Met het nieuws dat de Tweede Kamer het gebruik van AI wil verbieden in het basisonderwijs, vallen de AI-broodwinners op LinkedIn van de stoel over de kortzichtigheid van onze regering. Mijn gedachten gaan naar het bericht dat ik deze zomer las over onderwijs in Noorwegen. Dat land wordt alom gezien als een vooruitstrevend pionierend land op het gebied van onderwijs en technologie. Zij waren er vroeg bij met zowel computers (1990) als tablets (2010) in het klaslokaal maar inmiddels vragen ze zich steeds vaker af of de digitale hulpmiddelen niet te ver zijn doorgeschoten. In de onderwijsdebatten in Noorwegen, maar ook in Zweden, Denemarken en Finland, komt steeds meer de vraag of begrijpend lezen, concentratie, handschrift en kritisch denken niet meer centraal moeten staan. De reden? Sterk teruglopende testscores in de klaslokalen. Het vermoeden bestaat dat dit onder andere komt door schermen en meer gebruik van digitale middelen. Andere redenen kunnen zijn minder leestijd buiten school en een daling in motivatie en schoolbeleving.

In Noorwegen heeft de regering afgelopen zomer een nationale aanbeveling gegeven. Tot en met 13 jaar gebruiken kinderen geen generatieve AI op school. Punt.

De boodschap die Noorse regering er bij geeft vind ik interessant: “Het is belangrijker om onze kinderen nú de vaardigheden te leren die ze over 10 - 15 jaar nodig hebben als ze dán in het werkveld komen.” Kritisch denken, zelfreflectie, creatieve vaardigheden. Dat is belangrijker dan nu leren hoe ChatGPT werkt. Het is zo kortzichtig om te denken dat je nu kinderen moet leren hoe ze met generatieve AI om moeten gaan. Rekenen, lezen, schrijven en kritisch denken, dat zijn basisvaardigheden die er toe doen. De rest volgt daarna wel.

Voordat kinderen leren hoe met kunstmatige intelligentie om te gaan, moeten ze eerst leren voor zichzelf na te denken.

Ik vind dat een krachtige visie die richting geeft voor toekomstig onderwijs.