Eigenlijk zijn al die artikelen die ik door AI laat maken helemaal prut. Ik heb ze in het verleden echt wel gemaakt. Nog steeds laat ik trouwens geraamtes en opzetten samen met AI maken. In het verleden liet ik dan een AI model een compleet artikel schrijven. Het heeft toegang tot mijn eerdere blogposts, het heeft een skill dat mijn tone of voice nabootst. Juist, nabootst. Want ik ben het niet zelf. Het zijn regels waarmee ik een poging doe om mijn schrijfstijl te vangen. Dat is nog niet zo makkelijk. En nee, niet omdat ik nou zo’n prozaïsche, uitgesproken, unieke schrijfstijl heb. Maar omdat er veel van mijn eigen denkvermogen in het schrijven zit, waar de woorden direct van het hoofd naar de handen gaan. Bij sommige zinnen denk ik weinig na over de exacte flow en ga ik gewoon aan de slag.

Zoals de vorige twee zinnen. Niets aan gewijzigd, eenvoudig vanuit de gedachten, op dat moment voelde het goed, ram-bam op het scherm. En ook zo’n woord ram-bam. Daar zal een LLM echt niet zelf mee komen. Het heeft wel een regel, en ik quote:

Frank schrijft op B1-niveau: helder, toegankelijk, inclusief. Zijn Nederlands klinkt als gesproken taal op papier. Contracties en spreektaal. Gebruik informele vormen: zo’n, best wel, eigenlijk, ’t, wat (in plaats van “iets”). Dit maakt tekst luchtig. Een tekst zonder contracties klinkt als een overheidsbrief, niet als Frank.

Maar goed, ik wil het niet over mijn schrijfstijl hebben. Maar over een term die ik nog niet kende. En die alles te maken heeft met hoe ik schrijf, en waarom ik schrijf: Cognitieve Soevereiniteit. Eigenaarschap over je kennis en kunde. Zoals die posts die ik met AI heb gemaakt. Je zou kunnen zeggen, je doet het helemaal verkeerd! Slechte skills, verkeerde prompt, je prutst maar wat aan. Misschien. Maar stel dat ik die posts beter zou maken met scherpere prompts. Als ik er meer tijd in had gestoken om die tone of voice waterdicht te maken. Wat zou ik er dan zelf van leren? Niks. En dat is het punt. Dat is waar je eigenaarschap over je kennis en kunde om de hoek komt kijken.

Wat ik bedoel met cognitieve soevereiniteit

Er is een hoop te doen over digitale soevereiniteit. Los komen van Amerikaanse BigTech. Meer Europese oplossingen en lokale AI modellen die op een eerlijke manier zijn getraind en opgebouwd. Minder afhankelijkheid van grote partijen als Google, Microsoft en OpenAI, waarbij we de technologie, hardware en software in eigen handen hebben.

Maar hoe zit dat met je eigen kennis en kunde.

Het is één ding om je digitaal minder afhankelijk te maken van BigTech. Maar dit gaat een laag dieper.

Cognitieve soevereiniteit gaat er voor mij over wie het voor het zeggen heeft in jouw hoofd. Hoe jouw denken wordt gestuurd, waar het eigenaarschap zit van jouw eigen denken. Of je zelf kritisch kunt denken, of je het vermogen hebt om goed te kunnen redeneren. En of je daadwerkelijk eigen gedachten kunt maken. Klinkt simpel, maar het kan verrassend complex zijn. Want zij jou gedachten altijd wel van jou? Hoe trek je de grens tussen wat je uit een LLM krijgt en wat je zelf uit boeken haalt?

Waar het volgens mij mee te maken heeft, is dat je bewuste keuzes maakt welke tools je inzet voor welke actie. Het betekent dus niet dat je als een ware Luddiet je afschermt van technologie. Of dat nou AI is, spellingscontrole of een rekenmachine. Het gaat erom dat jij bewust en onderbouwd de scheiding maakt: waar stopt je eigen denken en waar kan een machine het deels overnemen? Je kunt denken aan Digitale Geletterdheid, al gaat dat meer over “het handelingsvermogen om informatie te vinden, te beoordelen, samen te brengen en zo bepaalde vragen te beantwoorden”. Maar met Cognitieve Soevereiniteit gaat het veel meer over het vermogen om zelf aan het stuur te zitten wanneer je welke informatiebronnen gebruikt. Dat je weet waarom je dat doet. En dat je in staat bent om je eigen gedachten te vormen rondom de onderwerpen waar je over nadenkt. In plaats van het voornamelijk uit digitale bronnen te halen.

“Maar eigen denken bestaat toch niet?”

Dit is een tegenargument dat ik al wel eens hoorde en dat blijft hangen. Critici verwijzen naar cognitiewetenschappers als Daniel Kahneman, die in Thinking, Fast and Slow laat zien hoe ons brein vooral werkt op Systeem 1: snel, intuïtief, associatief. Systeem 2, het bewuste en redenerende deel, zetten we maar zelden echt aan. Of ze halen filosoof Andy Clark erbij, die in Surfing Uncertainty stelt dat het brein in de basis een voorspellingsmachine is. Precies wat een taalmodel ook doet, zeggen ze dan. Alles wat ik denk komt uit boeken die ik las, gesprekken die ik voerde, films die ik zag. “Eigen” denken is een illusie, dus waarom zouden we doen alsof het iets bijzonders is?

Ik snap het argument prima. Maar het mist één ding: het verschil tussen invloeden hebben en je werk uitbesteden.

Mijn denken is zeker gevormd door wat ik heb gelezen de afgelopen 30 - 40 jaar. Van school tot werk en mijn interesses. Fictie en non-fictie. Online en offline. Maar wat ik dan vervolgens met die invloeden doe, hoe ik ze combineer, welke ik op de voorgrond zet en wat ik wegfilter, dat is een proces dat in mijn hoofd plaatsvindt, met mijn beperkingen en mijn voorkeuren. Op het moment dat ik dat hele proces overdraag aan een model, gebeurt het ergens anders. Het maakt voor het resultaat misschien weinig uit. Voor wie ik daarna ben wel. Ik heb de gedachten niet doorleefd. Ik heb ze niet zelf gevoeld, gevormd en op een rij gezet. Ik heb het uitbesteed aan iets anders en ik accepteer wat er uit komt. Dat is een wezenlijk verschil voor ons mensen.

Waarom is het belangrijk?

Omdat je de soevereiniteit, dat eigenaarschap pas mist als je het niet meer hebt. We beschouwen onafhankelijkheid vaak als een gegeven. Het is er, dus het is prima zo. Maar op het moment dat het er niet meer is, dan missen we het pas. En dat is moeilijk te herstellen.

Ik worstel er enorm mee. Ik merk soms echt dat mijn denk capaciteit afneemt. Ik heb soms moeite om zinnen “rond” te maken, paragrafen op te bouwen, een denkpatroon te ontwikkelen rondom een thema. Dan grijp ik te snel naar een AI-model om me op weg te helpen.

Ik praat het goed voor mezelf met een “oké, dan heb ik een beginnetje”. Maar eigenlijk ligt er al best veel uit zo’n model. Dan herschrijf ik het, zonder dat het helemaal van mezelf is. Dat gemak kan heel snel de overhand nemen en dat vind ik lastig.

“Wie heeft de tijd voor die denk-luxe?”

Maar inderdaad, waarom zou ik vier uur worstelen met een paragraaf die een model in een paar minuten oplevert? Is dat autonomie? Is dat altijd nodig? Ik denk het eigenlijk niet. Voor een rapport van een data-analyse, een mailtje dat structuur mist, een eerste opzet voor een offerte. Gebruik AI er bij om de opzet te maken. Ik vind dat je dan weinig verliest aan eigenaarschap als je delen hiervan uitbesteedt.

Maar wat met het werk waar het denken het product is? Een blogpost. Een hoofdstuk waarin ik een idee uitwerk dat ik nog niet helemaal scherp had. Een gesprek met een klant over een richting. Dan is tijdwinst echt geen winst voor me. Want die tijd heb ik nodig om het denken plaats te laten vinden. Dat is die afnemende capaciteit waar ik het net over had. Als ik die denktijd wegoptimaliseer in een model, wat win ik er dan mee? Ik krijg geen nieuwe creatieve inzichten.

“Maar voor mensen die niet zo kunnen schrijven als jij…”

Dit artikel heb ik ook samen met AI gemaakt. Ik kom zo nog op de werkwijze. Het model (Claude Cowork Sonnet 4.6) gaf me een inzicht waar ik nog niet bij had stilgestaan. Ik ben in een positie dat ik kan schrijven. Ik heb al een oeuvre opgebouwd, ik kan mijn gedachten redelijk goed op papier zetten. Maar hoe zit dat met iemand met dyslexie, met ADHD, een taalachterstand of weinig opleiding? Voor hen kan AI vaak de eerste keer dat ze hun gedachten goed en geordend tot uiting kunnen brengen. Ik kan me niet voorstellen hoe bevrijdend dat moet zijn. Moeten zij dan ook soeverein zijn en maar beter zelf leren nadenken? Lijkt me niet toch? Ik heb een privilege waarin ik deze vraag over cognitieve soevereiniteit kan stellen en over kan denken. Dat is niet aan iedereen.

Cognitieve soevereiniteit gaat voor mij dan niet over “doe alles zelf” of “blijf ver weg van AI”. Het gaat over de bewuste keuze waar jouw denken ophoudt en de machine begint. Voor de één betekent dat: gebruik AI om de woorden te vinden die jij in je hoofd hebt maar niet op papier krijgt. Voor de ander betekent het: gebruik AI niet om de gedachten zelf te bedenken. Het verschil is wie het denkwerk doet, niet wie de typisten zijn.

De spanning in mijn eigen werk

Deze blogpost heb ik met AI gemaakt. Ik heb een aantal sites geopend over het onderwerp en heb ze gelezen. Op basis van wat ik las ben ik gaan praten tegen de computer. Ik maak in Obsidian een document waar ik met Spokenly begin te praten over het onderwerp. Wat is Cognitieve Soevereiniteit volgens mij. Waarom is het belangrijk, wat zijn de tips om je autonomie te bewaken.

En al pratende meander ik allerlei kanten op over mijn twijfels van werken met AI. Dat ik het een lastige grens vind waar AI stopt en je eigen denken start. Hoe ze elkaar beïnvloeden.

Die bijna 1700 woorden heb ik aan verschillende modellen gegeven: Claude Sonnet, Google Gemini en lokaal aan Google Gemma. Met de opdracht om de gedachten die ik heb uitgesproken te ordenen zodat ik er een blogpost van kan maken. Om er een logische opbouw in te maken. De exacte opdracht die ik aan elk model heb gegeven, samen met het markdown bestand van mijn uitgesproken gedachten:

In dit document vind je een lange transcriptie van de gedachten die ik heb over het onderwerp cognitieve soevereiniteit. Ik wil dat je deze gedachtes ordent op een manier zodat ik er een logische blogpost van kan maken. Ik wil dat je zoveel mogelijk de originele teksten gebruikt in plaats van het zelf te interpreteren. Maak er wel kopjes van hoe ik een blogpost zou kunnen opzetten.

Ik kreeg drie versies die ik weer lokaal heb opgeslagen. Verschillend maar er zaten wel veel dezelfde denklijnen in. Google Gemma was het minst in de output. Daarna Gemini, Claude kwam met de beste opzet. Wat niet zo gek is, ik werk daar dagelijks in, dus het model heeft veel kennis over me, weet de instructies en kan net iets verder gaan dan de andere modellen.

Maar goed, daarna vroeg ik:

Geef me eens tegenargumenten als een ware AI-utopist bij een artikel over dit onderwerp

Om vervolgens met al die argumenten, met de drie versies en de oorspronkelijke transcriptie een nieuwe versie te maken. Dat is wat je nu leest. Inmiddels heb ik zo’n 80% herschreven. De opbouw is nog wel uit het origineel, evenals de keuze voor de tegenargumenten. Maar vrijwel alle zinnen en gedachtensprongen heb ik herschreven. Omdat ik al lezende merkte dat ik er zelf nog een keer een logisch verhaal van moest maken. In mijn eigen woorden. Niet uit mijn Tone of Voice handboek. Bij een offerte zou dat echt anders zijn. Maar bij deze post is AI voor mij de arbeider die mijn versplinterde gedachten weer bij elkaar brengt, ze in een volgorde zet waardoor het voor mij werkbaar wordt én die ik kan uitdagen om een andere rol aan te nemen, zodat ik mijn denken over het onderwerp krachtiger kan maken.

Vijf praktische tips om je autonomie te bewaken

Wat voor mij heeft gewerkt om al dit denken en schrijven over cognitieve soevereiniteit in goede banen te leiden:

Spreek met jezelf af dat je niet alles laat schrijven. Doe de eerste dingen zelf, zonder AI. Of in elk geval, zet AI niet meteen aan de slag. Ik had met pen en papier een mindmap kunnen maken, maar ik koos er voor om het in te spreken. Ik heb eerst zelf nog wat nagedacht over het onderwerp. Wat vind ik er van?

Daarna liet ik een AI model alles ordenen, aanvullen, tegenspreken en me vragen stellen. Ik let op hoe ik daar zelf op reageer. De opmerking van de AI-utopist over het privilege van al kunnen denken en schrijven verwonderde me, omdat ik er nooit over had nagedacht. Een typisch kenmerk van in een privilege leven. Dat heeft me geholpen. Ik wilde ook per se dat mijn uitspraken in het hele samenwerken worden gebruikt. Niet een herschreven of vertaalde versie.

Ik liet AI dus tegenargumenten maken. Wat klopt er niet? Welke perspectieven ontbreken? Wie heeft er belang bij dat ik iets op deze manier doe? Ik heb liever een sparringpartner dan een ghostwriter. Deze blogpost is daar dus een voorbeeld van zoals ik al schreef. De vragen die je hier ziet voorbijkomen, kreeg ik van Claude die als AI-utopist los ging op het artikel.

Gebruik meerdere AI-modellen. Vergelijk de output, laat ze elkaar bevragen en beoordelen. Ik probeer vaker een lokaal model te gebruiken. En ik bedacht me dat ik Mistral helemaal ben vergeten in deze oefening.

Plan je eigen denkblokken in. Ik heb deze post over een zaterdag samengesteld. Tussendoor wat andere dingen gedaan, maar wel nagedacht over de materie. Ben ik het er na het herlezen nog steeds mee eens. Wat vind ik er van. Waar besteed ik iets uit? Zoals ik al zei, bijna 80% van de versie die Claude schreef is compleet herschreven.

Het is geen ‘human in the loop’

Het is helemaal niet erg om iets uit te besteden aan AI of aan andere tooling. Maar je moet daarbij steeds bewust blijven: wat vind ik ervan? Wat doe ik hier zelf aan?

Dat heeft niets met human in the loop te maken. Dat is de term die je heel snel tegenkomt, maar daar gaat het wat mij betreft steeds meer om “controleer wat er uit een model komt”. Waar ik het over heb is daadwerkelijk eigenaarschap nemen op het eindwerk, op de redeneringen, op de kennislagen die ontstaan. En dat je als human in the loop ook tot de conclusie kunt komen dat je veel weer opnieuw kunt doen. Zoals ik nu doe.

“Maar de algoritmes sturen je toch al?”

Tot slot een tegenargument dat me werd voorgelegd en wat ik zeker interessant vind.De algoritmes van TikTok, Instagram en YouTube sturen ons denken al jaren. Dat doen ze veel agressiever dan een AI-model en we gaan er in mee. We weten het, we leggen ons tijdverdrijf in de handen van een algoritme dat tot doel heeft om je langer bezig te houden. Een AI-model waar je bewust mee in gesprek gaat is in die vergelijking misschien wel een tegengewicht.

Daarom worstel ik zo met die discussies over “AI is gevaarlijk” of “blijf weg bij modellen”. Of de discussies over het ethische, sociale en klimaat-aspect. Voor mij gaat het om een actief en bewust gebruik van de instrumenten die er zijn. De instrumenten helpen me om mijn gedachten beter te ordenen. Je zou denken dat ik na 25 jaar bloggen dat toch prima moet kunnen maar niets is minder waar. Of dat nu komt door die AI modellen of dat het al langer speelt, ik weet het niet zeker. De invloed is er zeker. En ik heb de keuze hoe ik er mee om ga.

En nu?

Ik kende de term zelf nog helemaal niet maar ik begrijp de achterliggende gedachte maar al te goed. Ik wist alleen niet dat er een woord voor was. Waar het voor mij op aankomt, ik wil me niet afsluiten voor de nieuwe technologie, maar weten waar mijn eigen denken ophoudt en de machine begint, en die grens bewust bewaken. Da’s knap lastig. Maar ik vind het interessant.