “volg de regels” - je wilt consistency en standaarden. Agents zijn voor “maak het beter” - je wilt dat iemand nadenkt, itereert, verbetert. De Ticket-beheerder hoeft niet na te denken over schrijfstijl (daar zijn regels voor), maar wel over wat de beste aanpak is om tickets op te lossen.

    De mindset shift

    Ik dacht eerst, Claude Code is een assistent die me helpt. Ik zit aan het stuur en Claude voert uit.

    Maar met agents gebeurt er iets anders. Je gaat delegeren. Je zet specialisten in. Je hebt minder controle per moment, maar je hebt meer output totaal. Omdat agents parallel kunnen werken. Omdat ze zelfstandig kunnen itereren. Omdat ze context ruimte hebben om écht diep te gaan.

    Skills passen in het “Claude helpt me” model. Je bent stuurman. Claude is copiloot.

    Agents passen in het “ik delegeer werk” model. Je bent projectleider. Claude je team.

    En gaandeweg ontdekte ik nog iets: je kunt deze twee ook combineren in je workflow. Je zet Agents in voor de exploratie en verbetering. Laat ze het werk beter maken, dieper graven. En als je tevreden bent met het resultaat, vertaal je die kennis naar Skills. Die worden dan de regels en standaarden die je altijd wilt toepassen. Agents voor de vraag “hoe maken we dit beter?”, Skills voor de regel “dit doen we altijd zo”.

    De volgende stap

    Ik ga mijn ISO-test Skill omzetten naar een Agent. Niet omdat het technisch beter is, maar omdat ik wil dat die zelfstandig code doorloopt, fouten markeert, voorstellen test en rapporteert. Ik wil delegeren. Ik wil dat die specialist eigenaarschap neemt.

    Dus: heb je werk dat complex is? Dat iteratie nodig heeft? Dat je parallel wilt doen? Maak een Agent.

    Heb je werk dat consistent moet en deel van je standaardproces? Maak een Skill.

    De keuze bepaalt eigenlijk hoe je Claude Code gaat ervaren. Of je Claude als assistent voelt, of als team.

    Ik zit nu bij de Digitale Fitheid meetup. We hebben het vooral over zelf apps maken met behulp van AI. Of dat nu een eigen dashboard is, een static site exporteren of een eigen cursus Zweeds. Mooi dit. Van “There’s an app for that” naar “There’s a prompt for that”

    Opgeslagen ideeën

    Als Elja het over Vervlogen Ideeën heeft, wie ben ik dan om achter te blijven met wat eigen observaties. En wat er zoal de afgelopen tijd gebeurt. Ik was ook uitgenodigd voor de boekpresentatie waar Elja was. De auteur is een vriend van me, we hebben samengewerkt op de Hogeschool Utrecht, zo’n 15 jaar geleden. Ik kan goede gesprekken met hem voeren over AI. De voors en tegens. De gevaren en de mogelijkheden. Laurens houdt me scherp op wat de andere kant is van al deze ontwikkelingen.

    Vanochtend sprak ik Marieke. Ze is de host van de Digitale Fitheid meetups in Den Bosch. In januari is de volgende editie, komt allen! Er schijnt een spreker te zijn die iets vertelt over analoge notities en creativiteit… 😏 Marieke en ik hebben een dik uur wat bij zitten praten over de lastige (onmogelijke?) belofte dat AI je productiviteit verhoogt. Vanuit praktisch perspectief, vanuit wetenschappelijk perspectief. Ik vind dat soort gesprekken heerlijk.

    Morgen is trouwens de maandelijkse Digitale Fitheid meetup in Utrecht. Kun je me ook in het wild tegenkomen.

    Afgelopen week is de eerste offerte de deur uit voor een serie AI Workshops in 2026. De eerste offerte als nieuwe ondernemer. Een momentje hoor. De eerste factuur mocht ook de deur uit. Daar hoefde ik niet eens een offerte voor te sturen. Nog mooier!

    En het boekvoorstel voor CreativeNotes is eindelijk af! Ik zat er enorm tegen te hikken om het te schrijven. Ik kreeg geen orde en organisatie in mijn teksten, in de interviews, de hoofdstuk-indeling, losse gedachten en flarden quotes. Dat zorgt bij mij voor uitstelgedrag en in mijn hoofd ga ik rondjes draaien met gedachten om het probleem op te lossen. In plaats van aan mijn bureau te gaan zitten en het op te lossen. Dat moest gebeuren.

    Samen schrijven

    Uiteindelijk heb ik in Claude Code een hele strikte schrijfcoach-agent gemaakt. Die kon orde brengen in alles wat ik al had liggen. Stelde me kritische vragen over de indeling van het boek. Ging soms iets te ver en bleef maar op één onderwerp doorduwen. Dus dan grijp ik in. Ik pas de agent aan en we gaan weer verder. De agent genaamd Noah (geen idee, de naam popte in mijn hoofd), kon me vervolgens uitstekend helpen met de opbouw en inrichting van het boekvoorstel. Het mooie aan Claude Code is dat het direct bestanden op mijn laptop maakt. Binnen de grenzen van een subdirectory natuurlijk. Met allerlei vangrails en allow/deny toestemmingen bewust ingesteld.

    Claude Code en Noah maken Markdown bestanden voor me, die ik direct in Obsidian kan bekijken, wijzigen en opmerkingen in kan maken. Zo maak ik samen een boekvoorstel, waar ik alle zinnen en woorden altijd zelf bekijk en beoordeel. Waar ik me afvraag, zou ik het zo schrijven? Het mooie is dat Claude Code eveneens een schrijfgids heeft met mijn schrijfstijl. Die is opgebouwd uit een flink aantal blogposts en artikelen. Daarmee geef ik het wederom richting hoe het voor mij werk kan doen.

    Keuzes

    Dit is allemaal een logisch vervolg op de eerdere experimenten om een boek te structureren. Want ik gebruik nu nog meer voice-to-text om mijn ideeën en opdrachten over te brengen. Niet meer met Wispr Flow maar met de open source app Hex (sorry, Mac only). De open source modellen van Parakeet en Whisper zijn zo goed dat ik vrij foutloze teksten kan inspreken. Zo praat ik tegen mijn computer, geef ik opdrachten, denk ik na over de richting van een hoofdstuk.
    Mijn doel is om zo goed mogelijk richting te geven aan AI om het werk te doen wat ik wil dat het doe. Met name de klusjes die prima zijn te automatiseren. Na elke sessie schrijft een andere agent een verslag wat we hebben gedaan, welke taken nog open staan en het zorgt dat alle gewijzigde bestanden netjes worden gesynchroniseerd met een self-hosted git server. Ik zorg dat al mijn ideeën worden opgeslagen. Of ik doe het zelf op papier en digitaal. Of ik zeg mijn computer dat die het moet doen.

    Ik vraag me af hoe deze manier van werken zich verhoudt tot de ideeën die in boek Niet Onze AI presenteert. Mijn exemplaar kwam vandaag binnen, dus ik ga het eens lezen. Gewoon op papier. Met indexkaarten om aantekeningen te maken. Om de ideeën op te slaan die ik tegenkom.

    Nieuw commentsysteem

    Ik denk dat het allemaal is gelukt.

    (Voice-over: Update, het is dus niet gelukt… het oude systeem staat voorlopig weer terug)

    Het reactiesysteem voor mijn blog had ik extern gehost bij de maker, Cusdis. En dat ging langzaam maar zeker stuk. Zo kreeg ik geen email notificaties meer als er nieuwe reacties waren. En moesten sowieso alle reacties worden goedgekeurd. Nu blijkt dat de maker zijn systeem heeft achtergelaten en te koop heeft staan Een hoop gedoe. Gelukkig kan ik het reactiesysteem ook zelf hosten. Die knop is nu omgezet. Als het goed is zie je nog altijd een reactieveld hieronder. Kun je een reactie achterlaten. En moet ik die nog wel goedkeuren. Er zijn nog een paar hobbels die ik komende dagen moet nemen:

    1. De emailnotificaties goed laten werken. Iets met instellingen in de Docker container. Kan ik wel fixen.
    2. De mogelijkheid openstellen om reacties automatisch goed te keuren. Zal vast ergens een knopje zijn.
    3. De oude reacties importeren.

    Met name de derde hobbel is nog een interessante. De hosted versie van Cusdis biedt geen mogelijkheid om je reacties te exporteren. Daar had ik beter op moeten letten toen ik er mee begon, maar dat is nu wat het is. Gelukkig kan ik met wat handigheid in de Developer tools van de browser wel alle ruwe data van de reacties ophalen. Ik wil nog uitvogelen of ik dat met een AI-powered brokje code kan automatiseren (vast, maar ik weet nog niet hoe) en weer kan importeren in mijn bestaande systeem. Dan zijn de reacties sowieso weer terug.

    Genoeg nieuw gedoe dus. Maar het is gedoe in eigen beheer. Dat voelt toch fijner.

    Laat gerust een reactie achter om te testen hoe alles werkt :-)

    Hoe we van de WYSIWYG-leugen naar echte samenwerking gaan

    Toen ik Wilfred’s artikel las over docenten die hun eigen educatieve apps maken, moest ik denken aan mijn tijd bij Kaliber. We maakten daar zelf tools om onze klanten beter te helpen in werkprocessen. Die maakten we zelf met low-code apps als Make.com en werden zelden door developers gebouwd. Die driedeling die Wilfred beschrijft (voordelen en nadelen voor lerenden, docenten, en organisaties) komt me bekend voor. Vooral omdat ik inmiddels weet dat al die voor- en nadelen eigenlijk prima op te lossen zijn door samen te werken.

    Maar daar zit ook meteen een uitdaging.

    De cyclus die maar doorgaat

    We gebruikten Make.com, Typeform, en steeds vaker AI-tools zoals Claude om die klanttools te bouwen. Het enthousiasme was groot. Net zoals bij die docenten met hun AI-apps nu. Maar wat me opviel: het duurt heel lang voordat je echt een goed werkende versie hebt. Je kunt op papier veel uitdenken, maar je moet echt samenwerken met elkaar om tot een uitgewerkte tool te komen. Het is niet iets wat je even op een avondje maakt en dan de wereld inslingert.

    En hier zit het patroon dat me fascineert. Want de belofte dat je het allemaal zelf kunt maken, die is niet nieuw.

    lay-out Dreamweaver programma.

    In de jaren ‘90 hadden we WYSIWYG editors zoals Dreamweaver en Frontpage die het handmatig HTML-werk in bv Hotdog Editor eenvoudiger zou maken. We kregen blogging tools zoals Blogger, Movable Type en WordPress: je maakt je site in de browser met templates! Daarna kwamen no-code en low-code tooling: nu kun je echt alles zelf maken! En nu AI tools met dezelfde belofte: eindelijk kun je het allemaal zelf.
    Een observatie over die cyclus van developer-tools: Altijd werd gezegd dat programmeurs overbodig worden, dat je als non-developer het allemaal zelf kunt. Dat bleek dan toch aardig flauwekul. Je kunt een hoop zelf, maar wil je echt kwalitatief goed en stevig werk, dan heb je experts nodig.

    Je zult moeten samenwerken. Want als je alles door AI laat doen, wordt alles hetzelfde, ziet het er hetzelfde uit, het zit niet in je eigen stijl, het heeft niet je eigen tone of voice. Daarvoor heb je echt andere expertise nodig. Van UX tot design, development en niet te vergeten mensen met verstand van zaken om de boel op een productieserver te zetten en te houden.

    Samen groeien

    Wilfred analyseert scherp vanuit die drie perspectieven, waarin hij uitgaat van de individuele docent die zelf de apps ontwikkelt. Ik denk dat dit juist het moment is om je organisatie erin mee te krijgen en het gezamenlijk te gaan doen.

    Want kijk wat er gebeurt als je die samenwerking wel organiseert: Je brengt alle juiste expertises bij elkaar, van learning analytics, leerdoelen, beveiliging en integratie, om zo gezamenlijk tot de beste oplossing te komen. Maakt dit het traject wat langzamer? Vast en zeker. Maar het startpunt, de enthousiaste docent die een AI learning app ontwikkelt, kan wel voor een snellere start zorgen. En ja, de cultuur binnen de organisatie en (IT-)afdelingen moeten wel zijn ingericht op dergelijke stappen.

    Die “schaduw IT” waar Wilfred over schrijft? Dat hoeft helemaal geen schaduw te zijn. In plaats van mensen wegsturen naar hun eigen hoekjes, kun je die experimenten juist onderdeel maken van hoe je als organisatie leert en groeit.

    Ambassadeurs, niet eenzame wolven

    Je hebt ambassadeurs nodig, mensen die de kar trekken binnen je organisatie. Die laten zien wat er kan, maar tegelijkertijd het enthousiasme geven aan anderen om met z’n allen mee te gaan. Om daar juist gezamenlijk werk van te maken en er niet steeds soloprojecten van te maken.

    Denk aan:

    • Hackathons waar docenten en IT-mensen samen experimenteren
    • Show Don’t Tell-middagen waar werkende prototypes worden gedeeld
    • Terugkerende meetups waarin je de vooruitgang documenteert en vastlegt

    Het gaat om gedragsverandering. Hoe zorg je dat je mensen meekrijgt? Toevallig deelt Marco Derksen op LinkedIn een studie uit Denemarken waar blijkt dat de digitale experts in een organisatie niet degenen zijn die voor de digitale transformatie zorgen. Daar zijn anderen voor nodig binnen je organisatie. Sterker nog, de digitale experts hebben maar een beperkte invloed op de verandering in de organisatie. Je hebt elkaar keihard nodig om verder te komen. En je zult dat moeten erkennen van elkaar.

    Weg van de cyclus

    Mijn hoop zit in die gedragsveranderingen. Als we deze keer met AI de samenwerking wél voor elkaar krijgen, dan kunnen we zo’n enorme organisatorische en intellectuele sprong maken. Echt een grote sprong voorwaarts maken, waar mensen en technologie samenwerken. Daar zijn niet alleen experts voor nodig, maar de mensen in de organisatie die voor de sociale lijm zorgen, met een richtinggevend informeel netwerk.

    Zodat we af kunnen van die cyclus “nu kunnen we het eindelijk zelf” gevolgd door “oh wacht, we hebben elkaar toch nodig.” Maar meteen naar die fase waar we elkaar nodig hebben én dat ook weten.

    Wilfred’s artikel laat perfect zien waarom individuele docenten-met-AI-apps tegen grenzen aanlopen. De vraag die ik heb: hoe zorgen we ervoor dat organisaties die grenzen niet als probleem zien, maar als uitnodiging om het samen te doen?

    Hoe kijken anderen hier naar?

    De symbiose van je gedachten, AI en het vertrouwen van de lezer.

    In hoeverre laat je AI je gedachten opnieuw herschrijven en wat doet die transparantie met het vertrouwen van de lezer? Ik schrok van mijn eigen gedachten over een professionele kennis van me toen ik zijn tekst las, die deels door AI is geschreven.

    Elke week krijg ik de nieuwsbrief van Iskander Smit in mijn inbox, die ik erg graag lees. Hij heeft veel inzichten in de ontwikkelingen van AI en robotica, en hoe zich dat verhoudt tot mensen. Hij duidt de grote technologische bewegingen die we om ons heen zien en voegt daar vaak een filosofische inslag aan toe.

    In de laatste editie van zijn nieuwsbrief heeft hij een ’trigger thought’ over GPT-5 en wat er gebeurt met dat model sinds het is uitgekomen. Long story short, mensen zijn niet blij met dat nieuwe model. Hij relateert die backlash voor GPT-5 aan een theorie van Don Ihde: de ‘technological mediation theory’. Ik had er nog nooit van gehoord en vind het super interessant om te lezen hoe we de relatie met technologie ervaren op verschillende niveaus. Iskander geeft duidelijk voorbeelden bij elk niveau zodat je je een voorstelling kunt maken. Zeker het lezen waard.

    Ik ben gecharmeerd van Iskander’s manier van schrijven en hoe hij de ideeën uitlegt. Het is op een niveau dat net me net wat meer laat nadenken, herlezen, maar zonder dat het overdreven academisch of vol jargon komt te staan. Op een zeker moment in zijn “Triggered Thought” stuk gaat hij dieper in op zijn eigen gedachten, gebaseerd op een podcast die hij heeft gehoord. Hij verbindt een aantal van die gedachten aan elkaar uit de podcast en de theorie van Ihde. Dat is op zich een heel prettig stuk om te lezen, waar de argumentatie op een intelligente manier wordt opgebouwd.

    Maar dan, staat er ineens “As this last sentence is a formulation of my thoughts, expressed by Claude” en verderop in de laatste zin bij de conclusie staat: “It’s already hard to decompose, what of this concluding thought is mine, and what is this symbiosis by Claude?

    Ik voelde me wat voor de gek gehouden.

    Dat betekent dus eigenlijk dat een deel van wat hij heeft geschreven, opnieuw is herschreven met zijn prompt, met zijn ideeën. Ik ken Iskander goed genoeg om te weten dat dit wel zijn gedachten zijn en hij is een intelligent denker over technologie en de invloed op onze maatschappij. Maar toch merkte ik dat het iets deed met de waarde die ik gaf aan wat er is geschreven. Voordat ik die zin las, dacht ik: oké, het is allemaal echt heel scherp opgeschreven, heel puntig, heel duidelijk, en ik kan dit volgen. En daarna lees je dat AI daaraan heeft meegeholpen, en dat haalt toch iets van de waarde weg.

    Dat verraste me eigenlijk weer, omdat ik juist vind dat AI waarde kan toevoegen en dat het juist allerlei van je gedachten scherper kan maken voor de lezer. De vraag is natuurlijk wel: welke woorden zijn van jezelf, welke woorden zijn van AI? Wat kies je daarin? Wat herschrijf je? Waar schuif je met woorden? Waar breng je je eigen stem weer in? Dat is even zo mijn eerste gedachte toen ik de nieuwsbrief had gelezen.

    Wat dan wel transparant is om hier te noemen, is dat alles wat je nu hebt gelezen, heb ik ingesproken in mijn teksteditor via een speech-to-text tooling genaamd Typeless, wat ook weer AI gebruikt. Typeless gebruikt AI om de “euhs” weg te halen uit mijn gesproken zinnen, om dubbele woorden weg te halen en om sommige zinnen in te korten. Daarmee brengt het eigenlijk al wat orde in mijn gedachten. Maar tegelijkertijd, nadat dit allemaal uit Typeless kwam, heb ik alles weer gelezen, heb ik wat stukken herschreven, zijn er een paar zinnen bijgekomen en zijn er woorden weggegaan. Ik voeg zelf de links toe en de opmaak. Dus is het toch wel een symbiose tussen mezelf en AI. De tekst is daarna niet meer door Claude, OpenAI of een ander model herschreven en er zijn geen door AI gegenereerde zinnen toegevoegd.

    Van Go algoritme tot garage riffs - Beginner's Mind in creativiteit.

    Voor de Ramones waren de Bay City Rollers een enorme invloed. Zanger Joey Ramone zei ooit

    Their song ‘Saturday Night’ had a great chant in it, so we wanted a song with a chant in it: ‘Hey! Ho! Let’s go!’ on ‘Blitzkrieg Bop’ was our ‘Saturday Night.’
    Bron: The Downtown Pop Underground

    De band haalde veel inspiratie uit de bubblegum pop van de jaren 50 en 60 en ze dachten dat ze in dezelfde richting gingen. Het publiek dacht er anders over met songtitels als “Teenage Lobotomy” en “Now I wanna sniff some glue” en onbedoeld startte The Ramones de punkrock revolutie in de jaren 70. De band probeerden ook niet beter te zijn dan de virtuoze, complexe progrock en arenarockers uit de die tijd. Ze maakten hun eigen regels, ze begonnen opnieuw met korte, harde nummers van 2 minuten, een paar akkoorden en een bak energie. Ze benaderden hun muziek met de Beginner’s Mind.

    In AlphaGo zien we de Beginner’s Mind eveneens aan het werk. In deze documentaire vertelt het verhaal van het gelijknamige AI programma dat is ontwikkeld door Google Deepmind. Het is speciaal gemaakt om het eeuwenoude bordspel Go te spelen. Go is een van de meest complexe bordspellen ter wereld. Het heeft een paar eenvoudige regels, die zorgen voor meer potentiële zetten dan er atomen in het universum zijn.

    AlphaGo speelt tegen Lee Sedol, een van de beste Go-spelers te wereld op dat moment. Sedol moet in de eerste partijen al zijn meerdere erkennen in de Go-computer, maar het is in de tweede partij dat de computer een bijzonder besluit neemt. Bij zet 37 in de partij zijn er ogenschijnlijk twee keuzes, offensief of defensief. De computer besluit een derde zet te doen. Een zet die nog nooit is gezet in de duizenden jaren van partijen die zijn gedocumenteerd. De reden is dat een menselijke speler het nooit zou bedenken om die specifieke zet te doen. Commentatoren doen het af als een fout in de rekenregels en Lee Sedol is zichtbaar ontdaan van de “fout” van de tegenstander.

    Maar AlphaGo is een computer. Het volgt alleen de regels van het spel, niet de culturele waarden of afspraken die wij als mensen maakten rondom het spel in de afgelopen 1000 jaar. Het algoritme maalt niet om de marge waarmee het wint, als het maar wint. Dat is het enige dat telt. De AI liet zich niet beperken door de heersende ideeën. Het speelde met een Beginner’s Mind.

    Een Beginner’s Mind is niet eenvoudig. Het betekent dat je loslaat wat je allemaal weet. Je kennis en ervaring die je al jaren met je meedraagt laat je los om tot nieuwe richtingen te komen.
    In plaats daarvan fungeert je nieuwsgierigheid als een kompas voor je creatieve denken. Door je kijk op de situatie te veranderen, andere vragen te stellen, het frame dat is bepaald door cultuur en sociale normen naast je te leggen.

    Sari Azout, de CEO van Sublime, stelde recent in een webinar de vraag waarom het frame van AI is dat het de mensheid bedreigt. Waarom is de vraag veelal “Neemt AI ons werk over?” in plaats van “Welke rol kan AI spelen om onze collectieve intelligentie nog verder te vergroten en voor meer creativiteit zorgen?”.

    George Parker noemt in zijn boek Creatief Transformeren de Beginner’s Mind een belangrijk element om toe te passen om je fantasie de vrije ruimte te geven als je met je eigen werk bezig bent. Want net als AlphaGo kun je je alleen focussen op de regels van het spel en je niets aantrekken van de culturele afspraken. Of doe als de Ramones, roep Hey Ho Let’s Go en trek je eigen plan. Herschrijf de regels en laat los wat hoort in de gevestigde tradities.

    Met dank aan Rick Rubin’s The Creative Act.

    Hoe ik nieuwe makers vind voor CreativeNotes: een podcast, creatief denken en AI-automatisering

    Voor CreativeNotes ben ik altijd op zoek naar nieuwe, inspirerende makers om te interviewen. Al eerder luisterde ik de podcast Ervaring voor Beginners van Theo Maassen. Theo praat hierin precies een uur met bekende Nederlanders zoals theatermakers, comedians en muzikanten over het creatieve proces. Hier zou ik best eens interessante mensen kunnen vinden voor mijn project. Maar met zo’n 120 afleveringen is het vrijwel onmogelijk om ze allemaal te luisteren. Daarom besloot ik slimmer te werk te gaan en gebruikte ik AI en automatisering om de voor mij relevante pareltjes eruit te vissen. Het gevolg is dat ik mijn eigen competentie train en documenteer om uit grote hoeveelheden data de relevante informatie weet te vinden. Door mijn eigen creatieve en logische denken te combineren met AI en code.

    Voor onderstaande project gebruikte ik ChatGPT 4.1 Mini en Claude Opus 4.0 via OpenwebUI (interface) en Openrouter (API keys). Ik gebruik de gratis versie van Google’s NotebookLM.

    RSS feed vinden en omzetten naar JSON

    De podcast-RSS feed was niet eenvoudig te vinden, maar via de netwerk-tab van mijn browser vond ik op podcastluisteren.nl alsnog de juiste URL. Deze gebruikte ik om een JSON bestand te maken met alle afleveringen, waarbij ik de titels opschoonde: de seizoens- en afleveringsnummer “Sxx Afl x” haalde ik weg, zodat alleen de naam van de maker overbleef. Van elke aflevering heb ik ook de URL naar het audiobestand (MP3) opgenomen. Zo ontstond een overzichtelijk én machineleesbaar bestand om verder mee te werken.

    netwerktab voor de feed JSON file

    Filteren voor meer diversiteit

    Ik wil graag meer diversiteit in mijn boekproject, daarom filterde ik het JSON-bestand nogmaals. Ditmaal zocht ik expliciet naar namen die niet typisch Nederlands én mannelijk waren. Hiervoor gebruikte ik een automatische herkenning van typisch Nederlandse mannennamen als filter, waarlangs ik de overige namen er juist uitpikte. Dit hoefde ik niet handmatig te doen en het gaf me meteen een handige startlijst met interessante, diverse makers.

    Ik gebruikte de volgende prompt, let hier vooral op de laatste opdracht. Ik wil dat het LLM me eerst teruggeeft wat hij gaat doen, een soort dry-run voor hij echt aan de slag gaat.

    Haal nu uit dit JSON alle entries (title en audio_url) waar de naam in “title” een typische Nederlandstalige mannennaam is. Bijvoorbeeld “Bram Bakker” is een typische Nederlandse mannennaam, omdat Bram een typische Nederlandse voornaam is. “Jandino Asporaat” is NIET typisch Nederlands man, evenals Elien van den Hoek. Jandino is geen veel voorkomende Nederlandse mannennaam en Elien is een vrouwennaam. Dus ik wil twee feeds van je: Een feed met alle typische mannennamen, zowel title als audio_url en dan de overgebleven namen in een tweede feed. Is deze opdracht duidelijk? Kun je me eerst in stappen uitleggen wat je exact gaat doen? Als ik dan akkoord geef, dan kun je pas echt aan de slag.

    Dit werkte direct foutloos. Ik kreeg twee JSON bestanden terug die ik daarna nog handmatig heb gecheckt op de namen. Alles klopte.

    MP3-collectie downloaden via een bash-script

    De volgende stap was om alle audio te downloaden. Ik kon nergens transcripties vinden, dus die moest ik maken. Daar heb je de audio voor nodig. Om de MP3 audiobestanden te downloaden schreef ik een bash-script dat:

    • Controleert of een MP3 bestand al op mijn schijf staat.
    • Bij een bestaand bestand vergelijkt of de lokale bestandsgrootte gelijk is aan de remote versie.
    • Als het lokaal bestand kleiner blijkt, downloadt het script het bestand opnieuw (want dat impliceert dat de vorige download voortijdig eindigde).
    • Wisselende user-agent headers meestuurt, alsof het vanuit bekende podcastspelers komt. Meer een voorzorgsmaatregel om blokkeren van de server te voorkomen.
    • Tussen downloads willekeurige time-outs plaatst om netjes te blijven. Wederom uit voorzorg en omdat het wel zo netjes is een server niet continu te belasten.
    • Een werking met voortgangsbalk, logging en een retry-mechanisme voor mislukte downloads heeft.

    Hiermee werkte ik efficiënt en betrouwbaar, zonder elk bestand handmatig te hoeven binnenhalen. Ik had alle MP3 bestanden in 6 minuten binnen, het script werkte bij de eerste poging al foutloos.

    iTerm2

    Het volledige script vind je hier op Github. Gebruik er van wat je nodig hebt.

    Batch transcriptie met MacWhisper

    Nu had ik alle audio. De volgende stap was om deze te transcriberen. Ik zette MacWhisper aan voor een lokale batch-transcriptie. 43 afleveringen van elk een uur werden automatisch uitgeschreven, waarvan het proces liep terwijl ik lag te slapen. Tussen 23:03 en 3:09 heeft de app alle 43 MP3 bestanden in het Nederlands uitgeschreven en lokaal opgeslagen. Het is nog niet helemaal perfect: de transcripties geven logischerwijs geen echte sprekersnamen, alleen generieke aanduidingen zoals “Spreker 1” en “Spreker 2”, wat de nabewerking iets ingewikkelder maakt. Ik zou dat nog met wat slimme bewerkingen kunnen oplossen. Spreker 1 is namelijk altijd Theo Maassen en spreker 2 kan ik uit de filename halen. Maar voor nu was dit prima. MacWhisper is gratis te gebruiken maar heeft dan beperkingen. De betaalde versie is voor mij zeker zijn geld waard. Niet in de minste plaats omdat het van Nederlandse makelij is. Hou er wel rekening mee dat je voor MacWhisper een stevige Mac nodig hebt. Minimaal met een M1 chip.

    Analyse met NotebookLM: quotes & tijdcodes zoeken

    De 43 transcripties upload ik in NotebookLM, een tool waarmee ik op makkelijke wijze relevante quotes en tijdcodes kan opzoeken. Zo vond ik snel passages die inspirerend waren, die nuttig kunnen zijn voor nieuwe interviews binnen CreativeNotes. De combinatie van automatisering en slimme analyse versnelt zó het creatieve proces. Waarom NotebookLM? Omdat het alleen in de transcripties zoekt en niet nog externe bronnen of andere onderwerpen er bij verzint, wat de overijverige ChatGPT vaak wel wil doen. Mijn prompt bij NotebookLM

    Zoek in alle transcripties waar heel expliciet wordt gesproken over notities, notitieboeken, pen, papier, briefjes, schetsen of vergelijkbare analoge hulpmiddelen in het creatieve proces. Hoe gebruikt de geïnterviewde deze instrumenten?
    Laat dat zien met een quote per geinterviewde. Geef de quotes in een puntsgewijze lijst per geinterviewde. Laat duidelijk zien dat iets wordt gebruikt als papier, systeemkaartjes, notitieboeken, losse vellen.

    Het eindresultaat

    Ik heb na een eerste check al zeker 5 namen die mogelijk interessant zijn voor mijn project. Uit de enorme berg informatie van 10 seizoenen Ervaring voor Beginners heb ik de parels gevonden die ik zocht. Nu wil ik de specifieke fragmenten nog wel afluisteren, inclusief de context van de quote. Als het een waardevolle lead is voor mijn project, dan moet ik op zoek naar een contact. Allemaal mensenwerk, maar zó leuk om te doen!

    Over de balans tussen scrapen en research

    Ik vroeg me af of het wel verantwoord is om een podcast op deze manier te “scrapen” en alle audio binnen te halen. Aan de andere kant realiseerde ik me dat ik inmiddels al vier à vijf namen heb gevonden waar ik echt dieper in wil duiken. Het doel is niet om zomaar alles te verzamelen, maar om die specifieke momenten zorgvuldig af te luisteren en te verifiëren wat er gezegd wordt. Bovendien ga ik die makers zelf nog benaderen voor een gesprek. Het voelt dan meer als gericht onderzoek dan als ongericht scrapen. Ondanks het scrapen en geautomatiseerd verwerken van de podcast, de afleveringen en de interactie tussen Theo Maassen en zijn gast is altijd heerlijk om naar te luisteren. Ik kan je de podcast sowieso aanraden!

    Waarom werkt deze aanpak

    Door data en creativiteit te combineren, voorkom ik dat ik verdrink in een zee aan audiofiles. In plaats daarvan filter ik gericht interessante makers en haal ik snel de kern uit de transcripties. Dit soort iteratieve workflows helpt me om helder te blijven focussen op wat echt belangrijk is in het creatieve avontuur. Daarnaast leer ik met deze stappen hoe ik met AI, code en logisch nadenken grote hoeveelheden data kan uitpluizen en er relevante informatie uit kan halen voor dit specifieke project. Dat is een competentie die je als kenniswerker meer en meer nodig zult hebben. Het is daarom goed die te trainen en te documenteren.

    Volg mijn CreativeNotes avontuur!

    Wil je volgen hoe zich dit verder ontwikkelt? Kijk dan op https://notes.frankmeeuwsen.com, waar ik al mijn ontdekkingen, stappen en gedachten deel. Schrijf je daar ook in voor de nieuwsbrief om niets te missen. Of direct hieronder.

    Vibe coding en mijn boekplanning: zo bouwde Base44 mijn werkplek

    Mijn map met screenshots is inmiddels aardig opgeruimd, dankzij het script dat ik eerder deze week maakte met behulp van Claude Opus. Het mooie is dat dit script vrijwel direct het werk deed, de AI me nog ideeën gaf voor opvolging en dat ik eenvoudig het script kan delen met jullie. Het nadeel van deze werkwijze is dat je al wel wat kennis moet hebben van scripts, programmeren, hoe je Python laat werken op je computer. Niet onoverkomelijk, zelfs dat kun je leren met AI, maar je moet er maar net zin in hebben.

    Vibe coding. De term heeft sterke voor- en tegenstanders. Ik zit er wat gematigd in. Vibe coding is de manier waarop je via nieuwe webinterfaces je eigen applicaties, websites en ideeën tot leven kunt brengen. Er zijn genoeg spelers op de markt, ik ga ze hier niet allemaal noemen. Vriend Erwin Blom is hier véél meer de expert in en kan je prima op weg helpen. Door hem kwam ik op het pad van Base44.

    De gedachte is redelijk eenvoudig, typ of spreek in wat je wilt hebben en de app gaat voor je aan de slag. Ik gaf de eenvoudige prompt “I need a planningstracker for a new book I’m working on. the research, interviews, writing, collection, transcribing, marketing, pitches to publishers.”

    Voor CreativeNotes kom ik nu op het punt dat de eerste interviews gaan plaatsvinden, ik lees veel, verzamel allerlei ideeën en heb zowaar een tijdsplanning geschetst! Ik ben benieuwd waar Base44 mee zou komen, op basis van deze eenvoudige wens, die stiekem best wat complexiteit in zich heeft.

    Ik was even stil van het eerste resultaat.

    Eerste opzet van Base44 voor mijn projecttracker

    Ik had niet verwacht dat het zó compleet zou zijn. Details zoals de Quickstats, het aantal woorden dat je per boek kunt geven, maar ook de manier waarop alles verbonden is tot een overzichtelijk geheel. Het is allemaal nog niet af, de individuele onderdelen moet ik nog laten vibecoden, maar ook dat is een kwestie van de prompt geven en wachten.

    Base44 bouwt mijn werkplek

    Wat Base44 precies voor me bouwde, voelt als een klein bureau op mijn scherm: een Project Dashboard dat me een helder overzicht geeft van de voortgang van mijn boek, van het prille begin tot aan de publicatie. Er is Research Management waarin ik al mijn bronnen, notities en onderzoeksopdrachten kan bijhouden. Heel fijn, want zo raak ik niet meer verdwaald in mijn ideeën en aantekeningen. Aan de andere kant, met Sublime en Obsidian heb ik al behoorlijk wat overzicht, ik moet nog nadenken of ik dit écht nodig ga hebben.

    Aan de interviews is gedacht; de app verzorgt een Interview Tracker om afspraken te plannen, gesprekken te doen en opvolging te regelen. Perfect voor deze fase van CreativeNotes waar ik flink wat gesprekken op de planning heb staan.

    Dan heb je de Writing Progress: hiermee kan ik mijn schrijfdoelen per hoofdstuk bijhouden. In het screenshot is het allemaal nog demo en test, maar ik zie me dit wel gebruiken om mezelf gemotiveerd te houden. En de Materials module helpt me bij het beheren van audiofragmenten en transcripties, want dat soort materiaal hoop je niet met losse bestanden op te slaan.

    Base44 heeft ook een Marketing Planning met campagne-ideeën en sociale media activiteiten, plus een Publisher Outreach tracker om mijn pitches netjes te organiseren.

    Qua design zit het netjes in elkaar. De interface is eenvoudig en uitnodigend. Typografie en ruimtelijkheid zijn zo gekozen dat het me niet teveel af leidt. Het is functioneel. Schakelen tussen fases gaat makkelijk via een sidebar.

    Met de prompt “Create a workflow to edit the book projects” had ik binnen een paar minuten een workflow in 4 stappen om boekprojecten te maken. De basics, een hoofdstukindeling incl een streefgetal voor aantal woorden, een tijdlijn inclusief voortgang per hoofdstuk. Wederom meer dan ik zelf had kunnen (laten) maken. Natuurlijk kun je dit allemaal in Obsidian in elkaar zetten, met behulp van plugins. Maar met deze werkwijze kan ik de complete app in mijn eigen stijl en op mijn manier laten werken.

    Ik heb nu nog geen idee hoe de gegevens worden opgeslagen. Ik denk in een database of een configuratiebestand. Voor publicatie en meer uitgebreide mogelijkheden heb ik een betaald abonnement nodig op Base44. Het startplan is 20 dollar per maand, maar voor serieus werk zit je al snel op 50 dollar per maand. Is het dat waard? Als je veel eigen apps maakt of je werkt veel met klanten en bureaus die proof of concepts of prototypes nodig hebben, of een concreet idee tastbaar wilt maken, dan denk ik dat het meer dan zijn geld waard is. Met het Builder plan van 50 dollar heb je ook een Github integratie, waardoor je de code altijd kunt meenemen als je besluit te stoppen met je abonnement. Zo zit je niet vast aan Base44 zelf, en hou je je opties open.

    Vibecoding heeft allerlei fijne voordelen, maar ook aandachtspunten waar je rekening mee moet houden. Het grote pluspunt is snelheid en gemak. Je kunt in korte tijd iets werkends neerzetten zonder alles helemaal tot in de puntjes te moeten uitwerken of perfect schaalbaar te maken. Zoals mijn principe “Werken met de garagedeur open”, voelt vibecoding soms alsof je een kleine werkplaats tot je beschikking hebt, een soort schuur of garage vol met gereedschap dat je precies pakt als je het nodig hebt. Het gaat niet om een grote, gelikte fabriek met eindeloos veel medewerkers, maar om de persoonlijke ruimte waar je zelf de touwtjes in handen hebt en snel dingen maakt die voor jou werken.

    Een belangrijk nadeel van vibe coding is dat ik beperkt word door de randvoorwaarden van de tool of het platform. Ik weet ook niet exact wat er achter de schermen gebeurt. De garagedeur blijft eigenlijk dicht. Ik moet wennen aan de manier waarop het werkt en soms lukt het niet om precies dát te maken wat ik in mijn hoofd heb. Aan de andere kant, de output van deze app was meer dan ik zelf in eerste instantie had bedacht en het bracht me weer op nieuwe paden. De schaalbaarheid zoals bij klassieke softwareontwikkeling is voor mij niet per se een doel. Kleine, tijdelijke apps die persoonlijk en doelgericht zijn kunnen precies genoeg zijn. Het hoeft niet perfect, als het maar doet wat het moet doen.

    Vibe coding voelt voor mij als een balans tussen snelheid, flexibiliteit en creativiteit. Het geeft mij de mogelijkheden om ideeën snel tastbaar te maken, zonder meteen in de valkuil te stappen van eindeloos perfectioneren of omgaan met complexe softwareontwikkeling. En zolang je je bewust bent van de beperkingen en keuzes die je maakt, kan het een waardevolle aanvulling zijn in je digitale gereedschapskist.

    Volgende stap: Deze website onder handen nemen!

    Hoe je een map vol screenshots op jouw manier kunt opschonen

    Mijn map ~/Downloads is echt een vergaarbak van allerlei bestanden, screenshots en tijdelijke zooi. Met name de hoeveelheid screenshots en gedownloade afbeeldingen wil nog wel eens uit de hand lopen. Ik maak er veel, soms voor een blogpost, soms bij een mail, soms vanwege de foutmelding of gewoon omdat het een flauwe meme is. Elke afbeelding heeft dus een andere betekenis voor me. Simpelweg alles weggooien na een periode werkt voor mij niet. Wekelijks of dagelijks keuzes maken welke ik wil bewaren, die standvastigheid heb ik niet. Automatiseren vanuit een aparte map, dat is het probleem verplaatsen.

    Dus ik moest iets anders bedenken.

    Wat bij mij wel kan werken, is een webpagina waar ik thumbnails van de screenshots zie, de juiste kan selecteren en daarna verwijderen. Dat moet te doen zijn. Met een lokale webpagina, die direct alles laat zien van de map Downloads.

    Met de hulp van Claude Opus 4.0 bouwde ik een lokale Python webapplicatie die het volgende doet:

    • Toon alle afbeeldingen in een map en zet ze in een grid, inclusief thumbnail van de afbeelding
    • Met je muis of toetsenbord navigeer je door de afbeeldingen en kun je selecteren welke je wilt verwijderen
    • Of individuele afbeeldingen verwijderen
    • Direct alles (de-)selecteren
    Screenshot van de screenshot manager

    Je kunt de code vinden op Github en alle prompts en uitleg op deze pagina. Je kunt alles direct hergebruiken voor je eigen map(pen). Lees zowel de prompts, het readme-bestand als de instructies van Claude goed door, zodat je weet wat je doet. Pas eventueel de bronmap aan of gebruik de code om met je eigen prompts te verbeteren en naar je eigen situatie om te zetten. Onderaan de instructies vind je nog ideeën om de app verder uit te bouwen. Misschien zit er iets voor je tussen.

    LinkLeesMap S01E04 - Maak meer!

    Een rustige Eerste Pinksterdag, het is heel erg niet stuimig buiten met windvlagen en regenbuien, dus een mooi moment om lekker te computeren en op gevoel wat links te volgen.

    Wat zag ik zoal deze week?


    Een kijkje in het notitieboek van Austin Kleon! Ik volg Kleon al jaren, heb zijn boeken en ben betaald lid van zijn nieuwsbrief. Hij produceert zoveel losse posts, Instagram filmpjes, nieuwsbrief-materiaal én heeft nog tijd voor pizza-avonden met zijn familie, gaat samen met zijn zoontje op creatieve avonturen en schrijft een nieuw boek. Ik vind het knap.
    In deze post neemt hij ons mee in een notitieboek dat hij tot de rand heeft gevuld. Knipsels, tekeningen, droedels, losse zinnen. Ik vind het fantastisch om mee te mogen kijken bij deze schetsen.

    Austin Kleon's notitieboek

    Een paar weken terug begon Grok, het AI model van X, in allerlei antwoorden referenties te maken naar witte genocide in Zuid-Afrika. Een vreemde situatie die al snel werd hersteld door de software engineers. Maar het schetst wel een probleem met LLM modellen van andere partijen: Je hebt geen invloed op de systeem prompt. De systeem prompt is een doorgaans onzichtbare laag die over het LLM ligt en “karakter” aan het model geeft. Het geeft instructies hoe te antwoorden, in welke tone of voice, waar het geen antwoord op geeft, welke prioriteiten het heeft.
    Je voelt al aan dat dit consequenties heeft als mensen meer en meer deze modellen als nieuwsbronnen zien. Wat ze ook doen. De systeemprompt is als het ware de eindredacteur van de informatie die je krijgt. Maar een eindredacteur kun je nog mailen, of die zie je bij een talkshow langskomen om context en uitleg te geven waarom ze op een bepaalde manier het nieuws brengen. Een LLM zie ik nog niet snel bij Jinek aan tafel zitten. Hooguit gechanneld via Alexander Klöpping. Een ander probleem is dat AI modellen meer en meer van ons als mens weten en van jou als individu. Steeds meer individuele informatie wordt opgeslagen waardoor hetzelfde model bij jou op een andere toon en stijl zal reageren dan bij mij. De nieuwsbubbels verkleinen, totdat het duizenden, miljoenen kleine bellenblaas-belletjes zijn, voor ieder zijn eigen bubbeltje. Waar blijft dan een gedeelde waarheid? In He who controls the system prompt controls the universe kun je uitgebreid lezen wat dit voor gevolgen kan hebben en waarom we meer transparantie en accountability nodig hebben bij AI modellen.


    Nieuws uit de Fediverse! Tijdens de FediForum Online Conference afgelopen week lanceerde Bonfire Social. Een nieuwe manier om eigen communities te bouwen op het open sociale web. Net als de vele forum- en communitysoftware biedt Bonfire veel mogelijkheden bij de start, maar het is gebouwd op de protocollen voor de Fediverse. Dat biedt mogelijkheden om een community te bouwen die niet direct een dichte muur heeft met aparte accounts, maar waar je met je eigen decentrale account deel van kunt uitmaken. Ik heb nog niet de kans gezien om het echt te testen en te bekijken. Techcrunch heeft een aardig overzicht van de mogelijkheden.


    Van 8 tot 12 augustus is het tijd voor WHY2025, ofwel What Hackers Yearn. In Geestmerambacht (42 kilometer ten noorden van Amsterdam) vind je dit outdoor hacker camp. Tenten, kabels, computers, servers, wifi-punten, eten, drinken… open source hardware, digitale kunstinstallaties, zelf je software maken, het kan allemaal in die paar dagen in het weiland. Kaarten zijn nu te koop! Check de wiki voor alle informatie.

    Wiki banner.

    Komende maandag kun je me live vinden bij Seats2Meet (dat zich gaat hernoemen naar Wonders of Work.. WoW!) bij de live-viewingparty voor de ontwikkelaars-conferentie van Apple, de WWDC 2025.
    Vrijdag 13 juni loop ik rond in Pakhuis de Zwijger bij de PublicSpaces conference. Kom een praatje maken en geef me je linktips!


    circles

    Dat was de LinkLeesMap van deze week. Maak er een mooie week van, deel je links, schrijf op je blog of in je journal. Ga maken!

    Van serendipiteit tot algoritmes - De kracht van pollinators in je digitale tuin

    De Digital Garden is een term die de laatste jaren veel in zwang is. Daar ben ik blij om, want dan kan ik het woord “zwang” eens in een zin gebruiken. Maar goed, Digital Gardens dus. Ik heb er zelf niet heel veel over geschreven, maar Tom Critchlow maakte in 2019 al een mooi overzichtsartikel. Een Digital Garden is het beste te omschrijven als een plek waar je je gedachten en ideeën kwijt kunt, je kennis kunt laten groeien en nieuwe verbindingen maken. Dat kan je notitie-app zijn op je telefoon, Obsidian, Notion of welke andere app.

    Om in de analogie van de tuin te blijven, die moet natuurlijk wel bestoven worden. Want door bestuiving groeit je tuin, komen er nieuwe planten en bloemen, verrijk je het ecosysteem. Je kunt zelf voor de bestuiving zorgen, door steeds nieuwe ideeën en kennis toe te voegen. Maar nog beter is als je bestuivers, pollinators, van buiten af hebt. Als je verrast wordt door iets waar je eigenlijk niet naar op zoek was, maar waar de serendipiteit zijn werk doet. Die pollinators vind je in je omgeving, het zijn de mensen en netwerken waar je je in bevindt. Je werk, familie, gezin, vriendenkring, de kroeg, restaurant. Het is je online community, cirkel van volgers.

    De meest verrassende bestuiving kan komen uit hoeken waar je het niet verwacht. Als door middel van machine learning (Vooruit… A.I.) je gerelateerde ideeën krijgt aangereikt die je verder kunnen brengen. Die je op een ander pad kunnen brengen of je op het verkeerde been zetten. Het is een algoritme, een rekenmodel dat op de achtergrond op basis van verschillende variabelen je nieuwe informatie kan geven. Het is belangrijk dat je inzicht hebt in de variabelen. Of dat de variabelen dezelfde normen en waarden dragen als jij belangrijk vindt. Anders gezegd, je wilt geen aanbevelingen van een algoritme dat er op uit is om te polariseren, of om je zo lang mogelijk op een platform te houden en meer data kan extraheren van je klik- en kijkgedrag. Je wilt een algoritme dat je helpt, dat je creatief laat zijn, je een duwtje in de rug geeft en je speels uitdaagt om verder te kijken.

    Als je met een AI en algoritmes je eigen Digital Garden laat bloeien en groeien, dan heeft dat een positief effect op alles. Jij hebt een mooiere Tuin waar je meer creatief werk kunt doen, dankzij de bestuivers die van buiten komen. Jouw tuin kan beter andere tuinen bestuiven. Het collectief wordt creatiever. Daardoor kan het onderliggende algoritme beter leren en iedereen van nog meer creativiteit en serendipiteit voorzien. Alle tuinen worden beter.

    Is dat een utopische gedachte? In elk geval een mooie gedachte om de maandag te beginnen. We hebben meer bestuivers nodig in onze Digital Gardens!

    LinkLeesMap S01E02 - Je menselijke LLM op het web

    De hele week stond in het teken van creativiteit en notetaking. Wat is dat toch, dat Engelse termen altijd een rijker gevoel geven dan de Nederlandse poten-in-de-klei term. Aantekeningen maken of Notities maken. Klinkt toch ineens als werk, of zelfs als een triviale bezigheid. Maar hoe meer ik me verdiep in de creatieve kant van dit thema, hoe relevanter notities worden. Ik vind de term notemaking, die Nick Milo een tijd terug opperde, nog sterker. Daar zit het aspect van creatie nog beter in. Taking heeft een vorm van extractie in zich. Van een hoeveelheid informatie die op je af komt, trek je de belangrijkste woorden en zinnen er uit en die schrijf je op. Of kopieer en plak je. Of fotografeer je. Maar met Making impliceer je al dat je zelf iets maakt. De betekenis van wat op je afkomt een plek geeft in eigen woorden of beelden. Je merkt, ik zit vol in mijn nieuwe nog-naamloze project!
    Wat bracht me dat zoal deze week?


    Rick Rubin naast zijn boek

    Producer Rick Rubin is een genie. Niet alleen omdat hij tijdloze muziekklassiekers heeft gemaakt, maar zijn kijk op de wereld en creativiteit is uniek. Met zijn nieuwe project The Way of Code combineert hij de 3000 jaar oude geschriften van de Tao Te Ching met de hype van de laatste 2 maanden, Vibecoding. The Way of Code is een fantastisch project. Het introduceert de diepe filosofische waarheden van de Tao bij een nieuw publiek, in combinatie met AI-gegenereerde afbeeldingen die bij elk van de 81 hoofdstukken past. Alle animaties zijn gemaakt in samenwerking met Claude van Anthropic en je kunt ze zelf aanpassen. Zo maakte ik van deze animatie iets nieuws, dankzij Claude.

    In navolging van The Way of Code, luister zeker ook naar dit interview met Rick Rubin waar hij zijn visie geeft op Vibecoding, AI en de wijsheden van de Tao Te Ching. Zijn interpretatie van het gebruik van AI, op basis van de documentaire AlphaGO (waarin een AI wint van een grootmeester in het spel Go) is voor mij een eye-opener

    The reason the computer ended up winning wasn’t because it was smarter. It knew less. The computer knew less than the humans. The humans had mores. It had a culture around it beyond the rules. And the culture around it ended up being the limiting factor.

    Een absolute aanrader: Rick Rubin on Art, Life, and Vibe Coding


    Niche-websites over muziek. Altijd goed. Crucial Tracks music journal - the songs that made you is zo’n site.

    Crucial Tracks is a music journal where you can log and share the important songs in your life.


    Ik zal mijn Obsidian niet snel verlaten, maar de Sublime app gaat een belangrijke rol voor me spelen vanaf nu. Zie je het als een soort liefdeskind tussen Evernote, Pinterest, Are.na en Del.icio.us(ken je die nog!). En dan krijg je Sublime.

    Abstracte afbeeldingen en tekstblokken worden weergegeven op een wit canvas verschillende kleuren en vormen zijn zichtbaar het geheel nodigt uit tot creativiteit en reflectie over ideeën en verbindingen

    Ze noemen zich the knowledge tool that sparks creativity, omdat we geen kenniswerkers zijn, maar creatieve mensen. Of zoals de oprichter Sari Azout zegt in een interview: “Normal people don’t want to double-bracket the internet,” Probeer Sublime zelf via deze invite-link.


    “What if we didn’t think of a website as one thing that answers to a million people? What if instead, there were millions of websites, each one handmade by a single person?”

    Making space for a handmade web


    Komende dinsdag ben ik virtueel aanwezig bij “Making it in the Anthropocene”. Een serie sprekers en sessies hoe we in deze periode van verschillende crises (geopolitiek, klimaat, economie) een nieuwe weg vinden om te leven, werken en te bestaan.


    Collario móet toch wel een hele late 1 april grap zijn? Dit kán toch niet echt bestaan? Check de LinkedIn thread en je begint je af te vragen of we als mensheid geschikt zijn om iets met AI te doen…Een witte halsband met camera’s hangt om de nek van een man terwijl hij recht in de camera kijkt in een neutrale omgeving.


    Twee mannen met een boze uitdrukking kijken naar kinderen die rond een vuurtje staan en met vlammen spelen in een prehistorische omgeving met heuvels en bomen. Een van de mannen zegt Look at the kids playing with technology


    Dat was LinkLeesMap van deze week. Wat vinden we van deze serietitel? LinkLeesMap -> LLM… too much?

    Fijne week, happy cybersurfing!

    De aankondigingen van nieuwe LLM modellen stapelen zich op. Na de nieuwe modellen van OpenAI kwam vorige week Google met verbeterde modellen. Donderdag liet Anthropic van zich horen met nieuwe modellen voor Claude. En het wordt allemaal beter, sneller, langer, en meer een onderdeel van ons dagelijks leven.

    Als ik dan de kritische nieuwsbrief van Gary Marcus lees begin ik me af te vragen, waar zijn we mee bezig? Zo probeert het nieuwe model Claude Opus 4 je te blackmailen in specifieke testscenario’s. En dat terwijl OpenAI’s Sam Altman en oud-Apple designer Jony Ivy werken aan een stijlvolle ketting die je kunt dragen. Die alles wat je ziet, zegt en hoort opneemt en gebruikt om modellen te trainen.

    He who controls the necklace shall rule

    Manton Reece, maker en eindbaas van Micro.blog, heeft een nieuwe functionaliteit ontwikkeld voor de Premium abonnees (ben ik (nog) niet). De mogelijkheid om blogposts met terugwerkende kracht te categoriseren, op basis van keywords die het systeem uit de blogposts haalt. Bekijk de korte video waar het principe direct duidelijk wordt voor je. Het doet me denken aan mijn eigen zondagochtend experiment om met AI mijn blogposts beter te taggen.

    Coolify voor al uw self-hosted software behoeften

    Mijn goede vriend Martijn Verhoeven woont tegenwoordig in Nieuw-Zeeland. Dat weerhoudt ons niet om via Signal videocalls op onmogelijke tijden (want tijdzones) te nerden over self-hosted apps, server-instellingen en het leven in het algemeen. Dankzij hem kwam ik bij Coolify terecht, een open source alternatief om op een eigen server apps te installeren en gebruiken. Alles in eigen beheer. Of dat nu gaat om budgetting-software, een eigen blog, Minecraft of een app om eigen LLM’s lokaal te bedienen. Het kan met Coolify. En het werkt allemaal vrij eenvoudig. Het helpt als je een beetje kennis hebt hoe servers werken, met name als het gaat om firewalls, domeinnamen en DNS. Maar als dat eenmaal staat, dan kun je veel zelf installeren en gaan gebruiken.

    Zo draait de Umami webanalytics op Coolify, heb ik nu Open WebUI met Ollama op een server draaien, kan ik met N8N eigen AI agents maken en heb ik een open source alternatief voor Notion om eens te testen.

    Martijn bouwt inmiddels een one-man-band in Nieuw-Zeeland met AI Agents en slimme automatisering. Ik ben blij dat ik deze man al meer dan 30 jaar mijn goede vriend mag noemen. Ik heb zoveel van hem geleerd en ik doe dat nog dagelijks. Ondanks de 18.000 kilometer die er tussen zit. Zo mag hij me binnenkort eens uitleggen hoe ik nu het beste de database met chats en instellingen van mijn lokale Open WebUI slim kan omzetten naar de versie die op een server draait.

Older Posts →